Zes adviezen voor kerk-zijn tijdens en na coronatijd

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 9 september 2021 

“Hoe houd je het vuur brandend in de gemeente?” Dat was de vraag die centraal stond tijdens de predikantenconferentie van de GZB op donderdag 9 september.

Voed de hoop, voed het gebed en voed de ontmoeting, adviseerde ds. René van Loon, auteur van ”Lente in de kerk”. Meestal spreken Nederlandse christenen in mineur als het gaat over kerk en christelijk geloof, aldus de predikant van de wijkgemeente De Samaritaan in Rotterdam. “Het lijkt erop dat je in christelijk Nederland alleen serieus wordt genomen als je een zorgelijk gezicht trekt. Dat is niet tot eer van God! Je bent erg provinciaals bezig als je je alleen laat leiden door kerkverlating. Kerkverlating is een lokaal probleem. Niet eens een nationaal probleem, er zijn veel plekken waar de kerk groeit, ook in ons land!”

Grote aandacht voor de lezing van ds. René van Loon.
 
Als voorbeeld noemde ds. Van Loon zijn bezoeken aan nieuwe en bestaande gemeenten en pioniersplekken waar sprake is van groei, zoals de Nieuwe Kerk in Utrecht en de Ghanese Presbyteriaanse Kerk in de Bijlmer, waar hij een inspirerende dienst van 3,5 uur bijwoonde. “Het is inderdaad een moeilijke tijd. Er is veel neergang, maar er is ook lente in de kerk. Er gebeurt veel nieuws. Er zijn inmiddels honderd pioniersplekken in de PKN en honderd andere pioniersplekken. Er si veel belangstelling voor evangelisatiecursussen. Er komen ook veel mensen tot geloof. Dit is echt een wonder. Daarom: Voed de hoop. God zegt: Zie Ik maak iets nieuws. Zult u dat niet weten? (Jes. 43:19)”

Verwaarloosd gebed
Het gebed voeden was het tweede advies van ds. Van Loon. Hij citeerde de Ghanese ds. Dagadu die als missionair predikant in Nederland na vier jaar teleurgesteld was. Hij zei toen: “Jullie kerk is zo wit en er wordt zo weinig gebeden. Ik kom zo weinig tegen dat mensen smeken om bekering.”
 
De Heere werkt op het gebed, aldus de predikant. “Waarom verwaarlozen we dat? In toenemende mate worden ook Nederlanders getrokken door dromen en visioenen. Gegronde hoop is brandstof voor het gebed. Het heeft zin om te bidden om bekeringen, om nieuwe leden, om groei van de gemeente, om doorwerking van de Geest. We dienen geen dode God, maar een levende God! Je eert Hem door vrijmoedig te bidden. Psalm 81 zegt: Eist van Mij vrijmoedig.”
 
Voed ook de eenheid met christenen van andere culturen, luidde zijn derde advies. “Zoek contact met migrantenchristenen. Er zijn veel meer christenmigranten dan je denkt, en hoogstwaarschijnlijk óók dichterbij dan je denkt! We kunnen multiculturele sprekers uit de buurt laten preken.
 
Op het platteland zijn azc’s. Nieuwe Nederlanders krijgen woningen volgens een verdeelsysteem dat iedere gemeente vluchtelingen moet opnemen. Ga ervoor bidden dat ze op je weg komen. En biedt een gastvrij thuis.”

Een gespreksgroep. Met rode stropdas ds. René van Loon.
 
Spontaan gebed
Hoe houden we het gebed levendig en spontaan? Anders gaan wij Nederlanders het organiseren, zo luidde een vraag uit een gespreksgroepje. Op die vraag gaf ds. Lambang, synodevoorzitter van de GPIL, een partnerkerk van de GZB op Sulawesi (Indonesië) antwoord. “Het is belangrijk dat het gebed krachtig en fris blijft. Onze predikanten bezoeken gemeenteleden en bidden met hen. Ook alle bezoeken tussen gemeenteleden worden vergezeld van gebed. Als je naar de akker of naar je werkplek gaat, altijd is er het gebed.”


Ds. Lambang uit Indonesië tijdens een videobijdrage aan de predikantenconferentie.
 
Dit is een routine, aldus ds. Lambang. “Maar deze routine is ook een enorme kracht. Routine betekent namelijk ook regelmaat. Tijdens de eredienst, doordeweeks in de verschillende groepen: met jongeren, vrouwen, mannen en kinderen op de zondagsschool, altijd: Bid!”
 
Gebedsduo’s
Ook ds. René van Loon beklemtoonde het belang van het gebed in het gewone leven. “Als predikant ben je daarin een voorbeeld. Samen bidden zijn we niet zo gewend. Ikzelf ga steeds vaker aan het begin van het pastorale gesprek bidden om de leiding van de Heilige Geest.
 
Studenten bidden met gebedsduo’s en gebedstrio’s. Gemeenten kennen ook gebedsmomenten. Vaak komen er maar een paar mensen. Dat vind ik niet erg. Je zou ze vaker kunnen organiseren, of mensen vragen het zelf te organiseren. Mensen zeggen vaak: Nu kunnen we alleen nog maar bidden. Maar Hanna noemt God als eerste de Heer van de hemelse machten. Dat is heel krachtig. Hoe is onze theologie van het gebed? Geloven we nog wel in de kracht ervan? Dat gebedsstonden weinig belangstelling krijgen, heeft met onze theologie van het gebed te maken.”
 
En passant zei ds. Van Loon dat “we ook niet zullen ontkomen aan een ander kerk-zijn. Dat merk ik in contacten met jongeren. We zijn bang voor de opkomst van Mozaïek, maar waardoor komt dat?”

Nog drie adviezen
Ds. Lambang kwam ook met drie adviezen voor de missionaire prioriteiten voor het kerk-zijn in deze tijd. Allereerst bepleitte hij contextuele evangelisatie. “Dat geldt voor alle gemeenteleden. Vanwege de liefde van Christus en vanwege de liefde en de empathie voor mensen die nog niet geloven in Jezus.”

Verder adviseerde hij evangelisatie die inspeelt op de digitalisering. “Er zal een transformatie in de maatschappij plaatsvinden die snel gevolgd moet worden door de kerk. De kerk moet hier creatief op inspelen.”

Ten slotte beval hij versterking van de financiële basis van de gemeente aan, wat zeker ook in de Indonesische setting van belang is. ”Vorming en toerusting moeten niet alleen een geestelijk karakter hebben, maar ook aansluiten bij de andere behoeften van de gemeenteleden om het leven economisch op te bouwen.”

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.