Lees meer » Jaarthema
2016-2017

15 dingen die je leert als je naar Rwanda emigreert

ill860
Rik en Caroline Mager | Plaatsingsdatum: 2 november 2017 | Rwanda

We zijn al ruim 8 maanden in Rwanda. Van tijd tot tijd reflecteren we op onze missie, halen we herinneringen op en lachen we om onze stommiteiten. We hopen dat jullie een beetje een inkijkje krijgen in het leven hier. Inmiddels hebben we al een heel aantal serieuze blogs geschreven. Maar nu is het tijd voor een wat luchtiger tussendoortje. We hebben heel wat blunders begaan of zijn in hilarische omstandigheden geraakt. En we hebben een heel aantal dingen geleerd. Daarom een overzicht van 15 dingen die je leert, als je naar Rwanda emigreert.
 

1. Vroeg opstaan is geen probleem meer

In Nederland bleven we altijd graag liggen. Zeker op zaterdagochtend, dan konden we rustig om een uur of 11 uit bed komen rollen. De rest van de week moesten we er eerder uit. En zeker in de winter, als het nog donker was, was om 7 uur opstaan echt wel een ding. En moe dat we vaak waren! Alsof je in een constante jetlag leefde. Nu staan we vrijwel elke dag om 6 uur naast ons bed. En dan voelen we ons fris en fruitig. Vroeg opstaan is geen probleem, sterker nog: blijven liggen voelt haast zinloos. Maar gelukkig is vroeg naar bed gaan ook geen probleem. Van avondlange vergaderingen heeft hier nog niemand gehoord. Vanaf 7 uur ben je thuis, hooguit kunnen we eens een avond doorzakken met vrienden tot een uur of 9.
 

2. Cash power wordt een begrip

Prepaid, prepaid, prepaid. Alles is hier prepaid. Internet, beltegoed en ook stroom. Op is op. Nu leven we in een gebied met voor Afrikaanse begrippen best wel een stabiele stroomvoorziening. Maar zeker in het regenseizoen valt de stroom met enige regelmaat uit. Gelukkig hebben we een waka-waka om ons in het donker bij te staan. We kijken altijd even naar de buren. Brand daar nog licht? Dan weten we dat onze cash power weer eens op is. Tijd voor een belletje en hopelijk krijgen we dan snel een berichtje met de code, zodat we weer stroom hebben. Maar soms lukt het niet en dan moeten we geduld hebben.
 

3. Je leert leven van een maaltijd vol koolhydraten en weinig groenten

Een bord overladen met aardappels, spaghetti en rijst, een eetlepel groenten en stukje rundvlees van 2 bij 2 cm, dat is een koningsmaal hier. Op school is het leven soberder, daar krijg je of rijst met bruine bonen (en als je geluk hebt vind je ook nog een sliertje kool of dodo – een soort wilde spinazie) of aardappels met bruine bonen. Dubbele koolhydraten in onze ogen. En dat terwijl je uit een land komt waar de koolhydraatarme diëten je om de oren vliegen. Maar geloof me: met dit dieet val je echt af. Of zouden de steile hellingen het ‘m doen?
 

4. Nederlandse producten worden superinteressant

Stroopwafels, speculaasjes, drop. Allemaal dingen die hier in de verste verte niet te bekennen zijn. En sommige dingen vonden we in Nederland wel erg lekker, zoals speculaasjes en drop (zacht zoet, mmm!). Maar zelfs dingen die we niet zo vaak aten en niet eens persé heel dol op waren, zoals stroopwafels, hachee of chocola, zijn ineens dikke traktaties!
 

5. Je leert omgaan met telefoongesprekken (die niet af worden gemaakt)

Wees niet verbaasd als we terug zijn in Nederland en we beginnen midden in een gesprek ineens een telefoongesprek. Of als we bellen, hangen we ineens op. Het gebeurt hier heel vaak. Als je iemand moet bellen, laat je vast de telefoon overgaan, terwijl je intussen nog bezig bent met een ander gesprek. Wordt er opgenomen, dan ga je over op het telefoongesprek. Maar ook worden telefoongesprekken niet op de Nederlandse manier afgerond. Zodra je weet wat je wilt weten, zeg je murakoze, bedankt, en hang je op. In het begin erg lastig, maar inmiddels doen we het zelf ook.
 

6. Je rij-skills in de auto gaan erop vooruit

Ken je het programma “de gevaarlijkste wegen ter wereld?” Kuilen, geulen, glibberige modder- of boswegen, we rijden gewoon door, als slingerend om de beste slechte weg te nemen. En vonden we onze auto eerst een bakbeest, inmiddels zijn we heel dankbaar dat we deze auto hebben. Hij is sterk genoeg om de slechte wegen in Rusizi te overleven en de meest afgelegen plekken te bereiken.
 

7. De wc doortrekken met een emmertje is een koud kunstje

Ja, letterlijk. Met enige regelmaat wordt het water afgesloten. Gelukkig hebben we bij ons huis een enorme watertank die ons er wel een paar weken doorheen trekt. Maar op de office hebben ze die in ieder geval niet. Dus staat er een grote emmer vol water en een emmertje, waarmee je de wc kunt doortrekken. Ach, het is al een hele moderne wc. In de meeste buitengebieden is er alleen een longdrop (latrine) beschikbaar.
 

8. Je kunt de was voortaan met de hand doen

De laatste keer dat we een wasmachine hebben gezien, was toen we Nederland verlieten. Hier wordt de was met de hand gedaan. Een keer per week komt er iemand helpen met de was. Maar sommige dingen moet je zelf doen. En dat leer je best wel snel. Voordeel is dat je het met de felle zon niet hoeft uit te wringen. Het droogt snel genoeg. Behalve als het een paar dagen flink regent, dan blijft de was ook drie dagen nat.
 

9. Je leert anders plannen (of niet)

Een tijdje geleden waren we aan het overleggen wanneer mijn ouders konden komen. Door de ticketprijzen wisselden de data een paar keer. Maar voor ons maakte het allemaal niet uit. Er staat over drie maanden echt nog niets in de agenda. Toen de tickets geboekt waren, kwamen de andere verplichtingen: een vergadering in Kigali (5,5 uur verderop), een training van een week… Omplannen is hier aan de orde van de dag. Het beste werkt om gewoon niets te plannen. Je maakt hooguit een dag van tevoren een afspraak, dan ben je er vrij zeker van dat het doorgaat. En het komt ook voor dat we op zaterdag om kwart voor 11 worden gebeld: “Kun je over een kwartier op het vliegveld zijn? Er komt een groep en we willen dat jullie ze welkom heten en vandaag rondleiden.” Plannen werkt dus niet echt. Maar het grote voordeel is dat er altijd ruimte is voor verrassingen. Zo kun je bijvoorbeeld op zondagochtend naar de kerk gaan met het idee dat je daarna weer naar huis gaat. Maar je beland bij vrienden op de bank en “o ja, we moeten ook nog even naar een feestje. Ga je mee?” Ons motto: ‘nothing unusual happened’.
 

 10. Je wordt creatief in het vinden van oplossingen

Oke, even een vrouwendingetje: Wist je dat je chocoladeganache ook met melk kan maken in plaats van room? En dat je rundvlees ook lekker klaar kan maken in een deken? En voor de mannen: Als internet het niet doet, heb je altijd nog een USB-stick. Of bluetooth. Of pen en papier. Als de stroom uitvalt, gebruik je een waka-waka of een generator. En wist je dat remvloeistof ook prima werkt om de koppeling door te smeren? Misschien allemaal superlogisch. Maar improvisatie is ons dagelijks leven. En het begint bij deze kleine dingetjes.
 

11. Je spreekt 3 talen tegelijk

Engels, Kinyarwanda, Nederlands. Soms een beetje Frans. Alles gaat door elkaar heen. Soms letterlijk. Met sommige mensen spreken we een mix van Kinyarwanda en Engels. En als we dan heel enthousiast zijn, kunnen we ook ineens een Nederlands woord ertussendoor gooien. Maar ook als we met elkaar zijn mixen we de talen.
 

12. Je leert een heel nieuw arsenaal begroetingen

Er is hier een soort ongeschreven etiquette wat betreft begroetingen. Als je iemand voor het eerst ontmoet, is het prima om een hand te geven. Maar plaats dan wel je linkerhand op je rechteronderarm. Komt iemand dichterbij, dan kun je een soort halve ‘hug’ geven. Armen gestrekt op elkaar. Ben je vrienden, dan geef je een gewone hug. De hug wordt hier altijd gevolgd door een hand. En met echt hele goede vrienden druk je de voorhoofden tegen elkaar aan tijdens de hug. Of doe je de voorhoofden links, rechts, links tegen elkaar (een beetje zoals de drie zoenen in Nederland). Maar kijk ook niet gek op als je ineens door een wildvreemde vol enthousiasme wordt begroet in een knellende, langdurige omhelzing.
 

13. Traag internet krijgt een heel nieuwe betekenis

Traag internet. Tja… In Nederland stonden we soms al te trappelen van ongeduld als je een 15 seconden moest wachten voor een internetpagina moest worden geladen. Herkenbaar? Inmiddels zijn we dolgelukkig als we binnen 15 seconden een site kunnen openen. 5 minuten is best wel normaal, zeker wat later op de dag. Intussen heb je tijd om bijvoorbeeld een kop thee te drinken, een praatje te maken, een afspraak te maken of even iets bij je collega’s te checken.
 

14. Je wordt superflexibel (en soms gewoon even niet)

Ik denk dat dit overzicht al wel duidelijk maakt dat je een beetje flexibel moet zijn. Of worden. Meestal kunnen we dingen weglachen onder ons motto ‘nothing unusual happened’. This is Africa, zeggen mensen ook graag. Gaat het niet linksom? Dan moet het maar rechtsom. Gaat het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Maar soms zijn we er gewoon even klaar mee. Even geen gezeur. Even niet omplannen. Even niet een of andere oplossing zoeken. Dan gooien we een keer onze frustratie eruit en kunnen er daarna weer tegenaan. En ach, er blijkt altijd wel een plan B mogelijk.
 

15. Je leert afhankelijk zijn

Het laatste leerpunt is zonder meer het belangrijkste. Als we één ding hebben geleerd… We zijn als Nederlanders gewend om zo onafhankelijk mogelijk te leven. We hebben er zelfs een spreekwoord voor: ‘je eigen boontjes doppen’. Maar dat is hier nog niet zo gemakkelijk. We hebben geleerd dat we afhankelijk zijn van de mensen om ons heen. En soms op de harde manier. Als je in het ziekenhuis komt, krijg je een bed, meer niet. Je moet je eigen lakens meenemen, je eigen wasbassin (een douche is er niet), je eigen eten en drinken. Gelukkig hebben we ook ontdekt dat er mensen voor ons klaarstaan. Alles werd geregeld. En een volgende keer kunnen wij deze mensen weer helpen. Maar ook hebben we nog meer ontdekt hoe afhankelijk we mogen zijn van God. Hij leidt ons bij elke stap. Hij wil dat we hier zijn. En ook als het niet makkelijk is, houden we toch de beloften van Jesaja 55 voor ogen: “Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten en alle bomen zullen in de handen klappen.”

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • marijke hoogerwerf

    2 november 2017, 05:24

    Wat mooi om te lezen hoe jullie " inburgeren" in Rwanda.
    Vanuit Strijen veel zegen en ook sterkte toe gebeden.
    Hij die jullie riep is trouw en doet Zijn belofte gestand!
  • Berna Bartels

    5 november 2017, 08:48

    Hallo Rik en Caroline,
    Wat leuk dat jullie je je ervaringen in het Afrikaanse zo verwoord hebben zeg.
    Wat leren jullie veel en vooral om flexibel te zijn. Maar vooral jullie les om veel meer afhankelijk van God te zijn.Geweldig dat jullie in alles de tekst uit Jesaja 55 over Gods Vrede en Vreugde, om daarin
    voort te te gaan en daaruit te leven als leidraad gebruiken. Gods beloften voor jullie zijn ja en
    amen . Hartelijke groeten en God Zegen Berna Bartels
  • Herma Heidekamp

    7 november 2017, 11:33

    Hallo Rik en Caroline,
    Wat geweldig kun je schrijven Caroline! Heel gezellig om te lezen. Sommige dingen herkenbaar van toen wij in Ghana waren. Heel veel plezier en sterkte in en met jullie werk.
    Liefs, Geert en Herma