Artikel 'De Waarheidsvriend': Verzwolgen door de aarde

ill860
Laurens Jan en Lourina Vogelaar | Plaatsingsdatum: 31 december 2018 | Indonesië

GZB en kerk in Indonesië bieden samen hulp na aardbeving en tsunami 

Verzwolgen door de aarde 

 

We zitten als gezin te eten, als we op een gegeven moment ons huis voelen trillen. Vanuit het raam zie ik een ander deel van ons huis ook daadwerkelijk bewegen. Lourina, mijn vrouw, zegt: ‘Is dit een aardbeving?’ Ik antwoord: ‘Nee joh, dat is de wind.’
Niet lang daarna krijgen we de eerste appjes uit Nederland met de vraag of we iets van de aardbeving gemerkt hebben. Het is een week nadat we op 21 september op het eiland Sulawesi zijn aangekomen (na een aantal maanden taalstudie) en we in de stad Palopo zijn neergestreken. 

Noodhulpactie
In Nederland is de aardbeving en tsunami de eerste dagen ‘hot news’. Ik word door verschillende kranten benaderd om mijn verhaal te doen. Hoewel de berichtgeving niet altijd helemaal goed weergeeft wat ik gezegd heb, klopt de grote lijn: in Palopo houdt de ramp de gemoederen ook bezig. Er wordt eten en kleding ingezameld, op de drukke verkeerspunten in de stad wordt gevraagd om geld en in de kerk wordt er voor de slachtoffers gebeden. Toch gaat het leven ook gewoon verder. Er gebeuren in Indonesië vaker natuurrampen. Zijn de Indonesiërs daar toch wat meer aan gewend?
Onze regiocoördinator van de GZB, Tim Verduijn, neemt al snel na de beving contact met ons op in verband met onze veiligheid. Een aantal dagen later horen we ’s nachts rumoer op straat. De volgende dag horen we dat dieven geprobeerd hebben paniek te zaaien door te zeggen: ‘Verlaat zo snel mogelijk je huis want er komt een tsunami aan.’ (Ook Palopo ligt aan de kust). Hun idee was natuurlijk om de achtergelaten huizen leeg te roven.
De GZB zet een noodhulpactie op en vraagt de GPIL om met eten, drinken, kleding, enz. naar het gebied af te reizen en de eerste noodhulp te verlenen. Zelf ga ik niet mee. We zijn nog te kort in Palopo. Het is nog niet verantwoord om mijn gezin alleen te laten. 

Vlaggen 
Eind november reis ik wel naar Palu en zie met eigen ogen de gevolgen van de ramp. Langs de kust heeft de tsunami die op de beving volgde, alles weggevaagd. Ik zie alleen nog vloeren (fundamenten) waar eens huizen stonden. 
Ik bezoek een gebied met voorheen allemaal huizen die met de grond gelijk gemaakt zijn. De aarde is gaan schokken met een kracht die zijn weerga niet kent. De huizen zijn heen en weer gesmeten en in brokstukken uiteengevallen. Overal zie ik vlaggen. Daar diep onder het puin liggen zij die levend begraven werden. Bij een van de vlaggen staat een vrouw te bidden en te huilen. Ze is zwanger. Wie is ze kwijtgeraakt? Wat moet het erg zijn als je iemand van wie je houdt niet eens kunt begraven. 
Ik rijd door een ander gebied waar alleen nog maar wat zand en gras te zien is. Hier stonden niet alleen huizen, maar er stond ook een kerk. Er is niets meer van over. Door de beving veranderde alles in één kolkende modderstroom. Huizen, kerken, mannen, vrouwen en kinderen werden meegevoerd en verzwolgen door de aarde. De aarde opende zich en sloot zich vervolgens boven de huizen, kerken en mensen. Het doet me denken aan de profeten die het grote ingrijpen van de HEERE als rechter aankondigen. De komst van de HEERE zal gepaard gaan met aardbevingen en ander natuurgeweld. Ineens kan ik me er meer bij voorstellen. 

Traumaverwerking 
We lopen langs het strand. De chauffeur (moslim) wijst me op de plek waar (vóór de ramp) drugs werden gebruikt/verhandeld, waar prostitutie werd bedreven, waar het festival plaatsvond waarop duistere machten zijn aangeroepen. Hij vraagt me of de ramp een oordeel van God is. Ik antwoord dat ik dat een moeilijke vraag vind. Want heb ik minder gezondigd dan hen die zijn omgekomen? Heb ik dat oordeel dan ook niet verdiend? 
Ik vraag de chauffeur op mijn beurt wat hij zegt tegen familieleden die hun kind of andere geliefden verloren hebben. Hij antwoordt: ‘De islam leert mij dat God alles wat Hij geeft ook weer neemt en ik spoor de nabestaanden aan om het verlies geduldig te dragen.’ We hadden er geen gelegenheid meer voor, maar wat had ik graag met hem doorgepraat over God Zelf, Die in Jezus ons ellendige bestaan binnenkwam, Die in Jezus Zichzelf gaf tot redding. 
In Palu hebben we met de GPID, een protestantse kerk in het getroffen gebied met ruim 150 lokale gemeenten, gesproken over plannen voor nieuwe noodhulp, voor een programma van traumaverwerking, voor een bijdrage aan het herstel van beschadigde/verwoeste huizen en een bijdrage aan kerken die beschadigd of helemaal verwoest/verzwolgen zijn. Wat zou het geweldig zijn dat de kerk daar in alle misère met woorden en daden mag getuigen van Christus, het licht in onze duisternis. 

Laurens Jan Vogelaar 


Getuigenis van Bintang Sarang:

Toen de beving plaatsvond, was ik samen met mijn gezin en zeventig andere christenen in een huis voor een doordeweekse eredienst. Het voelde alsof er een bom insloeg. De aarde schokte en beefde enorm. Op en neer. Op en neer. We vielen allemaal op de grond. De lampen sloegen uit. We vlogen door de kamer. We riepen allemaal: Jezus, help ons! We zijn allemaal gered. We hadden blauwe plekken, maar liepen niet echt serieuze verwondingen op. Lof aan onze God. 
De dagen na de beving waren heel moeilijk: geen elektriciteit, geen water, gebrek aan voedsel. Iedereen was even arm. We zijn heel dankbaar voor de noodhulp die we van de GPIL/GZB ontvangen hebben. Voor de toekomst is er veel nood. Velen van ons hebben een huis dat te zwaar beschadigd is om te renoveren. Ze hebben geen geld om een nieuw huis te bouwen. Hoe moet het verder? Toch zien we de toekomst met vertrouwen tegemoet, want we hebben ons geloof in God. Hij is onze hoop. Hij zal ons kracht geven om onze levensweg te vervolgen. 


Deze blog is als artikel verschenen in het oudejaarsnummer van 'De Waarheidsvriend', december 2018.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.