Burek

ill860
Heleen van der Sluijs | Plaatsingsdatum: 9 maart 2020 | Bosnië

Meel, olie, zout en water. Het zijn de basisingrediënten voor een typisch Bosnisch recept; pita. Afgelopen week bezocht ik het kleine plaatsje Breza, een dorp op een half uur rijden vanaf Sarajevo. Ik bezocht daar één van de kleine protestantse gemeenten die Bosnië en Herzegovina rijk is. En op woensdagmorgen maakte mijn gastvrouw pita. Ik mocht erbij zijn en keek gefascineerd toe hoe ze dit mooie gerecht klaarmaakte.

Hoeveel meel, olie en water er in het recept gaat? Dat weten we niet. Dat gaat op gevoel; dit is wel ongeveer genoeg voor twee personen. Het deeg wordt gekneed en moet vervolgens een paar uur rusten. Daarna wordt het deeg uitgerold. Daarvoor wordt een lange stok gebruikt. Niet alleen om het deeg mee te rollen op de tafel, maar ook om het groter te ‘slaan’. Het deeg hangt over de stok heen en wordt dan door de lucht geslingerd, waardoor het verder uitrekt. Fascinerend! Daarna wordt het deeg ingesmeerd met olie en moet het nog eens rusten. Als dat gedaan is trekken we het deeg met onze handen verder uit, totdat het helemaal over de tafelranden heen hangt. Intussen is het helemaal doorzichtig geworden en zie ik het blauw geblokte tafelkleed door de lap deeg heen.

De vulling bepaald in Bosnië en Herzegovina hoe de pita gaat heten. Is de pita gevuld met vlees, dan heet het ‘burek’. Is de pita gevuld met kaas, dan noemen we het ‘sirnica’. Vandaag vullen we de pita met een mengsel van aardappel, vlees en ui. Omdat er vlees in zit, wordt het dus ‘burek’. De vulling wordt in het deeg gerold, en vervolgens wordt de lange burek opgerold en in een pan in de oven gelegd. Nog even wachten en we kunnen lunchen!

Het leven in het dorp gaat een stuk langzamer dan ik in Sarajevo gewend ben. En in Sarajevo was ik de afgelopen maanden al flink onthaast op veel fronten. Het is niet zozeer het verschil in levenstempo dat anders is, maar veel meer de andere focus in de Bosnische cultuur. Veel mensen in BiH moeten zes of zeven dagen per week keihard werken en maken regelmatig meer dan tien uur op een dag. Voor sommigen is er zelfs geen lunchpauze, dus wordt de grootste maaltijd van de dag gegeten nadat het werk gedaan is. Dus echt langzaam is deze cultuur niet…

En toch is er iets anders. Wat is dan die andere focus? Ik denk dat dat te maken heeft met het verschil in cultuur. In Nederland leven we in een taakgerichte cultuur, waarin de vraag ‘Wat ga ik doen?’ of ‘Wat kan ik doen?’ heel belangrijk is. Een vraag die ik ook heel erg geneigd ben om te stellen, want die Nederlandse cultuur zit diep in mij verworteld. Effectief en zinvol omgaan met je tijd.. Maar in Breza kreeg ik vorige week geen antwoord op mijn vragen. Het ging er niet om wat ik kwam doen en wat ik zou kunnen doen. In plaats daarvan was de vraag: ‘Wie ben je?’ En, vooral, ‘Ben je er?’

Er zijn. Dat is belangrijk. En dan zit je soms alleen maar samen. Met een kop koffie. Een goed gespreksonderwerp. Wachtend op de pita. Of helemaal niets. Omdat je er bent. En dat is genoeg.
Vanuit mijn Nederlandse cultuur klinkt dat soms onmogelijk. Zo kun je toch niet leven? Zo ‘komt er toch niks uit je vingers’? Maar ik stel mezelf de vraag; wie weet er nou wat leven is? Degene die weet wat hij kan doen om zo effectief mogelijk gebruik te maken van de tijd en doelen te bereiken? Of degene die kan zijn?

Het doet me denken aan deze weken van stilte en bezinning voor het paasfeest komt. Wachten. We kunnen niet veel anders dan dat. Misschien is dat mijn vasten voor dit jaar. Er zijn. Alleen dat. Niets meer, niets minder. Zijn.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.