Corona in Lolwa

ill860
Mark en Corine Godeschalk | Plaatsingsdatum: 14 augustus 2020 | Democratische Republiek Congo

Het is zover. Na maanden in een soort alertheid te hebben geleefd, ons te hebben voorbereid en vooral te hebben gewacht, is afgelopen week voor het eerst een geval van COVID-19 in ons ziekenhuis geconstateerd. We voelen ons echt in de rimboe: pas vijf maanden na het eerste geval in Congo en onze regio is het coronavirus bij ons aangekomen. Misschien komt het wel door de overheidsmaatregelen en gesloten grenzen de afgelopen maanden dat de ziekte zich slechts langzaam verspreidt over het land.

De patiënte zag ik eerder op het spreekuur met hoestklachten, maar zonder koorts of andere symptomen. Fors overgewicht, dat wel. Op 1 augustus kwam ze terug met hevige benauwdheid. Ze was 2-3 weken ervoor in Bunia (stad met meerdere COVID-19 patiënten) geweest. Omdat ze voldeed aan de criteria voor een COVID-19 verdachte, hebben we haar meteen in isolatie gelegd. Het was erg fijn om voorbereid te zijn met een afgesloten ruimte (in het blauw op de foto) waar we de patiënt konden scheiden van andere patiënten. De dag na opname kwam de test-kit voor het afnemen van de COVID-19 test. Nog dezelfde dag bracht onze lab-medewerker het sample persoonlijk per motor 3,5 uur verderop naar de provinciehoofdstad voor bevestiging of uitsluiting van de ziekte.

De patiënte was dermate benauwd dat ze zuurstof nodig had. Hoe blij zijn we dat we sinds enige tijd een generator en een zuurstofconcentrator hebben. Maar voor veel van het personeel was het toch wel even wennen om iemand gedurende 5 dagen 24/7 aan de zuurstof te hebben. Het gegrom van de generator (ons huidige solar system kan geen zuurstofmachine aan, dus de generator moet stroom opwekken) hield ook ons soms uit de slaap. De generator draaide overuren, het brandstofslangetje kreeg een lek en in allerijl werd dit slangetje met een zuigslangetje van de operatiekamer gerepareerd. Je moet toch wat. De familie werd verzocht bij te dragen in de aanschaf van meer diesel, ze stemden toe. Het was ook niet makkelijk om het bezoek te beperken en slechts één persoon aan het bed van de patiënt toe te laten. Het is cultureel namelijk erg belangrijk om je gezicht te laten zien en je zieke tante, zus of buurvrouw te steunen.

Langzaam maar zeker kon de zuurstof worden afgebouwd en gestopt. De patiënt knapte op! Was het de prednison, de antibiotica, de longmedicatie? Of was het spontaan? Al die tijd waren we verplicht ons steeds in beschermende kleding te hijsen voor we haar kamer binnenstapten. Een hele klus die niet altijd werd nagevolgd, omdat we van dit beschermingsmateriaal eigenlijk te weinig hebben. En inmiddels zat de patiënt, nog lichtjes hoestend, tussen andere patiënten in de overdekte buitenkeuken. Gauw terug de kamer in!

O ja, het resultaat, dat moest ook nog. Elke dag belden we met het laboratorium in Bunia. Het monster moest per vliegtuig naar Kinshasa bij gebrek aan middelen in het lab in Bunia. De familie werd ongeduldig en dreigde de patiënte mee naar huis te nemen. En toen, 10 dagen na het opsturen, kwam er bericht dat de test positief was. Het voelde als mosterd na de maaltijd, want de patiënt was al beter. Maar dat betekende wel dat er een lijst met contacten werd gemaakt en ook wij sindsdien dagelijks gecontroleerd worden op symptomen. Wat ook mosterd na de maaltijd leek: terwijl de patiënt al opgeknapt was, stuurde de overheid ons chloroquine en azithromycine voor haar behandeling, volgens de richtlijn in Congo. Deze medicijnen worden overigens in Nederland niet gebruikt, vanwege hun onbewezen werking en risico op hartritmestoornissen. We hebben ze maar niet gegeven.

Inmiddels hebben we besloten dat iedereen van het personeel vanaf nu een masker draagt in het ziekenhuis. Ook breiden we onze isolatie uit met meer kamers “voor het geval dat”. Tot nu toe hebben we geen nieuwe verdachte patiënten gelukkig. De patiënt is dankbaar voor de behandeling en heeft al een kip aangeboden. De lokale gemeenschap uit haar waardering over de manier waarop er in hun ziekenhuis is omgegaan met het gevreesde coronavirus. Misschien daarom, blijven de mensen gelukkig komen voor consultatie en lijken ze niet bang het virus bij ons op te lopen.

Toch vraag ik me af of we niet overdrijven. Naast het coronavirus zijn nog zoveel andere longziekten die we hier regelmatig behandelen. En of die hele rits aan maatregelen, energie en voorbereidingen nu eigenlijk wel het verschil maken? In onze setting is zuurstof geven toch het maximale wat we kunnen bieden. Ik hoop vooral dat het mensen niet afschrikt naar het ziekenhuis te komen. Want er zijn zoveel andere zieken te behandelen. En patiënten komen vaak al zo laat. Op een van de dagen dat onze Corona-patiënte aan de zuurstof lag, hebben we ook drie kinderen met ernstige bloedarmoede op het nippertje gered met een bloedtransfusie. Als hun ouders geen angst hadden voor COVID-19 in het ziekenhuis van Lolwa, dan hoef ik dat ook niet te hebben, dacht ik zo.

Mark

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.