Dankzij de boon één dag een kroon

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 4 januari 2018 

Frankrijk is rijk aan mooie tradities! De kerstdagen zijn amper voorbij of een volgend fenomeen verschijnt in de winkels en bakkerijen: les galettes des rois, Driekoningentaarten. Traditiegetrouw wordt de taart aangesneden op Epifanie.
 
De Franse Driekoningentaart zou in de veertiende eeuw bedacht zijn door een Florentijnse edelman, de markies Frangipani. Het is een speciale overheerlijke, goudgele taart, gemaakt van bladerdeeg en gevuld met amandelspijs. En ergens in de taart zit een boontje - un fève - verstopt. Wie het boontje in zijn stuk taart vindt, mag de bijgeleverde kartonnen kroon van de koning opzetten en is voor één dag koning.
 
Het seizoen van de galettes des rois begint twaalf dagen na Kerst en eindigt op Mardi Gras, vastenavond. Epifanie, oftewel Driekoningen, is een christelijke feestdag en markeert de aankomst van de drie wijzen bij het kindje Jezus in Bethlehem. Officieel valt dit op 6 januari. In Frankrijk, van oudsher een katholiek land, is dit heel lang een vrije dag geweest. Pas in 1971 is deze officiële vrije dag afgeschaft en sindsdien wordt dit feest gevierd op de tweede zondag na Kerst, dat wil zeggen de eerste zondag na 1 januari. In 2018 valt dat 7 januari.
 
Eerste groente
Oorspronkelijk is Driekoningen een heidens feest. De Romeinen vierden vroeger de ‘Saturnalia’ op 21 december, de dag van de zonnewende. Op deze dag werd een koning of koningin voor één dag aangewezen door middel van een zwarte of witte boon die verstopt zat in een taart. Die boon, die fève, was de eerste groente die na de zonnewende geplant werd en stond daarmee symbool voor de vruchtbaarheid. Daarbij was de taart altijd rond: het symbool van de zon. Tijdens het feest wisselden meester en slaaf wel eens van positie: slaaf werd meester, meester werd slaaf. In die traditie zou de koning(in) van één dag kunnen passen.
 
Onder de tafel
In de middeleeuwen werd de galette in net zoveel stukken gesneden als er genodigden waren, plus één stuk extra. Dit stukje werd ook wel het ‘stukje van de goede God’ genoemd, het ‘stukje van de maagd’ of het ‘stukje van de armen’. Het werd gegeven aan een arme of een bedelaar die zich aanbood tijdens het eten van de taart. Volgens de Franse traditie kroop vervolgens het jongste kind onder de tafel. De moeder of vader wees een stuk taart aan en het kind zei een naam. Zo werden al de taartpunten eerlijk verdeeld en kon niet vals gespeeld worden om de boon te krijgen. Degene, die de fève in zijn stukje taart vond, was niet alleen de ‘Koning van de dag’, maar deed er ook wat voor terug: hij of zij verklaarde zich bereid om het volgende jaar de galette des rois te kopen of liever nog zelf te bakken.
 
Tijdens de Franse Revolutie maakte de galette des roi een moeilijke tijd door, omdat deze door sommigen gezien werd als drager van een antirevolutionaire boodschap. Bijna werd het gebruik verboden. Maar de galette overwon. Ze werd omgedoopt tot galette de l’égalité: taart van gelijkheid. Om verschillende gedachten over koningschap aan een en dezelfde tafel te voorkomen, werd er toen geen boon in verstopt.
 
De president
In het Frankrijk van vandaag is er slechts één persoon die geen boon mag vinden. Dat is Meneer de President. De president kan immers niet gekroond worden, zelfs niet voor enkele uren. In de enorme galette des rois met een doorsnede van 120 centimeter die op 6 januari aanstaande opgediend zal worden in het Palais d’Elysée, zal dan ook geen fève verstopt zitten.
Door de eeuwen heen heeft het traditionele boontje verschillende kleuren en vormen gehad. Ze waren van porselein, van plastic, maar er waren er ook in de vorm van miniatuurkoninkjes en kindjes-Jezus. De enorme variatie en inventiviteit daarin heeft geleid tot ‘favofilie’, een woord waarmee in Frankrijk het verzamelen van boontjes aangeduid wordt.
Niet alle gezinnen in Frankrijk vieren nog Driekoningen, toch blijft het ‘Frangipanegebak’ jaarlijks een verkoopsucces in januari. Terecht, want zo’n lekkere traditie verdient het om doorgegeven te worden… En wie wil nu niet voor één dag koning zijn?
 
Harriëtte Smit, zendingswerker GZB, werkt in Aix-en-Provence als landelijk jeugdwerker binnen de Union Eglisé Protestante Réformée Evangélique de France.
 
Deze column verscheen eerder in het Friesch Dagblad.

Reageer op dit artikel