David en Corona 1

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 9 april 2020 

Dit verhaal begon eigenlijk al op 7 maart. Voordat de Corona crisis ook hier het openbare leven platlegde. Waar we eigenlijk het idee hadden dat de lente begonnen was, bleek de nacht van 6 op 7 maart een ijskoude nacht te zijn geworden. ’s Ochtends hadden we met de lokale staf een meeting in de dagopvang om over de voortgang van het hospice te praten. En ik ging boodschappen doen zoals een goed huisman op zaterdagmorgen betaamt. Om de hoek van onze flat even een afvalzakje dumpen in de container en door naar de supermarkt.

Maar daar bij die containers lag een hoopje karton. Onwillekeurig denk je dan: “er zal toch niemand onder liggen?” Dat gevoel bleef knagen terwijl ik in de supermarkt liep en bij terugkomst stak er een been uit de hoop karton. Tja, daar sta je dan… Wat nu? Willen werken met en voor daklozen is mooi, tot er één dreigt te bevriezen praktisch voor je eigen deur. Dan gaat er wel heel wat door je heen. Ooit nog wel eens zo’n WWJD armbandje gehad…Wat zou Jezus doen? Ja die zou natuurlijk precies weten wat te doen…maar ik?

Niets doen is ook een keuze en een heel slechte, dus snel naar boven en een thermoskan thee gemaakt met veel melk en suiker en weer naar beneden. Wat nou als hij boos wordt als ik hem aanroep, of als hij al niet meer leeft? Misschien verstaat hij mijn beperkte Russisch niet goed of spreekt hij alleen de lokale taal? Ik roep hem aan en vraag of hij thee wil. Geen reactie…Dan realiseer ik me dat bij de dagopvang er op dit moment wel een paar lokale werkers rondlopen die hier raad mee weten. Dus snel daarheen gegaan en hulp ingeroepen. Dat bleek de juiste beslissing te zijn. Samen met één van de social workers weer naar de afvalplek. Zou het al te laat zijn?  Hoe ga ik me voelen als hij nu niet meer leeft?

Met een flinke zwaai gooit onze collega het karton aan de kant en roept de man in zijn eigen taal aan. Hij leeft! Al is daar alles mee gezegd. Hij rilt en bibbert en als we hem nu thee aanbieden gaan er snel twee koppen naar binnen. Hij heet David, althans met een lokale variant van die naam. We besluiten met de taxi naar de opvang te gaan waar David verder geholpen kan worden en een maaltijd krijgt. (o, wat had die taxichauffeur een slechte dag… een dakloze in zijn wagen)

Twee weken later zien we David weer. Hij ziet er een stuk beter uit. Het is ook lekker weer en hij zit voor de kleine buurtsuper bij onze flat. We spreken hem aan en vragen of hij soms brood wil. Nee, hij heeft liever sap en water. Brood had hij al op…We nemen wat voor hem mee en hij is verbaasd als we hem bij zijn naam noemen. Dat had hij niet verwacht!

Inmiddels zijn we weer een week verder. Ons land is in complete lockdown gegaan…Alleen met een formulier de straat op om boodschappen te doen binnen een straal van 1,5 km.  En ook is er een avondklok. Vanaf 20.00u tot de andere morgen mag niemand op straat. Wat betekent dat voor de daklozen? Waar blijft David? We weten het niet…

De dagopvang moet er ook aan geloven en wordt gesloten. Dat is een tegenvaller. Wie kan de daklozen nog helpen? Maar nood maakt creatief! Eén van de werkers woont niet al te ver bij de dagopvang vandaan en ziet kans om op de dagen dat er anders een maaltijd klaar wordt gemaakt nu kant-en-klare pakketjes te maken die de daklozen mogen meenemen. Eén per persoon, zoals de tekst aangeeft, maar volgens onze directrice is dat geen probleem, ze zullen zo nodig een pakket voor een ander meenemen. Al snel is het tafeltje leeg en zijn er gelukkig daklozen die niet zonder eten de dag door moeten!

Deze blog is geschreven door werkers in Centraal-Azië. Vanwege de veiligheid kunnen wij geen namen noemen van de werkers.



Reageer op dit artikel