De dominee die nog niet van opstaan wist

ill860
Daan en Judith van der Kraan | Plaatsingsdatum: 7 juni 2019 | Namibië

Een typisch zendingsplaatje? 

Soms vind ik mezelf opeens in een ‘Alle Volken-plaatje.’ Ik moet dat natuurlijk meteen recht zetten, want ‘Alle Volken’ is een sprankelend blad dat de veelzijdigheid van mensen en zendingsplekken laat zien. Dat ik bij het ene plaatje wél aan het GZB-blad denk en bij het andere niet, zegt dus meer over mij dan over de ‘Alle Volken.’

Maar de gedachte kwam wel bij me op, toen ik in het noorden van Namibië in een kerk van hout en klei die in het midden van niets stond, een aantal Himba mannen en vrouwen voor me zag. Een paar zaten op plastic stoelen, een paar op de grond. De meesten van hen in traditionele kleding, de vrouwen met de typische rode klei over hun huid gesmeerd, en een paar kinderen die nieuwsgierig naar binnen keken. En een dominee die nog niet van de opstanding uit de dood wist…
 

Rode klei en een boete voor de dominee

Samen met Ngate, een oud-student van NETS van begin 50, was ik een paar dagen op reis naar het noordoosten van Namibië. Naar Opuwo, om precies te zijn. Hoewel Ngate als kapelaan bij het leger werkt, heeft hij het verlangen om uit te reiken naar mensen in verschillende gebieden in het noorden van Namibië. Hij had me er al vaker over verteld en nu kon ik eens met hem mee. We zouden enkele mensen bezoeken die via NETS afstandsonderwijs volgen. En daarnaast zouden we op één of twee andere plekken wat Bijbelstudie doen – of gewoon maar zien waar we de mensen het beste mee zouden kunnen helpen. Ik was zelf nog niet in dit gedeelte van Namibië geweest en was ook wel benieuwd hoe het zou zijn.

Opuwo ligt in de Kunene regio, een immens gebied dat nog vrijwel ongerept is. En waar de Himba’s wonen, een volk dat nog zoveel mogelijk traditioneel leeft. Met name bij de vrouwen is dat te zien: die dragen weinig kleding en smeren zich dik in met een soort rode klei. Het is een gebied waar een traditionele en een moderne manier van leven nog naast elkaar bestaan, hoewel het de vraag is hoe lang met name de nieuwe generaties ervoor zullen kiezen om traditioneel te blijven leven.  

Ook in verschillende kerken speelt de culturele traditie nog een grote rol. Zo gaf ik een familielid van Ngate een lift, samen met zijn vrouw en nog een paar anderen. De vrouw wilde achter in de laadbak van onze auto klimmen, maar ik stelde voor dat ze gewoon in de cabine kon zitten. Daarop klom haar mán – een dominee – achterin. Ik liet het maar gebeuren, onwetend dat dit cultureel eigenlijk niet hoorde en dat de ouderlingen van de kerk nu zouden nadenken over een soort boete omdat hun dominee, en zijn vrouw, niet op de juiste volgorde in de auto zaten. Toen ik het hoorde voelde ik me direct weer een beginner-zendeling. Dom.

Maar, vroeg ik me ook af: kent deze kerk wel zoiets als genade? En toen ik later hoorde dat de vrouw in mijn auto één van de twee vrouwen van de dominee was (polygamie komt nog geregeld voor), werd me nog meer duidelijk hoe groot de invloed van de cultuur op de kerk kan zijn. Water bij de wijn is niet goed, maar traditie kan ook een gevaar zijn voor de kerk.

Het huis van God

Gelukkig kreeg het Evangelie óók een kans. Nadat we bij de kerk van de betreffende predikant kwamen en er zo’n twintig volwassenen bij elkaar waren werden Ngate en ik officieel welkom geheten. Na alle officiële begroetingen werd duidelijk dat ik alle ruimte had om zelf een Bijbelstudie te geven.

In Namibië zijn veel mensen wel bekend met verhalen uit de Bijbel. Maar als je ze vraagt naar de rode lijn door al die verhalen, over God Die bij mensen wil wonen, blijft het vaak stil. Ik koos er daarom voor om het ‘verhaal’ van de Bijbel te vertellen in een paar grote stappen, van de schepping en het paradijs (Gods eerste woonplek op aarde) naar Israël, Jezus en de kerk. Door het offer van Jezus, en door de Geest die in ons woont, zijn wij als gelovigen nu Gods tempel (zie Efeze 2). En uiteindelijk wordt deze hele wereld vernieuwd tot één grote woonplek van God en mens samen (Openbaring 21).

Ik probeer daar een aantal kernbegrippen van het geloof (ongehoorzaamheid, vergeving, herstel van de relatie met God, heilig én uitnodigend leven) in te verweven. En eigenlijk is het beeld van een huis steeds heel sterk. Want als iemand in jouw eigen huis steeds weigert te luisteren, stuur je die dan op een gegeven moment niet weg? En als je zo iemand dan toch weer in huis uitnodigt, en zelfs ‘kind in huis’ maakt, laat dat dan niet heel veel liefde zien?


De dominee die nog niet van opstaan wist

Na een klein uur (inclusief tolken) was ik klaar en gaven verschillende mensen een reactie, met de leiders van de kerk voorop. Dat is het moment waarop de rest van de gemeente kan horen of de ouderlingen en predikanten het met me eens zijn of niet. En of zíj mijn boodschap dus ook kunnen accepteren, of niet.

Wat me in deze reacties het meest raakte, was toen een andere predikant die ook aanwezig was, me bedankte en zei dat hij wat nieuws geleerd had. En zomaar terloops vertelde hij dat het nieuw voor hem was om te horen over iets ná de dood. Daar was hij blij mee, want dat wist hij nog niet…

Er was niet heel veel tijd meer om er op te reageren, en ik bedankte hem daarom vriendelijk voor zijn reactie en verduidelijkte dat de opstanding inderdaad heel belangrijk is. Dat we juist hoop hebben omdat we weten dat het leven niet ophoudt bij de dood. Als Jezus niet uit de doden is opgestaan, wat hopen we dan nog? Waarom zouden we dan zoveel moeite doen om christen te zijn? Als we zélf niet opstaan, wat heeft geloven dan voor meerwaarde?

Met allerlei gedachten reed ik later weg bij deze groep mensen. Dankbaar, aan de ene kant, dat een eenvoudige Bijbelstudie zoveel impact kan hebben. Dat God déze man daar ook bracht, en hem de openheid gaf om te luisteren en iets ‘nieuws’ te leren. Maar tegelijk: als predikanten het christelijke leven niet kénnen of niet léven, hoe zit het dan met de rest van de kerk? Hoeveel werk is er dan nog niet te doen?

Na een paar dagen rijden we terug naar Windhoek. We reflecteren op de ervaringen in Opuwo, en we praten over een heel aantal dingen rondom ‘evangelie en cultuur.’ En over mogelijkheden die Ngate ziet voor missie in Namibië. Uitdagingen genoeg. Maar ondertussen ben ik dankbaar en vertrouw ik op God. Want ik denk terug aan het eerste jaar dat Ngate bij NETS studeerde, en hij nog leek te zoeken naar wat het evangelie precies betekende. Totdat hij in het tweede jaar, na de zomer, terug kwam. En een ander mens leek te zijn. Gegrepen door genade. Vol van hoop, en nu ook van enthousiasme om naar anderen uit te reiken. God aan het werk!
 
 

Reageer op dit artikel