De zwarte dag

ill860
Heleen van den Berg | Plaatsingsdatum: 8 oktober 2018 | Libanon


Elke week sterven er twee buitenlandse huishoudelijk werkers in Libanon.


Elke week.

Twee - meestal jonge - mensen die ver van huis en haard hun dood vinden.
Vaak door zelfmoord of onder verdachte omstandigheden.
 
Ze komen uit landen als bijvoorbeeld de Filipijnen of Ethiopië en hebben het zwaar te verduren. In veel gevallen worden identiteitspapieren afgenomen door hun werkgever, mogen ze het huis niet verlaten en worden ze lichamelijk en geestelijk misbruikt en mishandeld. En als ze proberen te ontsnappen, lopen ze het risico opgepakt te worden en in de gevangenis te belanden.
 
Moderne slavernij  
 
Een paar weken geleden stonden we als kerk stil bij deze grote tragedie die onder onze ogen plaatsvindt. Er werd een rouwdienst gehouden voor Lembibo, een Ethiopische vrouw van 26. Haar baby stierf kort na de geboorte in het ziekenhuis en zij zelf werd een paar dagen later onder verdachte omstandigheden gevonden in het zwembad van de man die haar zaken behartigde. 
De rouwdienst werd georganiseerd in samenwerking met de ‘Anti-Racism Movement’. Veel van de aanwezigen waren buitenlandse huishoudelijk werkers en Libanezen, zowel christenen als onkerkelijken. Onze predikant noemde het “onrecht, de agressie richting anderen, de inbreuk op en ontkenning van hun rechten, een volks-misdaad waarvoor we eens ter verantwoording zullen worden geroepen.”
De kerk wil niet langer meer stil zijn in dit grote onrecht. “Corruptie is niet datgene wat slechte mensen doen, maar het is in de stilte van de kerk en van hen die toekijken.” Een uitspraak die om daadwerkelijke consequenties vraagt.
 
Wat mij diep raakte, waren de momenten waarop Libanezen om vergeving vroegen voor de daden van hun land aan de aanwezige Ethiopische en andere buitenlandse werkers. Ik moest denken aan Daniël en Nehemia die op de bres stonden voor hun volk en de zonden van de hele natie beleden.
 
Een andere voorganger nam ons mee naar het lijden achter de voordeur. Wie hoort het huilen van de onderdrukte vrouw? Wie ziet de angst van het jonge meisje, opgesloten in haar kamer? We lazen psalm 94: Zou Hij die het oor plant, niet horen? Zou Hij die het oog vormt, niet zien? Dan is er toch troost. In het diepste lijden. God de Schepper hoort en ziet de eenzamen. Zijn schepping. Hij die hen schiep naar Zijn beeld, zou hen ooit vergeten?

Temidden van al dit onrecht en al deze wreedheid is er één waarheid die overeind blijft staan: er is tòch gerechtigheid en barmhartigheid in dit universum. En zij ontmoeten elkaar aan de voet van het kruis. Daar, in het diepste lijden dat er ooit kan plaatsvinden, werd gerechtigheid en barmhartigheid mogelijk gemaakt voor allen die bidden: Vader, vergeef.
 
En zo sloten we af in verschillende talen: Onze Vader, vergeef ons onze schulden, … gelijk ook wij onze schuldenaren vergeven. Ik stopte voor een moment. Ook al die Ethiopische mannen en vrouwen baden dit. ‘Gelijk ook wij vergeven…’ Hoe is dat ooit mogelijk? Alleen door overvloeiende genade.
 
In de stilte die volgde, werden kaarsen ontstoken en stegen onze gebeden op voor de familie van Lembibo en voor alle andere mannen en vrouwen die in vergelijkbare omstandigheden moeten leven, hetzij in Libanon, hetzij daarbuiten. 

 
  • Bid mee om een omkeer in denken, zodat dit onrecht zal stoppen.
  • Bid ook mee voor alle niet gelovigen die diep geraakt zijn door de manier waarop de kerk zich kwetsbaar opstelde in deze situatie.
 

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.