Democratie in de kerk

ill860
Leendert en Nelleke Wolters | Plaatsingsdatum: 5 mei 2016 | TsjechiĆ«

“Vandaag moet je mee naar de Tsjechische kerk, want we moeten stemmen”, hoor ik met enige regelmaat mijn man tegen me zeggen. Hoewel we lid zijn van een Tsjechische kerk, wil ik nog wel eens met onze kinderen naar de internationale kerk gaan. Onze kinderen begrijpen het Tsjechisch niet zo goed, en in de internationale kerk hebben ze meer vrienden. Maar er zijn zondagen dat een uitstapje naar de internationalen geen optie is. Als er gestemd moet worden in de Tsjechische kerk, dien ik wel van de partij te zijn. Niet alleen omdat dat mijn dure plicht is als kerklid, maar ook omdat mijn stem belangrijk is. Het aantal leden in onze kerk is dusdanig klein dat het soms moeilijk is om de verplichte 2/3 van de stemgerechtigde leden bij elkaar te krijgen. En dus ben ik waar ik nodig ben.
 
Maar dat gaat niet altijd van harte. We moeten namelijk heel váák stemmen. En voor ongeveer alles wat er te bedenken valt, de benoeming van een pastor die allang aan de gemeente verbonden is, het budget van de gemeente, en zelfs of een bepaald gemeentelid namens de gemeente naar een conferentie mag gaan. En dat is voor een PKN-er die dat niet zo gewend is, af en toe een beetje teveel van het goede. En ik vind het persoonlijk niet de moeite om te gaan stemmen over of het gemeentelid afgevaardigd wordt of niet. Maar regels zijn regels en dus ben ik er.
 
Het zet me wel aan het denken. Waar komt deze drang tot overdemocratie drang vandaan? Zou echt iedereen het volkomen logisch en wenselijk vinden om bij alles een vinger in de pap te hebben? En waarom dan? Een blik op de geschiedenis geeft mij een vermoeden. Aangezien in bijna alle gevallen waar bepaalde verschijnselen vragen oproepen het gewoon het makkelijkst is om het communisme als zondebok maar weer van stal te halen, zal dat in dit geval ook wel weer een mogelijke verklaring zijn.
 
In de communistische tijd was de samenleving zeer hiërarchisch gestructureerd. Die structuur werd ook opgelegd aan de kerken, met als gevolg dat de autoriteit in de kerk bij slechts een paar leiders lag, volgens Juraj Kušnierik, een Slowaak die een case study over de Evangelicale kerken in Central Europa publiceerde. Maar machtsmisbruik ligt in zulke gevallen op de loer, en autoritair management in de kerk leidt vaak tot spanningen met de volgende generatie. Na 1989 was zulk autoritair leiderschap geen optie meer. De generatie die het communisme niet of nauwelijks heeft meegemaakt is onafhankelijker en accepteert dergelijk leiderschap niet meer, met als gevolg dat de kerkleiders hun de controle over de kerk uit handen zien glippen.
 
Als dat zo is, dan is een overdemocratisch systeem voor het leiderschap in de kerk misschien de enige manier om die controle nog vast te houden. Immers, als de gemeente ergens mee in heeft gestemd, dan heeft ze eigenlijk het recht niet meer om het er alsnog mee oneens te zijn. Of mijn verklaring van psychologisch koude grond waar is of niet, er spelen vast nog meer factoren een rol.
 
Hoewel het eigenlijk niet uitmaakt waaróm de dingen zijn zoals ze zijn, en vooral telt dát de dingen zijn zoals ze zijn, is begrip doorgaans een goed medicijn tegen onwil. Ik zal mij dus blijmoedig ter kerke begeven en mezelf scharen onder de zo broodnodige 2/3, om alwéér een mening te geven over iets waar ik eigenlijk geen mening over heb. Ik ben, dus ik stem, ja toch?
 

Deze column verscheen eerder in het Friesch Dagblad.   

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.