Lees meer » Jaarthema
2016-2017

Een beroep op onze rijkdom

ill860
Rieneke en Gert van de Pol | Plaatsingsdatum: 2 juni 2017 | Malawi

Allemaal vragen

In de eerste dagen nadat we onze woning in Ekwendeni hadden betrokken stonden er al heel wat mensen op de stoep die graag bij ons zouden willen komen werken: als tuinman, als hulp in de huishouding of als nachtwaker. De meesten van hen hadden voorheen voor andere blanke mensen hier gewerkt, bijvoorbeeld voor de families Van den Boogaart of Visser.
Natuurlijk waren we hierop al wel enigszins voorbereid. We kenden in elk geval de belangrijkste vragen waar we op dat terrein voor zouden komen te staan. Neem je personeel in dienst? Een tuinman? Iemand die huishoudelijk werk doet? Is het nodig om een nachtwaker te hebben? Hoeveel werk zou je voor ze hebben? Wat is dan een redelijk loon? Welke ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ hanteer je? En als je personeel in dienst wilt nemen – wie stel je dan eigenlijk aan? Hoe kom je er achter of iemand betrouwbaar is en zijn werk goed doet? Wat doe je als mensen die bij je werken (incidenteel of regelmatig) een beroep op je doen om financieel bij te springen in noodsituaties of om bijvoorbeeld het schoolgeld te betalen? En als iemand niet zo betrouwbaar is als je dacht, krijgt hij dan een herkansing? En eventueel ook een tweede en derde?

Piecework

Vragen genoeg, maar toen we naar Malawi vertrokken hadden we nauwelijks antwoorden op die vragen. Wel hadden we voor onszelf een paar voorlopige uitgangspunten genoteerd. Zo hadden we ons voorgenomen om in elk geval in de eerste maanden geen personeel aan te nemen, maar ons te beperken tot ‘piecework’: als we werk hebben schakelen we daar mensen voor in die betrouwbaar lijken – op grond van aanbevelingen of van onze eigen eerste indrukken. Het moest niet moeilijk zijn om dat aan mensen uit te leggen, dachten we, en dat was het ook niet: aangezien we in een volkomen nieuwe situatie terecht komen, kunnen we de eerste tijd gewoonweg geen besluiten nemen die gevolgen hebben voor de lange termijn. Dat kan pas als je hier goed thuis bent geraakt en de dingen wat kunt overzien.

De tuin en het huishouden

Op basis van ‘piecework’ gingen we al de eerste week in zee met een tuinman en met een huishoudelijke hulp. Twee reuze aardige mensen, die er betrouwbaar uitzagen en dat volgens anderen ook echt zijn.
We begonnen bescheiden, vanuit de gedachte: het is waarschijnlijk gemakkelijker om het werk dat je aan iemand toevertrouwt op een later moment uit te breiden dan het terug te schroeven. En beter starten met een schamele beloning die je al spoedig verhoogt, dan dat je na enkele weken tot de conclusie komt dat je met een te hoge beloning bent begonnen…
We kwamen dus met beiden overeen dat we hen voor elke werkdag MWK 1.000 zouden betalen. Voor Nederlandse begrippen een schijntje (ongeveer € 1,25), maar op basis van de informatie die we hadden ingewonnen leek ons dat voor hier een redelijk startpunt. Daarmee zaten we in elk geval ruim boven het op dat moment geldende minimumloon (MWK 690 per dag, inmiddels fors verhoogd, naar MWK 962). Bovendien zou in onze definitie een werkdag uit hooguit 5½ uur bestaan.
Hoeveel werk er in de tuin te doen is, konden we niet overzien.  Huishoudelijke hulp zou misschien soms welkom zijn, was onze inschatting, maar toch ook weer niet al te vaak: ons gezin hier bestaat maar uit twee personen en van geen van beiden kan gezegd worden dat ze een opgeruimd en superschoon huis bovenaan het prioriteitenlijstje hebben staan…
Wat een nachtwaker betreft: we besloten het eerst maar eens zonder te doen. Van ’s avonds zes tot ’s ochtends zes iemand in je tuin kan je misschien een veilig gevoel geven, maar het is ook een inbreuk op je privacy (die je hier toch al minder hebt). Bovendien konden we eerlijk gezegd geen goede reden bedenken waarom we een nachtwaker nodig zouden hebben. Als we er in Rotterdam-Zuid niet een hadden, waarom hier dan wel? Mensen in onze omgeving vonden soms dat we zeker een nachtwaker nodig hadden, maar als we vroegen waarom, kwam het antwoord zelden verder dan een constatering: bijna alle blanken doen dat nu eenmaal.

Kunstmest

Binnen enkele weken na onze eerste kennismaking begonnen de tuinman en de huishoudelijke hulp tijdens de koffie- en theepauze hun nood bij ons te klagen: het was hoog tijd om de geplante maïs van kunstmest te voorzien, maar ze hadden daar het geld niet voor. Zonder kunstmest zouden ze straks hooguit een schamele oogst hebben, en dat terwijl het afgelopen jaar al zo desastreus was geweest. Ze wisten niet wat te doen, want in de afgelopen jaren werd de kunstmest hen vaak geschonken – door mensen bij wie ze werkten…
Daar zaten we dan. Dat veel mensen in Malawi het in deze tijd van het jaar zwaar hadden, staat buiten kijf: de oogst was door de droogte vorig jaar inderdaad erg slecht geweest, de voorraden slonken of waren op en de nieuwe oogst liet nog maanden op zich wachten.
Het beroep dat deze twee vriendelijke mensen aan de koffietafel impliciet op ons deden was zonneklaar: zouden wij de kunstmest niet voor hen kunnen betalen, zoals ook andere blanken voor wie ze gewerkt hadden dat wel deden?
Tja, op zo’n moment maakt het natuurlijk niet uit of ze piecework voor je doen of een baan bij je hebben. Hier zitten twee mensen, die allebei een gezin hebben. We gunnen ze maar wat graag een goede oogst.
We voelen het grote verschil tussen hen en ons. Zij kunnen de kunstmest die ze nodig hebben niet betalen – ze zouden daarvoor elk ongeveer MWK 40.000 op tafel moeten leggen (= 40 dagen werken). Wij zouden er geen moeite mee hebben: ruim honderd euro (voor vier zakken kunstmest) is niet niks, maar we zouden er geen boterham minder om eten.

Het impliciete, maar dringende beroep dat op ons werd gedaan was helder.
En dus stonden we voor de vraag: hoe gaan wij hier mee om?

( Wordt vervolgd )

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • Cees de Mooij

    3 juni 2017, 02:58

    Hallo Rieneke, Gert, lastig dilemma, inderdaad, je zou geneigd zijn om te zeggen, hup betaal die € 100 en je helpt hen met de oogst voor een jaar. Anderzijds, of je nu arm of rijk bent, een aantal basisprocessen zijn nagenoeg bij iedereen gelijk. Dat betekent wat mij betreft dat ook de vrager een opoffering moet doen. Ik zou er € 50 aan willen bijdragen als de vragers 20% van hun oogst schenken aan mensen daar die behalve dat ze arm zijn niet in staat zijn om zelf iets te verbouwen. Maar ja, ik weet natuurlijk niet hoe dit soort voorstellen in Malawi worden gezien. Ik wens jullie beiden wijsheid toe bij dit soort dilemma's. Hartelijke groet, Cees
  • Mieneke Klok

    3 juni 2017, 04:41

    Boeiend verhaal. Wat lasting zulke vragen. We zijn heel benieuwd hoe jullie het opgelost hebben. Zien uit naar het volgende bericht "