Een Bijbel voor 390 euro...

ill860
Rieneke en Gert van de Pol | Plaatsingsdatum: 14 december 2017 | Malawi

Er is geen twijfel over mogelijk: het gebrek aan Bijbels stelt ons voor een van onze grootste uitdagingen. Of we nu trainingen geven over het opzetten en leiden van Bijbelstudiegroepen of dat we de ingevulde evaluatieformulieren lezen: altijd krijgen we terug dat het gebrek aan Bijbels voor uitdaging nummer een zorgt. Veel mensen in de kerk hebben geen eigen Bijbel.

De prijs van een Bijbel

Een Bijbel kost hier bijna 6.000 Malawische Kwacha (MWK). Dat lijkt niet veel: met de huidige wisselkoers (MWK 840 voor een euro) komt dat neer op zo’n € 7,20. Dat valt in het niet bij de bedragen die velen in Nederland in de maand december uittrekken voor Sinterklaas- of Kerstcadeaus.
Maar schijn bedriegt. Het plaatje ziet er heel anders uit als je die MWK 6.000 zet naast het wettelijk minimumloon in Malawi: ongeveer MWK 1.000 per dag. Wie in Malawi het minimumloon verdient en een Bijbel wil kopen, moet daar dus zes dagen voor werken.
Pas heb ik dat uit de losse pols eens om zitten te rekenen naar het minimumloon waar een 22-jarige arbeider in Nederland recht op heeft. Zes dagen werken levert in zo’n situatie netto ongeveer 390 euro op. Natuurlijk is er op zo’n rekensommetje genoeg af te dingen, maar mij helpt het wel om zo’n getal voor ogen te houden: voor heel wat Malawiërs kost een Bijbel echt een kapitaal. Daar komt bij, dat velen niet eens het minimumloon verdienen. Sommigen omdat ze leven van wat hun eigen akkertje opbrengt, en het is dan al prachtig als de opbrengst ieder jaar genoeg is om er als gezin en familie van te leven en er het schoolgeld van de kinderen van te betalen. Anderen hebben wel een baan, maar krijgen minder betaald dan het minimumloon. Ook dat gebeurt regelmatig, en wie daarover klaagt loopt het risico de volgende dag zijn baan kwijt te zijn.
Kortom: velen kunnen het zich niet of nauwelijks veroorloven om een Bijbel aan te schaffen.

Verkooppunten

Maar stel dat je geld gespaard hebt. Of je hebt in mei geld tot je beschikking – niet omdat je vakantiegeld is gestort, maar omdat je net hebt kunnen oogsten en een deel daarvan goed hebt kunnen verkopen. Stel dus, dat je een Bijbel wilt kopen en je hebt op de een over andere manier die MWK 6.000 bij elkaar. Ook dan is het kopen van een Bijbel nog niet zo eenvoudig. In de afgelegen dorpen zijn er geen verkooppunten. Daarvoor moet je in een van de drie grote steden zijn; als je geluk hebt vind je ook in andere, wat grotere plaatsen een winkel die Bijbels verkoopt. Velen moeten uren lopen om zo’n winkel te bereiken. Je kunt je natuurlijk laten vervoeren (per fiets, achter op een motor, of in een taxi), maar dan wordt de prijs van de Bijbel alleen maar hoger.
Ben je eenmaal bij zo’n winkel aangekomen, dan mag je blij zijn als ze er een in voorraad hebben in de door jou gewenste taal. Als dat het geval is, vragen ze in sommige gevallen voor die Bijbel MWK 1.000 méér dan je had verwacht. Dat is nu eenmaal de prijs die je betaalt als je in afgelegen gebieden woont, zeggen ze dan: de distributiekosten zijn gewoonweg een hoger. Voor niets gaat de zon op.
Met andere woorden: niet alleen de prijs weerhoudt veel mensen ervan om een Bijbel te kopen, maar ook de gebrekkige beschikbaarheid.

Een lagere prijs: taak voor het Bijbelgenootschap?

Regelmatig hoor of lees ik dan ook, dat Bijbels gesubsidieerd zouden moeten worden, zodat ze tegen een lagere prijs verkocht kunnen worden. Die roep is begrijpelijk. Maar dan dient zich natuurlijk meteen de volgende vraag aan: waar zou die subsidie dan vandaan moeten komen?
Je kunt denken aan het Bijbelgenootschap van Malawi. Die geeft de Bijbels namelijk uit, zoals het Nederlands Bijbelgenootschap dat in Nederland doet. Het Bijbelgenootschap bepaalt dus ook de prijs voor de Bijbels. De Bijbel is in een basiseditie beschikbaar in verschillende talen die in Malawi gesproken worden, zoals Chichewa, Chitumbuka, Chiyawo, Chitonga en Kingonde. Het is bewust beleid om ze allemaal tegen dezelfde prijs te verkopen. De kostprijs van de Bijbels is natuurlijk niet allemaal dezelfde: vooral de Bijbels in het Chichewa worden in hogere oplagen gedrukt dan die in bijvoorbeeld het Chitumbuka, de belangrijkste taal in ons gebied. Ook in Malawi geldt vanzelfsprekend: hoe hoger de oplage, des te goedkoper de kostprijs per exemplaar. Je kunt dus zeggen dat Bijbels in het Chitumbuka of Chitonga ten dele gefinancierd worden door de verkoop van Bijbels in het Chichewa. Ik begrijp heel goed dat het Bijbelgenootschap geen kans ziet om een lager prijskaartje te hangen aan bijvoorbeeld Chitumbuka Bijbels. Zou het dat doen, dan staan er natuurlijk meteen mensen uit andere taalgebieden op die willen dat ook ‘hun’ Bijbel goedkoper wordt.
Mede op grond van een recent gehouden onderzoek zal het management van het Bijbelgenootschap binnenkort besluiten, of er voor taalgebieden als het Chitumbuka een goedkopere (paperback)versie van de Bijbel zal worden uitgebracht. Als het besluit positief uitvalt, verwacht ik dat de prijs van die editie 20 tot 25 procent lager zal liggen. Niet spectaculair, maar alle beetjes helpen…

Een subsidie van de Synode?

Je kunt ook denken aan de Synode: kan die er iets aan bijdragen dat leden van de kerk de Bijbel tegen een lagere prijs kunnen aanschaffen? Het antwoord op die vraag is niet moeilijk: de Synode kan dat onmogelijk betalen. Er is al zoveel ‘gewoon kerkenwerk’ dat wegens geldgebrek niet gedaan wordt. De Taskforce Spiritual Health bijvoorbeeld, waar ik deel van uit maak en waar ik regelmatig mijn werk zou moeten bespreken, is het afgelopen jaar maar enkele keren bij elkaar geweest. Want vergaderen kost geld: de kosten die mensen maken om er te komen moeten vergoed worden, maar ook het flesje frisdrank en de ‘snack’ die tijdens de vergadering worden aangeboden. Bovendien vindt iedereen het vanzelfsprekend dat er na afloop een lunch wordt aangeboden, met natuurlijk een stukje kip- of rundvlees, dat de meesten thuis zeker niet dagelijks eten. De Synode, die de Taskforces een aantal jaren geleden in het leven heeft geroepen, kan dat allemaal niet betalen. Dus wordt er maar weinig vergaderd. Je merkt: dat werkt allemaal anders dan in Nederland.
Zelf merk ik dat ik het steeds meer ga missen: een groep mensen om me heen die elkaar regelmatig ontmoet, het werk doorspreekt, Bijbelstudie een warm hart toedraagt en zich voor de uitbouw van het programma verantwoordelijk weet. Een uitdaging voor 2018: dat zal op de een of andere manier toch echt anders moeten. En liefst zonder geldschieters vanuit het buitenland.

Buitenlandse donors vinden?

Want de donorafhankelijkheid is groot, merken we elke keer weer. Veel mensen die aangeven dat “Bijbels gesubsidieerd zouden moeten worden”, denken stilzwijgend aan donoren uit het buitenland. Als je op die lijn zit, is de belangrijkste uitdaging: vind een of meer donoren uit het buitenland die bereid zijn Bijbels te subsidiëren. Het zou me niet verbazen als sommigen met de stille hoop leven, dat ik – Bijbelstudiecoördinator uit het rijke Nederland! – daar wel voor zal gaan zorgen.
Natuurlijk denk ik daar zelf ook over na. Kan de GZB daar geen geld voor beschikbaar stellen, of het Nederlands Bijbelgenootschap? Ik noem maar wat. Zullen we een plan opstellen om in Nederland geld bij elkaar te krijgen, zodat Bijbels hier voor een lagere prijs – want gesubsidieerd – verkocht kunnen worden? Want hoe kun je nu eigenlijk bijbelstudie doen als mensen niet eens een Bijbel hebben?
Ik kan me vergissen, maar misschien is het niet eens moeilijk om daarvoor heel wat geld bij elkaar te krijgen. Een persoonlijk verhaal waarin iemand vertelt dat hij dolgraag een Bijbel wil hebben, met een indrukwekkend relaas waarom hij die echt niet kan betalen. Een aansprekende foto of video erbij – de man of vrouw in het armoedige hutje, een mager gezicht en versleten kleren – en je bent al een heel eind. Misschien.
Toch schrijf ik zo’n plan nog even niet. Want de grootste uitdaging ligt volgens mij ergens anders. Die begint bij wat mensen zelf in huis hebben en kunnen. Wat heeft de kerk, wat hebben gemeenten in huis dat ze (beter) zouden kunnen inzetten om de verkoop van Bijbels mogelijk te maken en te bevorderen? Dat begint niet met een lagere prijs van de Bijbel, maar dat het in elke plaatselijke gemeente mogelijk is om een Bijbel te kopen. Goede distributiekanalen zijn een eerste voorwaarde – en dat de kerk daarvoor zelf de verantwoordelijkheid neemt. Het gaat niet in de eerste plaats om geld, maar om een andere mindset en een stuk organisatie. Daar kunnen mensen zich zelf voor inzetten.
Heb je goede distributiekanalen, dan kun je ervoor zorgen dat er zeker in en kort na de oogsttijd (zeg maar: mei tot augustus) overal Bijbels beschikbaar zijn. Malawiërs mogen dan arm zijn – de meesten geven verbazend makkelijk geld uit zodra ze er eenmaal over beschikken. Sparen zit nu eenmaal niet in hun genen, dus als ze een deel van de oogst verkocht hebben en tienduizenden kwacha’s in handen hebben, lijkt een Bijbel van MWK 6.000 opeens een stuk minder duur.
Eigenlijk komt het dus ook aan op de kunst van het verleiden: mensen ertoe verleiden een Bijbel te kopen in de tijd van het jaar dat ze daar het beste toe in staat zijn en het meeste toe genegen. Bijbels moeten in en kort na de oogsttijd dus overal beschikbaar zijn.
Het komende jaar gaan we daarom – samen met het ‘Literature Department’ van de kerk – werken aan goede distributiekanalen. Eerdere pogingen daartoe zijn maar ten dele gelukt. We hopen te leren van wat niet goed ging en op dit gebied een paar stappen verder te komen.

Tweedehands Bijbels?

Binnenkort wordt eindelijk de nieuwe vertaling van de Bijbel in het Chitumbuka gelanceerd. Die zal ongetwijfeld voor gangbare prijs de toonbank over gaan: MWK 6.000. Maar wellicht kunnen we de lancering van deze nieuwe editie aangrijpen om goedkope, tweedehands Bijbels te verkopen aan mensen die er tot nu toe niet of nauwelijks een kunnen betalen. We richten ons dan in de eerste plaats op mensen die iets meer te besteden hebben dan de meeste mensen. Hen willen we aanmoedigen om de Bijbel in de nieuwe vertaling te kopen en daarbij hun oude exemplaar in te leveren. Als dat er nog goed uitziet, kunnen we hen wellicht een kleine korting op de nieuwe Bijbel geven. De op die manier ingezamelde Bijbels kunnen we dan verkopen: een tweedehands Bijbel voor een lage prijs.
We zijn benieuwd of we dat van de grond kunnen krijgen. Als het lukt zou dat mooi zijn: ook dan pak je vooral op wat mensen hier zelf in huis hebben. Je stimuleert elkaar om er met creatieve oplossingen voor te zorgen dat meer mensen een eigen Bijbel hebben.
Op een gegeven moment zullen we ook geld nodig hebben om zulke acties mogelijk te maken. We hopen dat we dat op de een of andere manier dan ook bij elkaar kunnen krijgen. Het zou mooi zijn als broeders en zusters in Nederland daar dan iets in zouden kunnen betekenen.
Dat geld gebruik je dan echter niet zozeer om Bijbels te subsidiëren, maar om mensen te bemoedigen (jullie hebben veel meer in huis dan je misschien denkt), hen te activeren, hen te stimuleren om samen hun verantwoordelijkheid te nemen. Je brengt de kerk, gemeenten en christenen al doende bij: de verspreiding van Gods Woord is onze verantwoordelijkheid en we kunnen daar – God dank! – ook handen en voeten aan geven.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.