Lees meer » Jaarthema
2016-2017

Een Mariazuil in Praag? Toch maar niet (voorlopig)…

ill860
Leendert en Nelleke Wolters | Plaatsingsdatum: 26 september 2017 | Tsjechië

De relaties tussen de Rooms Katholieke kerk en de Protestantse kerken in Tsjechië liep de afgelopen periode een forse deuk op. Aanleiding was het controversiële voorstel om de Mariazuil op het Oudestadsplein van Praag te herstellen. Hus versus Maria, schreef één van de kranten. Na het besluit van het stadsbestuur om de zuil niet te accepteren, staat het 1:0 voor Hus.
 
Al in 2008 schreef Peter Morée in zijn boekje over Praag: ‘er wordt een onzichtbare, maar verbeten strijd gevoerd over de vraag van wie het Oudestadsplein is’. Maria heeft de oudste rechten, schrijft Morée. De zuil, die tevens als reusachtige zonnewijzer diende, werd door de Habsbugse keizer Ferdinand in 1650 geïnstalleerd, uit dankbaarheid dat hij de Zweden buiten de deur had weten te houden tijdens de dertigjarige oorlog.
Hus maakte pas drie eeuwen later zijn entree, op 6 juli 1915. Precies 500 jaar na zijn sterfdag, Hus stierf als reformator en ketter op de brandstapel in Konstanz, werd zijn standbeeld onthuld. De feestelijkheden werden weliswaar overschaduwd door de eerste Wereldoorlog, maar waren een symbool van hervonden nationaal zelfbewustzijn. Drie jaar later werd Tsjechoslowakije opgericht en werden niet alleen de standbeelden van veel Oostenrijkse keizers verwijderd, ook trokken fanatieke burgers, onder leiding van Franta Sauer, de Mariazuil omver.

Maar met Morée’s woorden: er woedt een strijd rond het Oudestadsplein. In 1990 werd er een comité opgericht voor heroprichting van de Mariazuil. Maar de recente discussie begon vorige zomer, toen Aartsbisschop Duka een onderscheiding uitreikte aan beeldhouwer Petr Váňa, die al vijftien jaar de opdracht op zak heeft een nieuwe Mariazuil te ontwerpen. Hiermee schaarde de Rooms Katholieke kerk zich achter het initiatief en begon zij er ook actief voor te lobbyen.

In het najaar stuurde Duka brieven aan tal van kerkgenootschappen en vroeg hun om hun steun voor het initiatief. Daarop kwam de zaak ter sprake in de Oecumenische raad van kerken. Die wilde deze discussie niet op de spits drijven, en het dagelijks bestuur stelde een compromis-resolutie voor, waarbij men zowel de historische, als de politieke en religieuze aspecten van dit initiatief recht wilde doen. De raad wilde in geest van de oecumenische samenwerking de restauratie niet belemmeren, maar hoopte dat stappen in deze richting deel zullen uitmaken van een bredere dialoog over begrip van en waardering voor de 17e eeuw.
Duka nam dit voorstel als een blijk van steun, en ging er op die manier ook mee aan de haal in de media. De Oecumenische raad echter had wel gestemd óver de resolutie, maar niet vóór. Hoewel een kleine meerderheid had ingestemd met het voorstel, dient tweederde van de leden aanwezig te zijn voor een officiële stemming. De Oecumenische raad zag zich gedwongen om met een publieke verklaring te komen, en om duidelijk te maken dat haar leden geen gezamenlijk standpunt hadden kunnen innemen t.a.v. het voorstel.
En zo werd Oecumene ineens politiek. Alsof de raad überhaupt iets te zeggen had over het voorstel! Dat was uiteindelijk aan het stadbestuur. Dat stemde in maart in met verder onderzoek naar de mogelijkheden en uitwerkingen. Er verschenen visualisaties van het Oudestadsplein in de media en daarmee barstte de strijd pas echt los. Voorstanders zamelden handtekening in (15.000), tegenstanders ook (1000). Deze maand besloot het stadsbestuur, vanwege de controverse, de Marizuil toch niet opnieuw op te richten.
 
De Oecumenische raad legt ondertussen wel de vinger bij de zere plek. Deze voortdurende controverse over de vraag van wie het Oudestadplein is, van Hus (symbool van de Tsjechische reformatie), of van Maria (symbool van de Rooms-Katholieke kerk), is niet een theologische vraag, maar een historische. Het is dan ook niet de vraag vóór wie of wat de Mariazuil werd opgericht, maar dóór wie: Keizer Ferdinand van Oostenrijk. Daarmee was de zuil ook een symbool van onderdrukking, culturele repressie en gedwongen terugkeer naar de Katholieke kerk.
Het verlies van nationale identiteit en zelfstandigheid in de eerste helft van de zeventiende eeuw, is één van de open wonden in de Tsjechische samenleving. En daarmee staat de vraag van wie het Oudestadsplein is symbool voor een grotere vraag: (van) wie zijn de Tsjechen? En wat is de Tsjechische nationale identiteit? De afgelopen 27 jaar van vrijheid waren nog niet genoeg om die vragen goed te beantwoorden. Dat is echter wel hard nodig, omdat de samenleving zich te verhouden heeft tot de Europese Unie, bijvoorbeeld, en de vraag of vluchtelingen welkom zijn in het land. Alleen wie goed weet (van) wie hij zelf is, kan werkelijk de ander leren kennen.

Dit artikel verscheen eerder in het Friesch Dagblad.
 

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.