Lees meer » Jaarthema
2016-2017

Eilandvrouwen

ill860
Rik en Caroline Mager | Plaatsingsdatum: 12 oktober 2017 | Rwanda

“Ik ben Costasie. Ik woon op Ishwa, een eiland in het Kivu-meer. Ik woon daar samen met mijn 4 kinderen en een kleinkind. Mijn man heeft ons verlaten. Hij is nu ergens in Congo, ik weet niet waar. Of hij nog terug komt? Ik denk het niet, maar we hopen op een wonder. We hebben het niet breed. We proberen wat geld te verdienen zodat we kunnen eten. En we maken deel uit van een savingsgroep in de kerk. Pastor Michel begeleid ons daar heel goed bij. Vorig jaar hebben we dankzij de savingsgroep nieuwe kleren kunnen kopen. En dit jaar sparen we voor een geit. Als we dan kleine geitjes krijgen, kunnen we ze verkopen aan anderen. De melk drinken we hier niet. Maar het vlees vinden we heerlijk! Een paar jaar geleden zijn we erg gezegend. We woonden in een huisje gemaakt van modder. Als het regende, raakte het beschadigd en was het koud en vochtig. We waren vaak ziek. Maar een aantal bazungu (witte mensen) hebben voor ons een huisje van hout gebouwd. Dat was al een hele verbetering. Wel leefden we nog steeds op de grond, want ik heb geen geld om een bed te kopen of stoelen. Ik sliep op een rieten mat op de grond. Om het wat comfortabeler te maken had ik er twee klamboes onder gelegd. Als ik wist dat er mensen op bezoek kwamen, dan leende ik stoelen en banken van de buren. Maar nu hoeft dat niet meer, want via Mother’s Union heb ik stoelen, een tafel en bedden gekregen. Nu kan ik eindelijk goed slapen en mijn gasten ontvangen, zonder bij de buren te hoeven vragen om meubels.”
 
Costasie (rechts op de foto) is een van de vele vrouwen op de eilanden in het Kivu-meer. Het leven is er hard. Deze vrouwen leven in extreme armoede. Ze eten slechts een keer per dag. Elke dag ubugali (een dikke pap, gemaakt van cassavemeel) met wat vis die ze zelf vangen. Bonen zijn te duur. Bij hun huisje proberen ze groenten en bananen te verbouwen. Maar de opbrengst is laag, want de grond is uitgeput. En wat ze oogsten, verkopen ze liever op de markt dan zelf op te eten, zodat ze ook wat geld hebben voor de andere kosten. En als ze geen grond hebben om iets te verbouwen, gaan ze zelf van het eiland af om zich in Kamembe te verhuren als menselijke lastezel. De vrouwen sjouwen zware zakken met houtskool, rijst en groenten, met name naar de Democratische Republiek Congo. Na hun bevalling zijn ze met een week weer op pad om te sjouwen en soms nog wel eerder. Ze beschadigen hiermee hun lichaam, maar ook laten ze hun kinderen achter, zonder eten en vaak ook zonder zorg.
 
De mannen proberen hun geld te verdienen in de visserij. Ze zijn dan een maand weg. Aan het eind van de maand is het meer twee dagen gesloten om overbevissing te voorkomen en in augustus en september is het meer twee maanden gesloten. Dan komen ze even thuis. Veel geld brengen ze niet mee. Van de opbrengst van hun vangst kopen ze cassavemeel om hun dagelijkse maaltijden te bereiden en bier. Maar als ze thuiskomen, verwachten ze dat hun vrouw hen met eten opwacht en goed voor ze zorgt. De vrouwen raken in deze periode ook veelvuldig zwanger. Het wordt voor deze vrouwen steeds moeilijker om, naast de zorg voor hun gezin, aan de verwachtingen van hun echtgenoten te voldoen met de weinige middelen die ze hebben. Veel vrouwen worden daarom na verloop van tijd door hun mannen verlaten voor een andere, jongere vrouw, bij wie de geschiedenis zich herhaalt. De meeste mannen hebben minstens 3 vrouwen gehad, tenzij ze eerder overlijden.
 
Deze eilandvrouwen zijn sterke vrouwen. Ze blijven positief, ondanks alle obstakels die ze in het leven tegenkomen. Maar soms denk ik op bezoek te zijn bij een oude vrouw en dan blijkt ze een paar jaar jonger te zijn dan ik. De levensverwachting ligt hier beduidend lager dan op het vasteland. De waardering van onderwijs is laag. Veel ouders hebben zelf geen officieel onderwijs gehad en zien ook geen noodzaak om hun kinderen naar school te laten gaan, naast het feit dat ze er vaak geen geld voor hebben. Jonge kinderen komen wel naar school. Het is voor de ouders een mogelijkheid voor (bijna) gratis dagopvang. Maar de meeste jongeren verlaten school voor ze de basisschool hebben afgerond. Velen zijn analfabeet. Alles bij elkaar kunnen we concluderen dat deze
Vicieuze cirkel van armoedemensen vast zitten in de vicieuze cirkel van armoede (zie afbeelding).


 
In Mother’s Union proberen we door verschillende programma’s iets te doen voor deze vrouwen en hun gezinnen. Het begint bij dat we proberen de vrouwen te stimuleren hun kinderen in ieder geval de basisschool af te laten maken. Ook runnen we voedselprogramma’s, waar de ernstig ondervoede kinderen twee keer per week pap krijgen, gemaakt van maismeel, sorghum en soja, met een heleboel suiker. Het ziet er door de bruine kleur misschien wat smakeloos uit, maar het is ontzettend voedzaam. Soms kunnen we met een extra donatie ook wat meer doen, zoals een broodje erbij. De voedselprogramma’s zijn noodzakelijk, maar ook alleen gericht op de korte termijn. Er is een spreekwoord dat zegt: “give a man a fish and you feed him for a day, teach a man how to fish and you feed him for a lifetime”. Dat spreekwoord is inmiddels onze lijfspreuk als het gaat om zending. Uiteindelijk geloven we dat het leren vissen een echte oplossing kan zijn. Los problemen niet op voor mensen, maar geef ze tools in handen om zelf hun problemen op te lossen. Maak mensen niet afhankelijk, maar leer ze onafhankelijk te worden. Toch kan dat, vooral in het begin, alleen als je ook vis geeft naast het leren vissen. We proberen de vrouwen te leren hoe ze zelf voor hun kinderen kunnen zorgen. Tot het zover is, geven we in ieder geval hun kinderen twee keer per week een beker pap. Maar wat doen we dan met het oog op lange termijn?
 
Vrouwen als Costasie, die opgroeiden als analfabeet, geven we de kans om te leren lezen en schrijven. En de vrouwen zijn enthousiast. Eindelijk krijgen ze een mogelijkheid en er gaat een wereld voor hen open. Nu kunnen ze zelf de Bijbel lezen, aantekeningen maken tijdens trainingen, hun zaken regelen en brieven schrijven.
 
Een andere manier om onafhankelijkheid te bevorderen is gericht op het verwerven van inkomen. Zoals eerder beschreven gaan veel vrouwen op pad om te sjouwen. We investeren in praktische beroepsopleidingen (vocational training). De vrouwen komen samen in coöperaties om manden te maken. Die manden worden verkocht aan bezoekers, maar we krijgen inmiddels ook orders vanuit de VS. Andere vrouwen leren kleding naaien, zodat ze die kunnen maken voor anderen.
 
De vrouwen krijgen zo langzaamaan beschikking over een stabiel inkomen. Maar ze moeten daar ook mee leren omgaan. De verleiding is groot om het snel uit te geven. Daarom krijgen de vrouwen in savingsgroepen de mogelijkheid om te sparen. Elke week leggen ze zo’n 200-300 franc (20-30 cent) in de pot. Van dit geld worden in sommige groepen microleningen gegeven. De rente over die leningen wordt gedeeld. In andere groepen, zoals die van Costasie, sparen vrouwen voor een concreet doel: kleding, een geit, een matras of iets anders wat ze nodig hebben.
 
De getuigenissen van deze vrouwen zijn indrukwekkend. En vanuit onze westerse ogen leven ze nog steeds in moeilijke omstandigheden. Maar de hoop in hun ogen spreekt boekdelen. Er is een weg uit de vicieuze cirkel van armoede. En niet omdat ze alleen maar gewoon iets krijgen van de blanken, zoals ontwikkelingshulp in het verleden vaak georganiseerd werd (en helaas nog steeds wel eens, maar daar een volgende keer meer over). Deze vrouwen doen het zelf. Eilandvrouwen, vrouwen als Costasie, zij zijn mijn helden!

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.