Genade op straat

ill860
Gerard en Janneke de Wit | Plaatsingsdatum: 5 maart 2020 | Duitsland

Hoe laat je in het dagelijks leven zien wat het christelijk ingeburgerde woordje ‘genade’ betekent? Ik las eens in het boekje “Fruitfulness on the frontline” van Mark Greene, dat je dit kunt laten zien door iets te doen wat je niet hoeft te doen. Hij noemt dit ‘Ministering grace and love’. Geïnspireerd door deze woorden ga ik tegenwoordig regelmatig gewapend met mijn vuilnisknijper en vuilniszak de straat op om Lankow een beetje schoner te maken. Een beetje mooier. Niet omdat ik dat moet, maar uit liefde en genade voor de wijk. Met vaak mooie ontmoetingen als resultaat.

Laatst was ik er weer om een uurtje of 10 ’s ochtends. Terwijl ik volop geconcentreerd een chipszakje tussen stekeltakjes vandaan probeerde te manoeuvreren, schrok ik op door een diepe stem achter me: “Ja hallo, ik heb nog tien minuten voordat mijn tram vertrekt en ik moest echt even gaan kijken wat die jongeman daar doet.” Een grote man van halverwege de 60 keek me nieuwsgierig aan. We kwamen in gesprek en ik vertelde hem dat ik hier woon en mijn wijk graag help schoon te houden. Dat betekende het einde van mijn opruimactie voor die dag, want de tien minuten die deze man dacht te hebben, bleken bijna 3 uur te worden. We spraken met elkaar over alle mogelijke thema’s, terwijl hij regelmatig uit een klein flesje wat ‘brandstof’ bijvulde, zoals hij het zelf uitdrukte. Zijn bezoeken aan Nederland in het verleden, zijn eigen bedrijf, zijn auto’s, huizen, kinderen, zijn overleden moeder en zijn vriend die met alcoholvergiftiging in het ziekenhuis lag. Zijn leven had hij op orde tot in 2008 de crisis kwam. Zijn bedrijf ging failliet, relatie liep stuk en hij raakte alles kwijt. Wat hij over hield was zichzelf en de fles. Na een tussenstop bij de kiosk, waar ik hem graag een koffie aanbood als poging hem in ieder geval één keer vandaag van brandstof te laten wisselen (wat helaas mislukte), nodigde hij mij uit naar zijn huis. Al was het alleen maar om de foto’s te laten zien en te bewijzen dat hij geen onzin verteld had. Hij stond erop nog een koffie voor mij te kopen en zo gingen we richting zijn kleine appartementje en was ik weer een poos onder de pannen. Daar praatten we verder. Dat ik bij de kerk hoorde was allemaal best. Hij had zelf namelijk ook één keer in zijn leven gebeden, dat was voor een zieke kameraad. Maar die was toch overleden, dus dat had niet geholpen. Zelf was hij nog wel echt een heiden, maar – zo haastte hij te zeggen – nóg. Dat moest natuurlijk niet zo blijven. Ik mocht in ieder geval best voor hem bidden, al kon hij nu nog niet zo goed zeggen waarvoor. Dat zou hij nog wel sms-sen, we hadden namelijk al telefoonnummers uitgewisseld. Nu was het eerst tijd om nog een paar biertjes te halen in de winkel – afwisseling moet er tenslotte toch zijn – en dan te slapen. Die tram komt morgen ook wel weer.

Ik liep terug naar huis. Hij zag mij staan met mijn vuilniszak, waar anderen schijnbaar ongeïnteresseerd voorbij liepen. Hij maakte dat ik mij gezien voelde. Hij moest mij niet aanspreken, hij moest  geen koffie voor mij kopen, hij moest mij niet uitnodigen bij hem thuis, maar deed het wel. Hij liet mij daarmee een daad van genade zien en ik mocht hem deze dienst terug bewijzen.

Reageer op dit artikel