Het hele verhaal

ill860
Aalt en Anneke Visser | Plaatsingsdatum: 8 juli 2019 | Zimbabwe

Volle jerrycan

Een op en neer bewegende arm werkt als een stopteken. In het licht van mijn koplampen zie ik hem staan. Bij zijn voeten staat een groene jerrycan. Ik sta op het punt het industrieterrein te verlaten met een tot de laatste druppel met diesel gevulde tank. Weer een zorg minder, denk ik. Ik kan er weer even tegenaan. Autobrandstof mag hier dan relatief goedkoop zijn, het is een kostbaar goedje in dit Afrikaanse land. Gemiddeld staan mensen twintig uur in de rij voor een tankstation, althans als je niet kunt betalen met Amerikaanse dollars. 

'Achteraan aansluiten’ betekent soms dat je in je auto moet over-
nachten om dan in de vroege ochtend te ontdekken dat de pomp dry is. Al die tijd voor niets gewacht! Een aantal autobezitters kan het zich permitteren iemand in te huren, die tegen een kleine vergoeding  hun vijfdehands ‘japannertje’ of een ander door talloze gebruikerssporen getekend voertuig oprijdt in de richting van het pompstation. Hoe luxer de auto, des hoger de vergoeding, zou je zeggen. Maar dat schijnt niet veel uit te maken.

It’s petrol, sir!
Over ‘niet veel uitmaken’ gesproken: de man-met-de-groene-jerrycan, die daar uit het donker voor mij opdoemt, kan ik om de een of andere reden niet negeren. ‘Neem nooit iemand in je auto mee, die je niet kent’, is het allerwegen geldend advies. Maar íets in mij weerhoudt mij om deze verstandige raadgeving op te volgen, onder voorbehoud weliswaar. Want voor mijzelf ben ik al besloten: ‘Alleen als er diesel in zit mag hij bij mij instappen, want zo’n volle can benzine in je auto is gevaarlijk’. Bij navraag  wordt mijn vermoeden bevestigd: “It’s petrol, sir’’, geeft de man eerlijk te kennen. Ik heb dus nu een dubbel excuus: niet zomaar iemand een lift geven en zeker niet een onbekende persoon met een 20 liter van die licht ontvlambare brandstof. Levensgevaarlijk! Ik heb zelfs nog meer redenen om deze man langs de kant van de weg te laten staan. Want in een split of a second schieten de gedachten door mijn hoofd: ‘wat doet die man daar zo alleen in het donker, met dat blik benzine? Heeft hij zijn tank misschien leeggereden en staat zijn auto ergens aan de kant van de weg? Zo groot kan het probleem van deze man niet zijn, want bij dit tankstation kun je alleen met buitenlandse valuta betalen. En wie die valuta heeft, heeft het nog niet zo slecht’. Maar dan wint mijn hart het van al die redeneringen in mijn hoofd. Ik open voor hem het portier en zeg dat ik hem twee kilometer verderop zal afzetten bij de hoofdweg.

Lege maag
Vanaf dat moment krijgt het verhaal een onverwachte wending. Eenmaal in de auto begint mijn ‘petrol-passagier’ op mijn standaardvraag ‘How are you?’, zijn verhaal. Over de slechte levensomstandigheden in Zimbabwe gaat het. Over de lege tank van zijn ‘japannertje’, waarmee hij die dag nog net de medische kliniek heeft kunnen bereiken waar zijn vrouw met haar baby een bezoek moest brengen, twee honderd kilometer vanaf het dorp waar zij wonen. Over zijn lege maag praat hij, want geen geld om iets eetbaars te kopen voor zijn vrouw en hun kindje, op een paar biscuitjes na voor de hele dag. De met benzine gevulde jerrycan waar hij nog wat dollars voor had uitgespaard, is nu zijn laatste mogelijkheid om diezelfde avond nog met zijn vrouw en ‘de baby’ naar huis te rijden. Een volle jerrycan, maar een lege maag. Waar geef je prioriteit aan? Zo iemand kan beter zijn auto verkopen en met de bus gaan, toch? Maar wie ben ik om daar iets over te denken, laat staan te zeggen?
 
Supermarkt
Na zijn verhaal, dat iets van de schrijnende situatie in Zimbabwe weergeeft, besluit ik de man niet bij de hoofdweg af te zetten, maar naar een supermarkt in de stad te rijden met mijn volle tank en redelijk gevulde maag. Ik laat de man-met-de-jerrycan in mijn auto achter, met het raampje een stukje open tegen de benzinedampen en ga de winkel in om voor hem en zijn gezin een paar inkopen te doen. Dat dit een halfuur duurt, omdat ik bij de kassa niet kan afrekenen, aangezien het betaalsysteem niet werkt vanwege stroomuitval, neem ik op de koop toe. Samen gaan we naar de kliniek waar zijn auto met de lege tank geparkeerd staat. Ik wil vertrekken, maar hij wil dat ik wacht. “Ik wil u aan mijn vrouw voorstellen, want zij wil ook graag het gezicht van God zien”. Op dat moment kan ik alleen maar zeggen: “Let me go. Stay blessed. I do hope your wife will recover soon”.
 
Een ander verhaal
Van onze bloglezers komt regelmatig de vraag: “hoe gaat eigenlijk het met júllie? Want wij horen dat… of wij hebben gelezen dat…” en dan volgt er meestal iets over de miserabele toestand in het land, zowel economisch als politiek. In deze blog willen wij daarover graag iets met jullie delen.
Laten we positief beginnen om straks ook positief te eindigen. Terwijl ik (Aalt) deze blog schrijf, hoor ik Anneke fluitend bezig bij haar tweepits gasstelletje dat vandaag weer dienst doet, omdat voor de zoveelste keer van de week de stroom is uitgevallen. Hoe fijn wil je het samen hebben? Wat óns aangaat: wij hebben besloten ons dagelijks leven niet door dat ‘elektriciteit-issue’ te laten beheersen. Wij zijn dankbaar voor de gezondheid en kracht die wij ontvangen om ‘met hoofd, hart en handen’ te dienen op de plek waar we ons momenteel geroepen weten. Wij ervaren dit als een groot geschenk en danken God daar dagelijks voor. Daarbij hopen en bidden wij, dat ons niet iets zal overkomen waarvoor een (acute) medische behandeling nodig is, omdat in het hele land gebrek is aan basale medicijnen en andere medische hulpmiddelen. Wij proberen dit samen met de regio coördinator van de GZB zo goed mogelijk te monitoren. Dat geldt ook onze veiligheidssituatie.

Money matters
Het tekort aan de basale voorzieningen als stroom en water vraagt intussen veel van onze aandacht en energie. Daarnaast nemen ‘money matters’ de nodige tijd in beslag. Niet dat we financieel niet rond kunnen komen, maar het is een ingewikkeld en tijdrovend proces om van je euro een ‘bondnote’ te maken. Bondnotes staan voor een surrogaat betaalmiddel dat ze ‘RTGS’ noemen. Dat heeft niets te maken met de Nederlandse Stichting Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken. Wás het maar zo, want dan leverde het nog iets op. RTGS staat voor Real-time Gross Settlement Systems; systemen voor de overdracht van specialistische fondsen waarbij de overdracht van geld of effecten plaatsvindt van een bank naar een andere bank in ‘real time’ en op een ‘bruto-basis’. RTGS-betalingen leiden doorgaans tot hogere transactiekosten en worden meestal beheerd door de centrale bank van een land. Wie het vatten kan die vatte het. En als je denkt dat je het doorhebt, veranderen ze hier het monetaire stelsel van de ene dag op de andere. 
Intussen giert de inflatie door en is het voor het gros van de mensen zo goed als onmogeliIjk om in hun levensonderhoud te voorzien.
 

Half-half

How are you? In plaats van het gebruikelijke standaardantwoord I’m fine hoor je de laatste tijd veel mensen zeggen: so-so, half-half of not too bad. Want het past in de cultuur van Zimbabwe niet om zomaar te zeggen dat het slecht met je gaat. Iemand die bij ons onlangs wat laswerk kwam verrichtten, wees op de vraag ‘how are you?’ spontaan met zijn vinger naar boven: my Father in heaven knows! Daarmee drukte hij in één korte zin zijn hele geloofsvertrouwen uit.
Terugkomend op hoe het met ons gaat: het feit dat zoveel mensen om je heen zo’n moeite hebben om te overleven, heeft ook invloed op ons welbevinden. Je voelt je vaak zo machteloos. ‘Half-half’, om het op zijn Zimbabwaans-Engels te zeggen, is ook op ons van toepassing. Tegelijk zijn we dankbaar dat we met de ons gegeven middelen, waaronder ook jullie bijdragen, op bepaalde momenten en in schrijnende gevallen het verschil kunnen maken. Zo hebben wij voor ‘de blinde evangelist’ over wie wij in onze nieuwsbrief (juni 2019) schreven, alle benodigde hulpmiddelen kunnen aanschaffen, dankzij de spontane donaties van een aantal nieuwsbrieflezers.

Afzien en uitzien
‘Hoe gaat het met jullie?’, was de vraag. Het antwoord is uitgegroeid tot een heel verhaal. Maar dat is nog niet het héle verhaal. Behalve dat het goed met óns gaat, zijn wij dankbaar dat het ook goed met onze kinderen en kleinkinderen gaat. Wij missen hen erg en zij ons. Echt afzien is dat. Bij tijden voelen we dit zó sterk, dat we meteen in het vliegtuig zouden willen stappen om ze allemaal weer te zien en in onze armen te sluiten. In augustus verwachten we de geboorte van ons 11e kleinkind, bij Arjan en Ilse in Oegstgeest. Echter wij zullen hen waarschijnlijk pas in december ontmoeten. Daar zien we enorm naar uit. Intussen kijken wij dankbaar en blij terug op de tijd die wij met onze zoon Andries en zijn verloofde Fleur hier hebben doorgebracht in mei van dit jaar. Zij hebben zich in Zimbabwe verloofd, onder het toeziend oog van een koppel olifanten tijdens een privé safari waarop onze aanstaande schoondochter door haar toekomstige echtgenoot was verrast. Hoe romantisch wil je het hebben, in Zimbabwe?




Rejoice !

Wij eindigen dan ook graag positief.
Het hele verhaal is dat de energie die aan ons onttrokken wordt door al die dagelijkse sores van elektriciteit etc., ruimschoots gecompenseerd wordt door de lessen aan en omgang met de studenten, door de vrouwen die meedoen aan het naaiproject, door het samen met anderen opzetten van het steigerwerk voor de Timothy Leadership Training (TLT), door het vervullen van een aantal preekbeurten en de vele fijne contacten met zoveel lieve mensen hier. ‘In balans zijn’ heet dat in de wereld van psychologen en andere al of niet professionele zielkundigen.
Het hele verhaal is, dat het werk van God doorgaat, alle tegenwerking, teleurstellingen en tegenslagen ten spijt. Of om het te zeggen met de woorden uit een preek die we onlangs hoorden, naar aanleiding van Habakuk 3 vers 17, waarin het gaat over tegenvallende oogst, voedseltekort en lege stallen: God is in control, rejoice! Woorden boordevol bemoediging, die we -op verzoek van de voorganger- als gemeente hardop hebben nagezegd, tot driemaal toe zelfs! Want is daar niet het hele verhaal van God mee begonnen en zal daar uiteindelijk niet het grote (zendings)verhaal van God op uit lopen?!  Daarop nemen wij -in navolging van wat de apostel Paulus ons aanreikt in Filip. 4:4-, in het geloof een voorschot door het samen hardop te zingen: Rejoice in the Lord always!  Het zou zomaar het lied geweest kunnen zijn dat Anneke floot bij haar tweepits gastelletje.




 

Reageer op dit artikel