Het is móói geweest!

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 10 augustus 2021 

Na bijna 25 jaar neemt relatiebeheerder Bas Stolk (65) afscheid van de GZB. De laatste tijd was hij vooral bekend als coördinator van Project 10 27, het diaconale programma van de GZB. Daardoor had hij veel contact met diaconieën. Eén daarvan is met Dick Klein (69), diaken van de Hervormde Gemeente Giessendam/Neder-Hardinxveld.
 
Zes jaar lang hadden Klein en Stolk intensief contact. Klein beheerde geld van ‘zijn’ diaconie, Stolk had ideeën hoe die goed te besteden in Gods koninkrijk. Klein: “Als diaconie hebben we contact met veel organisaties. Bij de GZB twijfel ik nooit of het verhaal overdreven is.”
 
Hoe is jullie contact ontstaan?
Stolk: “In 2015 zocht ik contact met Dick. Wij hadden een ziekenhuisproject in Itendey, een plaatsje in het regenwoud van Congo. Dat hospitaal moest nodig worden opgeknapt, maar we hadden geen geld ervoor. Dick zei dat zijn gemeente sterk op de GZB betrokken is, en dat dit een verhaal is dat het goed zou doen, omdat zijn gemeente het verlangen heeft om in Gods koninkrijk van betekenis te zijn.”
 
Klein: “Bas heeft alles uit de kast gehaald om duidelijk te maken dat hulp in Congo nodig was. Wij beschikken over substantiële middelen en krijgen graag ideeën om dit goed te besteden. Dit wás zo’n goed idee. Het is plezierig dat de GZB ons doorlopend voorziet met informatie hoe het gaat met de renovatie van het ziekenhuis. Die rapportages zijn belangrijk, zodat we weten dat het geld goed wordt besteed.

Een ander onderwerp waarop Bas en ik hebben samengewerkt, was de evangelisatiebus voor het zendingswerk van Gerrit en Jorine van Dijk in de Oost-Duitse stad Rostock. Wij wilden opnieuw graag onze substantiële middelen nuttig besteden. Bas wist van het idee om een bus aan te schaffen die voor stadsevangelisatie kon worden omgebouwd. Eerst was het de vraag welke auto? Hoe moest die worden omgebouwd? Gelukkig hadden we een deskundig iemand in onze gemeente. We hebben een bakwagen gekocht en helemaal verbouwd met een team jongeren uit de gemeente. Het eindresultaat was uiteindelijk wat de familie Van Dijk beoogde.”

Dick Klein overhandigt de evangelisatiebus aan zendingswerker Gerrit van Dijk.
 

Meneer Klein, wat spreekt u aan in het contact met de GZB?
“De samenwerking is altijd heel goed. Als diaconie hebben we contact met veel organisaties. Elke organisatie komt een halfuur, drie kwartier op de negen jaarlijkse diaconievergaderingen om zich te presenteren. Bij de GZB twijfel ik nooit of het verhaal overdreven is. Bas heeft in de contacten ook altijd duidelijk gemaakt dat het goed is projecten af te maken.
Daarbij is de kracht van de GZB dat de medewerkers goed luisteren naar de gemeenten, maar ook duidelijk maken: wij zijn de professionals. We gaan het zó doen. De GZB heeft kennis en ervaring. Benut die gerust!”
 
Wat kan er volgens u beter in het contact tussen de GZB en gemeenten?
Klein: “Ik bepleit meer aandacht voor zendingswerk in Europa. Blijf niet alleen in Afrika en Azië. Ook dichterbij zijn er problemen en tekorten. De GZB zou erover kunnen denken hoe breed de organisatie wil werken.
Wat ik intern in de gemeente lastig vindt, is het gebrek aan samenwerking tussen zending en werelddiaconaat. Vroeger had je de trend dat daar gezamenlijke commissie voor ontstonden, maar tegenwoordig worden die twee eenheden te ver uit elkaar getrokken.
Dat ziekenhuis in Congo, waar de GZB-artsen Willem en Joanne Folmer werken, staat er nu. Inmiddels richten zij zich meer op missionaire activiteiten, met zending onder de pygmeeën. Dan zou het in onze gemeente van de diaconie naar de zendingscommissie moeten. Dat is jammer; het doet de belangstelling voor dit project geen goed. Jezus deed ook een én het ander.”
 
Stolk, als relatiebeheerder tot 1 juni jongstleden verantwoordelijk voor de ‘diaconale poot van de GZB’: “Daarop heeft de GZB geprobeerd met Project 10 27 een antwoord te geven. De GZB heeft daarbij nooit onderscheid gemaakt tussen woord en daad. Als iemand in de goot ligt, gaat het Evangelie met alleen woorden niet werken. Je zult hem toch eerst een beker water en een stuk brood moeten aanbieden.”
 
Klein: “Het onderscheid tussen missionair en diaconaal is theoretisch. Daar ligt een probleem, maar ook jullie kansen: de GZB heeft deze twee dingen onder dak: combineer beide elementen, noem het een missionair diaconaal-project. En maak van zorg voor de schepping het derde element waarin een enorme stap moeten worden gezet.”
 
Bas, jij neemt begin september afscheid van de GZB. Waar word jij warm van als het gaat om zending?
“Ik ben altijd bezig geweest om erachter te komen waar de gemeenten stonden met hun zendingsbewustzijn. Zet de missionaire thermometer erin: wat vraagt God van jullie? Willen jullie graag zelf een zendingswerker uitsturen? Komt het op het huisbezoek ter sprake met jongeren die nog een beroep moeten kiezen: ‘Joh, heb je weleens aan de zending gedacht?’ Organiseer een zendingscursus die de GZB gaat uitrollen! Zorg ervoor dat zending langs de tafelrand komt!”
 
Je kondigde je vertrek intern aan met de slogan “Het is mooi geweest!”, een zin met dubbele betekenis. Wat is er mooi geweest aan je 25 jaar GZB?
“Het is inderdaad tweeledig: na 25 jaar bij de GZB en ruim 45 jaar in het arbeidsproces vond ik het mooi geweest.
Maar wat bij de zénding mooi was, waren allereerst de contacten met de gemeenten. Ik probeerde altijd mensen mee te nemen om in beweging te komen voor zending. Om gemeenten te ondersteunen in het wereldwijde werk, via zendingswerkers en kerken en organisaties daar. Het past bij mijn karakter om dingen over te dragen, dus dat vond ik mooi.

Aan de Nederlandse kant zijn veel winstpunten te behalen. Net als 25 jaar geleden komt het missionair bewustzijn soms moeilijk voor het voetlicht. Vaak staat in de prediking in Gereformeerde Bondsgemeenten de toe-eigening van het heil centraal. Maar Gods zaak gaat verder. Die houdt in dat een christen er ook voor anderen mag zijn en voor hen een boodschap heeft.
Tegelijk heb ik veel geleerd van contacten met medegelovigen in het buitenland. Ik heb in Kenia met eigen ogen gezien hoe voorgangers met zeer weinig middelen, twee of drie naslagwerken, het Evangelie deelden met mensen die nog nooit eerder daarvan hadden gehoord. Ik heb gemerkt dat je door je aanwezigheid als zendingsorganisatie, je broeders en zusters elders kunt bemoedigen. Maar ze bemoedigen mij nog veel meer door - heel eenvoudig - Jezus Christus te belijden als hun Redder.”
 
Om op het buitenland in te zoomen: je maakte verschillende reizen voor de GZB. Welke reizen zijn je het meest bijgebleven?
“Eigenlijk alle. Zoals die naar Peru, toen ik samen met ds. Mark van Pelt in diens fourwheeldrive op 3600 meter hoogte in een bergstadje boven Ayacucho kwam. Door de hoogte kwam ik adem tekort. Maar daar, op de top van een berg, had de Quecha bevolking hun eigen kerkgebouw. Met twee gigantische geluidsboxen, die heel veel lawaai maakten. Waar mensen met een schaap in de kerk kwamen, of met een papegaai op de schouder. Hoe enthousiast de mensen stonden te zingen, en dat Mark van Pelt mensen doopte. Dat is zo’n onvergetelijk moment.



In Malawi ontmoetten we twee jongemannen die op een school lesgaven aan veel te veel leerlingen. Op zondagmorgen trokken ze de bergen in om mensen uit te nodigen om naar de kerkdienst te komen. Zo deelden zij het Evangelie. Al hadden ze de drie Formulieren van Enigheid niet direct beschikbaar, het was heel indrukwekkend.
In 2013 ervaarde ik ook zo’n hoogtepunt. Ik leidde een reis met geïnteresseerde gemeenteleden naar Indonesië. Zij wilde graag zien waar het zendingswerk van de GZB honderd jaar geleden onder de Toraja-bevolking was begonnen, met A.A. van de Loosdrecht als zendingswerker. Zij wilden met eigen ogen zien: Dáár liep deze eerste GZB-zendeling over de bergen, met zelfs een harmonium in zijn gevolg. En dáár, in Rantepao, werd hij vermoord. Dáár staat ook de eerste kerk van de Toraja’s. Bijzonder!”
 
Is er veel veranderd in het werk van de GZB?
“Nee, want het heil van Jezus Christus wordt nog steeds wereldwijd verkondigd. Toch is er in praktische zin veel veranderd. De communicatie is natuurlijk veel sneller geworden. Vroeger was een rondzendbrief van de zendingswerkers wekenlang onderweg, nu gaat de nood in een oogwenk de wereld over.
Het relatiebeheer bij gemeenten is ook sterk veranderd. Jarenlang was het tijdens zendingsavonden bomvol. Tegenwoordig zijn de mensen zo overspoeld met informatie, dat we liever ’s zondags na de dienst iets over zending met de gemeente delen. Dan heb je een groter publiek dan op zendingsavonden. De vraag is tegenwoordig: hoe bereik je over-geïnformeerde mensen met het zendingsverhaal?
 
Onlangs hield de GZB luistersessies in gemeenten met het oog op het nieuwe beleidsplan. Ook dat is niet anders dan wat we in de loop van de jaren regelmatig deden: ons oor te luisteren leggen in gemeenten. Vaak hoorden we terug: hou het eenvoudig. Kerkenraadsleden zeiden toen al: ‘Vertel niet al te ingewikkelde verhalen, maar vertel ons concreet wat Jezus Christus via het zendingswerk in Kenia en andere landen doet.’ De GZB doet het zendingswerk namens en in dienst van de gemeenten. De GZB is slechts intermediair. Het missionaire vuur moet in de geméénten branden.

Voor mijzelf is de cirkel rond. In mijn vorige woonplaats Oud-Beijerland was ik als diaken bezig met het beleidsplan van de gemeente. Toen zei ik tegen mijn vrouw, Rieneke: Wat zou het mooi zijn als er iets op mijn pad kwam om mij beroepshalve met zulk werk bezig te houden. De laatste vijf jaar kwam dit weer terug toen ik als coördinator van Project 10 27 beleidsmatig met diaconieën bezig was. Daarbij is zending Missio Dei; het is Gods werk. Hij schakelt ons, en ook mij in.”
 
Interview: Gijsbert Wolvers

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.