Het stof is nog niet neergedaald...

ill860
Kees en Esther van der Knijff | Plaatsingsdatum: 4 augustus 2021 | Libanon

4 augustus.
Het is precies een jaar geleden dat Beiroet werd opgeschrikt door een gigantische explosie.
Vandaag, een jaar later, vinden allerlei herdenkingen plaats.
We hopen en bidden dat ze in goede orde zullen verlopen.
 
Want het stof is nog niet neergedaald.
 
U heeft het vast gelezen in het Nederlandse nieuws: het gaat niet goed met Libanon. De opeenstapeling van crises heeft de mensen alle hoop ontnomen. Hoe het nog goed moet komen weet niemand hier.
 
Het geld wordt met de dag minder waard.
De prijzen stijgen, maar de lonen niet.
Er is een schreeuwend tekort aan cruciale behoeften als brandstof en medicijnen.
Het onderzoek naar de oorzaken van de explosie wordt op allerlei manieren gedwarsboomd.
Sinds augustus is het nog niet gelukt een nieuwe regering te vormen, de verschillende partijen houden elkaar in een ijzeren houdgreep.
 
Op het seminarie was een herdenkingsbijeenkomst.
Iedereen vertelde waar hij was op het moment van de ‘blast’ (=explosie).
Sommigen deelden hun emoties.
Woede.
Angst.
Kinderen met nachtmerries.
 
Maar ook: de mooie momenten van saamhorigheid daarna.
De dankbare mensen die opgevangen werden in de gebouwen van het seminarie.
De families die op weg geholpen konden worden met nieuwe spullen.
De lichtpuntjes in een donkere en onzekere periode.
 
We dachten met elkaar na hoe en wat je deze dagen kunt bidden.
Bidden om hoop.
Bidden om heling.
Bidden om gerechtigheid ook.
 
Dat laatste is wel een zoektocht, een worsteling ook.
In Nederland spreken klaagpsalmen en wraakteksten mensen vaak niet aan.
Maar hier ga je ze zomaar meevoelen.
Want wat is er een leed, en wat wordt er een onrecht gedaan.
 
Ik geloof dat de Bijbel ons alle ruimte biedt om te klagen en te bidden om gerechtigheid. Maar waar ligt de balans?
Wanneer lucht klagen op en wanneer versterkt het de wanhoop?
Wanneer slaat bidden om gerechtigheid om in haat jegens wie onrecht doen?
We zien de mensen om ons heen er mee worstelen en beginnen er iets van mee te voelen.
 
Wat kun je nu als buitenstaander betekenen in deze omstandigheden?
Zeker nu we hier pas een paar maanden zijn en druk bezig zijn onze draai te vinden.
Grote woorden spreken is niet gepast en voelt al snel goedkoop.
We zoeken het maar in de kleine dingen.
Er gewoon zijn.
Aandacht hebben.
Luisteren en meeleven.
 
Soms is alleen onze aanwezigheid al bemoedigend voor mensen.
Vorige week nog kwam een Libanese vrouw even achteruitrijden bij het tankstation.
Ze wilde me bedanken dat we ondanks alles nog hier waren en ons in wilden zetten.
Daar sta je dan met je mond vol tanden.
Bedankt door een wildvreemde vrouw terwijl je je zelf vaak nog zo nutteloos voelt.
 
Het onderstreepte nog maar eens:
In Gods dienst zijn het vaak de kleine dingen die verschil maken.
Misschien denken wij vaak wel veel te groot en te moeilijk.
Kleine instrumenten in de hand van een grote God.
Dat biedt hoop.
Hij biedt hoop.
Zelfs in de hopeloosheid van Libanon. 

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.