Huwelijksproblemen

ill860
Matthijs en Rosa Geluk | Plaatsingsdatum: 14 oktober 2019 | Peru

Zwaargeschokt was ze, de vrouw van een collega-predikant in Peru, toen ze bij ons op bezoek was en merkte dat mijn vrouw en ik zaten te kibbelen. In het Nederlands weliswaar, dus ze verstond er niks van, maar de toon maakte alles duidelijk.
Toen we er later vroegen waarom ze nu zo geschokt was, gaf ze aan dat het in Peru not done is dat een predikant ruzie maakt met zijn vrouw. In elk geval niet waar anderen bij zijn, want je moet het goede voorbeeld geven. Maar tegelijkertijd vond ze het een opluchting om te merken dat wij soms kibbelen. Ze maakt zelf ook wel eens ruzie met haar man, maar doet dan haar uiterste best om dat te verbergen, want ze gelooft werkelijk dat ze de enige predikantsvrouw is die haar man wel eens tegenspreekt.
We vonden het een opmerkelijke casus. Hadden we er fout aan gedaan om iets van onderlinge irritatie – wat toch gewoon een enkele keer voorkomt – te laten merken? Of stuitten we op een ander probleem? In een land als Peru, waar ongelooflijk veel huwelijksproblemen voorkomen, ben je inderdaad als christen geroepen om een goed voorbeeld te geven. Maar betekent dat goede voorbeeld dat je de schone schijn ophoudt en het laat voorkomen alsof een christelijk huwelijk altijd perfect is? Of kan het ook anders, dat je zoekt naar manieren om goed met onderlinge verschillen om te gaan?
Inmiddels hebben we als predikantsechtpaar al regelmatig te maken gehad met pastorale gevallen van  huwelijken die compleet kapot waren. De conflicten lopen hoog op. Vrouwen ontzeggen hun man de toegang tot het huis, mannen geven hun vrouw geen geld meer om boodschappen te doen. Meestal proberen ze conflicten te verbergen voor de buitenwereld. Leven in onmin gaat dus gepaard met heel veel schaamte.
Het is praktisch altijd de vrouw die huwelijksproblemen bij ons ter sprake durft te brengen. Doorgaans is zij (economisch) de zwakste en ziet geen andere optie om het probleem met ons te bespreken. Wanneer we de situatie proberen te analyseren, komt het probleem er bijna altijd op neer dat mensen niet hebben geleerd met elkaar te communiceren.
Of beter gezegd, ze leerden niet denken in het belang van de ander. Conflichten leiden dan niet tot inkeer en verzoening, maar tot een vicieuze cirkel van verdediging en aanval.  Om uit die cirkel te komen, wijzen we vaak op die prachtige tekst uit Filipenzen 2, 5 e.v.: ‘Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was’, wijzend op Christus Die zichzelf overgaf in het belang van de ander. Om van daaruit te komen tot een manier van omgaan met elkaar, waarin de ander niet als bedreiging wordt gezien, maar als aanvulling, zodat je samen kunt groeien.
Een andere collega-predikant drukte het mooi uit. ‘Mijn vrouw bekritiseert mij altijd’, zei hij, ‘en dat doet pijn. Maar ik ben het gaan leren zien als ají (hete peper). Eerst prikt het, maar daarna geeft het een heerlijke smaak in de mond. Want ze bekritiseert me niet om me af te branden, maar altijd om me te helpen!’

Deze column verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad.
 

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.