Kiezen en delen

ill860
Leendert en Nelleke Wolters | Plaatsingsdatum: 4 februari 2019 | Tsjechië

Het is zaterdag half vijf en het schemert al. De straat is glibberig vanwege de half gesmolten sneeuw die honderden voeten vertrapt hebben tot een grijze brij. Onder de kale donkere bomen staan mensen in kleine groepjes bij elkaar met een dampend bekertje koffie in de hand. Ze hebben net een warme hap op en de meeste hebben een tasje met sandwiches om mee rond te komen totdat ze morgen elders in de stad warm eten kunnen halen. Nu nog even een bak koffie en een kletspraatje en dan verspreiden ze zich weer over het centrum.

Rechts van me stoppen mensen lege pannen in hun tas en links duikt een oudere meneer op, met in zijn rechterhand ook een bekertje koffie. Hij draagt een te grote bruine jas en een slobberende spijkerbroek. Grote vriendelijke ogen onder borstelige grijze wenkbrauwen die onder een muts van onbestemde kleur uitsteken, kijken me aan. Hij heeft ingevallen wangen en een forse neus. Daar hangt een druppel aan.

Hij heft groetend zijn bekertje koffie naar me. Ik groet terug. Zonder koffie. Verschil moet er zijn.
   “Lekkere koffie, meneer?”
   Het is echt moeilijk om met een originele openingszin te komen. Een grote grijns splijt zijn gezicht in twee. Ik heb nu vol zicht op zijn onderkaak met daarin bruine stompjes als een rij boomstronkjes afgehakt op tandvleesniveau. De tand des tijds. Rechts onderin zitten nog twee kiezen. Die hebben net op volle toeren gedraaid om in korte tijd zoveel mogelijk eten te verwerken.

Hij knikt vrolijk en de druppel aan zijn neus knikt mee. Hij brengt zijn koffie naar zijn mond om een slok te nemen. O nee! Zometeen valt die druppel in zijn koffie. Het gaat goed. Hij begint een praatje. Elke keer weer verbaas ik me erover hoezeer tanden, of het gebrek daaraan, de verstaandbaarheid beinvloedt. Het gaat moeizaam.
   “Waar komt u vandaan?”
   “Ik kom uit Nederland.”
   Hij lacht. Ik lach terug.
   “Ah, Holandsko is mooi! Rotterdam, Rotterdam.”
   Het is voor de variatie prettig als iemand over Rotterdam begint in plaats van Amsterdam.
   “Bent u in Rotterdam geweest?”
   Hij knikt. De druppel ook.
   “Praagse post....vrrczfshrrvc..... Rotterdam.”
   “Ik begrijp u niet.”
 
Dat geeft niet. Hij mij ook niet. Het mag de pret niet drukken. Hij blijft glimlachen en ik ook. En hij knikt nogmaals. De druppel ook. Ik zie zijn rechterhand weer naar zijn gezicht bewegen. Die druppel! Hij mag niet in zijn koffie belanden, en ik ben bereid daar ver voor te gaan.
   “Wilt u een papieren zakdoekje?”, vraag ik snel.
   Zijn hand zakt weer omlaag. Hij knikt.
   Ik graaf in mijn tas en vind een half pakje. Met zijn vrije hand pakt hij het aan en stop het in zijn zak (dat was niet de bedoeling, meneer). Gedachteloos hevelt hij zijn koffie over van rechts naar links en graaft dan in zijn andere zak. Daaruit komt een dot wc-papier. Hij veegt er zijn neus mee af. Dat kan ook. Doel bereikt. Hij neemt nog een slok.
   “Rotterdam is mooi. Rotterdam is mooi”
   Hij lacht en knikt. Een piepklein druppeltje ook.
   Het gesprek zou nog uren kunnen voortduren, maar het is koud. We knikken elkaar toe en onze wegen scheiden zich.
   Volgende keer zal ik hem vragen hoe hij heet.
 

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.