Mens erger je niet

ill860
Willem en Joanne Folmer | Plaatsingsdatum: 2 mei 2015 | Democratische Republiek Congo

Omdat ik een afspraak heb met een pastor in de stad stap ik vol goede moed op de motor. Eerst even de band oppompen met mijn handpompje, daarna wat benzine in Fanta flessen kopen in het dorp, mijn helm opzetten en ik kan op weg. Het is ruim een uur rijden over een brede zandweg. Alhoewel niet geasfalteerd rijden de meeste auto’s er niet zachter om en halen regelmatig de 120 km is mijn idee.


Op weg naar Bunia

Onderweg kom ik ongeveer vier roadblocks tegen: een klein tentje met drie of vier soldaten. Echt gevaarlijk zien ze er niet uit, hoewel ze het de meeste mensen wel wat lastig maken. Maar ze werken dan ook erg veel met een heel mager salaris. De blanke dokter op de motor groeten ze echter vriendelijk en ze vragen beleefd om wat thee, brood of een sigaret. Ik beloof wat brood voor ze mee te nemen op de terugweg. Als ze het vriendelijk vragen is het geen omkoperij toch?


Hoe het pad verder loopt, zie je aan de mede-weggebruikers...

Als ik bij de stad in de buurt kom, merk ik toch mijn opluchting dat de agenten nu niet aanwezig zijn. Die zijn van een hele ander kaliber. Vragen al je documenten en er is altijd wel iets dat wordt gemist. Zo stond ik een keer een halfuur vast omdat we onze helm niet ophadden. Niet dat er iemand van de duizenden motorrijders een helm draagt, maar toch. Zeventig dollar contant leek ons echter wel erg veel en we konden na wat geduld ‘gratis’ verder gaan. Even daarvoor werd door een andere collega ons naar de verzekeringsplaat van de motor gevraagd. De motor was nieuw en ik was net op weg om die te kopen. Weer moest de motor aan de kant, deze keer was de prijs 120 dollar. Uiteraard zonder betaalbewijs. Gelukkig had ik bij het bureau waar ik mijn rijbewijs had gekocht goed contact met enkele invloedrijke personen. Die kwamen me na een tijdje te hulp en kregen de agent zo ver om me door te laten gaan. Aangekomen bij de verzekeringsmaatschappij keken ze verrast. Het gebeurt waarschijnlijk niet zo vaak dat er een verzekeringsplaat wordt gekocht, de bijbehorende papieren zijn in deze stad ook niet te krijgen, die hebben we nog tegoed. In de stad heb ik er in ieder geval weinig motors mee gezien.
Sinds deze gebeurtenis rijd ik altijd kriskras door de stad. Zodra er een blauw uniform in de buurt kom, draai ik resoluut om of stop ik alsof ik mijn bestemming heb bereikt. Tja, een mzungu op een motor is nou eenmaal kwetsbaar.
 
Wie wel aanwezig zijn als ik de stad wil binnenrijden, zijn de mannen bij de slagboom. In burger. Een tiener houdt me tegen en vraagt naar mijn paspoort. Als ik aangeef dat die in de hoofdstad is voor een visumaanvraag moet ik mijn motor neerzetten. Andere documenten zijn wel aanwezig, maar documenten die worden gemist zijn veel interessanter. Een collega met een grote zonnebril vraagt me om te  registeren. Kost slechts 10 dollar. In een blauw boekje dat in zijn hut ligt. Als ik de omkoperij weiger gaat de prijs al snel naar 5 dollar, maar er wordt wel weer gedreigd me mee te nemen naar het bureau. Ik laat me ongeduldig ontglippen dat ze het mensen die hier willen komen helpen wel erg moeilijk maken, maar dat helpt weinig. Als dit niet helpt start de jonge veiligheidsbeambte – want dat is hij – op mijn motor en sommeert me om achterop te komen zitten. Hij rijdt tergend langzaam in de vijfde versnelling over de hobbels en probeert me uit door aan te geven dat hij wel erg goed kan rijden. Ik beaam dit volledig en moet zuchten. Ik kan me er ontzettend over frustreren of het gewoon zien als een leuk spel; een soort levend Mens-erger-je-niet. Ik probeer nog wat te dreigen dat ik een belangrijk persoon ga bellen, maar het helpt weinig.
 
Het bureau van openbare veiligheid is niet ver weg, de bewaker geeft aan waar de motor geparkeerd kan worden en ik kan plaatsnemen op een van de plastic stoelen. Weer een andere man vraagt me naar de gegevens en neemt mijn Nederlandse rijbewijs in beslag.  Na een halfuur wachten arriveert de pastor waarmee ik een afspraak heb. Op de vraag wie hij is kaatst hij de bal terug naar de jongen ‘wat een onbeleefde vraag, je zou me moeten kennen’.
Na enige discussie blijkt dat al mijn papieren wel in orde zijn, maar dat ik geregistreerd moet worden bij het bureau van de openbare veiligheid. Daar had ik in vijf maanden nog niets van gehoord, maar het schijnt een standaard procedure te zijn. Helaas is de directeur niet aanwezig en zijn kantoor op slot, dus we moeten nog even wachten.
 
Uiteindelijk kunnen we na enkele gesprekken een klein kamertje binnen met twee bureaus en grote stapels papier op de planken. De directeur laat inderdaad zien dat andere buitenlanders een kopie van hun paspoort hebben ingeleverd. Ik moet een formulier invullen met onder andere de namen van mijn ouders en mijn geboorteplaats. Een foto heb ik niet, maar dat wordt door de vingers gezien. Kosten: 25 dollar. Ik bedank hem vriendelijk voor de aangeboden hulp. Als we na anderhalf uur buiten staan vraag ik aan mijn begeleider of het niet veel goedkoper en sneller zou geweest zijn om maar direct 10 dollar bij de slagboom te geven. Maar hij geeft aan dat ze me daar elke keer meer zullen laten betalen en als ik uiteindelijk weiger met alsnog naar het bureau nemen voor een officiële registratie. Omdat iedereen nu weet dat ik officieel geregistreerd ben, zullen ze me –waarschijnlijk- voortaan zonder moeite laten passeren.
 
En inderdaad als ik de volgende ochtend uit de stad vertrek, gaat de poort voor me open. Ik lach vriendelijk en wil gelijk flink doorrijden. Helaas gaat dat niet door, want nog geen 100 meter verder stopt een agent me. Wie ik ben, waar zijn mijn papieren en waarom is mijn verzekeringsplaat niet goed gemonteerd op mijn motor. Ik geef aan wat voor werk ik doe en nodig hem uit om bij gezondheidsproblemen ons ziekenhuis te bezoeken. Na enige tijd mag ik weer verder. Opgelucht dat de stad achter me ligt. Uiteindelijk kan ik weer even doorrijden. En dankbaar dat er zoveel moeite voor mijn persoonlijke veiligheid wordt gedaan. Waar hoor je dat nu nog? 


Bijna thuis, Nyankunde is herkenbaar aan de hevels (en de nieuwe rood-witte antenne)

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • André van der Beek

    5 mei 2015, 12:56

    Het gezegde "geduld is een schone zaak" krijgt zo wel een bijzondere dimensie.