Reageren of niet?

ill860
Danny en Tabitha Schurink | Plaatsingsdatum: 22 november 2019 | Slowakije

Zo af en toe, als ik berichten via Social Media lees, bekruipt mij het idee: “Ik móet hier een reactie op geven!”. Maar even zo snel komt dan de gedachte naar boven: “Maar hoe zullen anderen hier dan op reageren?”.  Dit gevoel bekroop mij ook afgelopen week, toen ik een bericht onder ogen kreeg op NOS.nl, waar een reactie werd gegeven op de ‘Mars voor het Leven’. 

 

Er waren veel (voor mij begrijpelijke) reacties vanuit een christelijk perspectief,  maar dát was voor mij niet eens de hoofdreden om eventueel te reageren. Dat gevoel kwam meer bij mij op door de vele boze reacties, die werden gegeven. Dat deed wel echt iets met mij. Als ik bijvoorbeeld iemands bewering lees dat een foetus helemaal geen kind is, dan schrik ik daar enorm van. Gelukkig mag ik dan weten dat God door Zijn woord spreekt, dat Hij mijn nieren heeft gevormd. Dat Hij mij weefde in de buik van mijn moeder (psalm 139, vers 13).


 
Mijn eerste reactie was dan ook: “Ik móet nu iets schrijven!” Maar wat dan? Want iets opschrijven en daarna een heel relaas terug krijgen, daar zit ik ook niet op te wachten!  Nee, het moet dan meer een bericht worden van: “Laten we elkaar accepteren, om wie we zijn, maar vooral elkaar de ruimte geven om een verschillende mening te hebben. Laten wij goed nadenken over wat we zeggen, maar vooral over wat wij schrijven.
Want het is natuurlijk wel heel makkelijk om vanuit onze veilige omgeving, met een kop thee in onze handen, een oordeel te geven over elkaar!
 
Wat ik mijn kinderen altijd voorhoud met het gebruik van Social Media als Whatsapp, Insta en wat dies meer zij: denk bij alles wat je schrijft goed na of je dat ook tegen iemand zou zeggen als hij of zij voor je neus staat. Maak je dan ook die opmerking? Reageer je dan ook zo fel? Zeg je het dan ook met zoveel woorden? Je moet jezelf wel kunnen verantwoorden voor alles wat je uitkraamt.
 
Social Media blijft een lastig ding. Hoe ga je er nu op een verantwoorde wijze mee om? Want het is te kort door de bocht om te stellen dat het helemaal verkeerd is. God heeft ons nu eenmaal geleerd om te communiceren. En waar dit in begin alleen nog mondeling was, werd dit later gevolgd door geschreven communicatie, zoals de Bijbel, maar ook nieuws via de krant en veel later het internet.
 
En welke mening de critici hierover in het begin ook hadden: inmiddels kunnen wij al niet meer zonder. Kinderen kunnen hun huiswerk niet maken, als er geen internet is. Je kunt op school geen afspraak meer maken met de leraar zonder gebruik van Magister. Ziekenhuizen en verpleeghuizen werken allemaal online. Het is niet meer uit te bannen uit ons leven.
 
Maar hoe mooi is het dat de Heere God ook deze ‘nieuwe’ middelen gebruikt om Zijn woord te verkondigen? Denk bijvoorbeeld aan Globalrize, het online zendingsplatform, waarmee honderdduizenden mensen, met honger naar het Evangelie, worden bereikt via internet. Zo mooi dat God ook deze middelen laat inzetten om Zijn prachtige en rijke Evangelie te verspreiden over de hele aarde!
 
Maar nu weer even terug naar waar het allemaal begon: het bericht van de NOS. Ik heb (nog) niet gereageerd. En dat is misschien wel een beetje laf van mij. Maar zou men naar mij willen luisteren? Zou men het van mij wel willen aannemen?
 
Ik kan en mag wel wat anders doen: bidden!  Voor de vrouwen en meisjes die abortus hebben gepleegd, of hiermee momenteel worstelen. Bidden voor diegenen die zo boos reageerden, naar aanleiding van het bericht op NOS.nl. Maar ook bidden voor alle mensen die werken bij al die belangrijke organisaties, om deze vrouwen en meisjes te helpen!

Bidt u, bid jij met mij mee? Want het gebed heeft een krachtige uitwerking! (Jakobus 5, vers 16)
 

 

Tabitha Schurink-Van der Meulen is in juli 2018 samen met haar man Danny en hun kinderen vanuit de Hervormde gemeente Genemuiden in samenwerking met de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) uitgezonden voor zendingswerk onder de Romabevolking in Slowakije.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.