Lees meer » Jaarthema
2016-2017

Schoolstrijd

ill860
Rik en Caroline Mager | Plaatsingsdatum: 14 juli 2017 | Rwanda

Een tijdje geleden schreef ik een blog over school. Hoe ziet een alledaagse schooldag eruit? Het leverde een aantal positieve reacties op. Sommige mensen vertelden me dat ze graag eens om het hoekje zouden kijken. Maar er zit ook wel een andere kant aan het leven op school, hier in Rwanda. Vandaag wil ik jullie meenemen in de strijd die het schoolleven mij soms brengt.
 
Ik wil allereerst voorop stellen: ik geniet van het lesgeven. Wat dat betreft is het jammer dat de academische pabo net na mijn tijd was. Misschien moet ik toch overwegen om t.z.t. nog mijn diploma te halen. Ik wist dat mijn hart klopte voor het onderwijs en heb genoten van de jaren dat ik op school liep als orthopedagoog. Maar nu zit ik nog dichter bij het vuur en dat bevalt me uitstekend.
 
Ik wist van tevoren dat de schoolsituatie in Rwanda niet te vergelijken is met Nederland. Het is een uitdaging, waar ik me met hart en ziel in heb gestort. Toch loop ik soms tegen beperkingen aan. Als het bijvoorbeeld gaat over topografie, hebben we geen beschikking over een kaart. Op een kompas weten de kinderen het verschil tussen noord en zuid, maar als je ze vraagt waar Kamembe ligt, hebben ze geen flauw idee. Ik ben me ontzettend bewust van de grote mogelijkheden die we in Nederland hebben. Wil je iets laten zien? Je zoekt het op internet op, laat het zien op het digibord en klaar is kees. Hier is überhaupt geen internet beschikbaar op school. En leerhulpmiddelen, zoals de kaarten die we vroeger op school hadden, zijn er ook niet. We beschikken enkel en alleen over een immens schoolbord: een grote strook op de muur, geschilderd met inmiddels afbladderende schoolbordverf. En als je iets wilt, zul je het zelf moeten tekenen. Helaas is mijn tekentalent nooit zo goed ontwikkeld... Maar goed, improviseren kan ik wel, dus meestal komen we er samen wel uit.
 
Er zijn echter een aantal dingen die me zwaar vallen. De eerste is de houding ten opzichte van leerlingen die niet zo goed presteren. Ze worden bestempeld als lui. Ze moeten gewoon harder werken. Dat was in Nederland vroeger ook zo. Ik wist het voor ik hier kwam. En toch valt het rauw op mijn dak. Want ik zie kinderen die zo hard werken voor een krappe voldoende! Of soms halen ze zelfs met hard werken nog een onvoldoende. Er zijn kinderen in primary 5, die niet kunnen lezen. In Nederland zouden ze extra hulp krijgen, wellicht een dyslexieonderzoek en een behandeling. Hier is daar simpelweg geen tijd voor. Toch neem ik die tijd, juist voor deze leerlingen. Ik zet de klas aan het werk en loop samen met de zwakke leerlingen individueel de stof door. Het vergt tijd, veel tijd. En het is nieuw. Dat zorgde er de eerste maanden voor dat het soms een chaos was in de klas. De kinderen waren gewend om hun antwoorden te kopiëren van elkaar. Dat betekende dat je dezelfde fouten overal zag. Maar ook dat de meeste kinderen weinig tot niets leerden. Het resulteerde in slechte resultaten op de toetsen aan het eind van de eerste termijn. Meer dan de helft van de klas had een onvoldoende gehaald. Het is voor mij een strijd geweest om ze zover te krijgen dat ze zelf aan de slag gingen. Maar het is gelukt. En nu zie ik zelfs een tegenovergesteld resultaat. Vorige week wilde ik dat ze samen met hun buurman aan een opdracht werkten. En tot mijn grote verbazing wilde vrijwel iedereen de opdracht individueel doen! De eerste resultaten worden langzaamaan zichtbaar. Bij de toets in het midden van de tweede termijn had inmiddels meer dan de helft van de klas een voldoende gehaald. En ondanks de waarschuwingen van mijn collega’s om de kinderen te vertellen dat ze harder moeten werken en niet zo lui moeten zijn, heb ik de kinderen uitgebreid geprezen voor hun goede prestaties.
 
Op school regeert de leerkracht met harde hand. Foute antwoorden, het vergeten op te schrijven van je naam boven een toets, het wordt rustig bestraft met een klap van de hand of een stok. En juist de zwakke leerlingen hebben het zwaar te verduren. Soms zie ik de angst in de ogen van mijn leerlingen voor hun leerkrachten. Mijn collega’s vertelden me: “Wacht maar, binnen een maand gebruik jij ‘m ook. Want anders leren de kinderen hier niet. Zeker als ze het doorkrijgen dat jij niet wilt, dan heb je geen respect meer.” Ik heb me er met hand en tand tegen verzet. Maar het is niet makkelijk. Soms merkte ik inderdaad dat de leerlingen de grens op zochten. In primary 4 vertelden de kinderen me: “Teacher, you get a stick.” Woorden die me door de ziel sneden. Wat brengt kinderen van een jaar of 9 ertoe om te vertellen dat ik hun klasgenoten moet afranselen? En op een gegeven moment ga je vanzelf twijfelen. Ben ik nu gek? Hebben mijn collega’s gelijk en moet ik gewoon niet zo moeilijk doen? Toch kan ik het niet. Inmiddels weten de leerlingen dat ze een fout antwoord mogen geven. Soms is het foute antwoord helemaal niet zo gek bedacht. Soms kunnen we er samen om lachen. Langzaam maar zeker durven ook de zwakke leerlingen hun hand op te steken. En waar ik aan het begin de leerlingen nauwelijks kon verstaan omdat ze bang waren een fout te maken, geven ze nu luid en duidelijk hun antwoord. En wat doe ik als kinderen zich wel misdragen of hun huiswerk niet maken? Dan moeten ze de klas dweilen of in de pauze binnenblijven (en in die tijd hun huiswerk maken).
 
Toch zit het probleem diep geworteld in de samenleving. Ouders hebben meestal geen tijd om zich met hun kinderen bezig te houden. Ook spreken ze geen Engels, terwijl dat de voertaal op school is. Dat betekent, dat zelfs als ze hun kinderen zouden willen helpen met hun huiswerk, ze dat simpelweg niet kunnen. En prestatie is belangrijk. De meeste ouders willen dat hun kind nummer 1 van de klas is. Dat is in Nederland trouwens vaak niet anders. Maar het grote verschil is, dat we in Nederland proberen de ouders te laten zien hoe hard hun kinderen werken voor hun resultaat. Hier zijn de leerkrachten soms haast slaaf van de ouders. Onlangs kwam er een moeder van een van mijn leerlingen op school. De leerling was een lief, rustig meisje dat enthousiast meedoet in de les. Ze is zwak, maar werkt tijdens de les hard. De moeder sprak geen woord Engels, alleen Kinyarwanda. Haar dochter werd door de klassenleraar (soort mentor) uit de klas gehaald. En voor de ogen van de leerkracht werd het kind de huid volgescholden. Vervolgens werd er een stok bijgehaald en toen pas ging de moeder echt los. Even later kwam ze de klas binnen. Ze eiste van haar dochter om op haar knieën voor de klas te gaan zitten. En tegenover de klas werd het meisje vernederd. Werkt het? Presteert ze nu beter? Nee. Ze doet wat ze kan en dat is het beste wat ze kan doen. En hoe harder de moeder schreeuwde, hoe meer ik ervan overtuigd was dat de moeder hier degene was die tekort schoot. Als ze haar huiswerk niet volledig maakt, is de moeder verantwoordelijk. Niet een meisje van 8, die als ze uit school komt na 17.00 uur ook nog thuis klusjes moet doen...
 
Sommige leerlingen zullen nooit naar de universiteit gaan. Moet het? Nee, ik denk het niet. We hebben tenslotte, ook in Rwanda, vaklui nodig. Ik denk aan Emmanuel, een guitige jongen uit primary 5. Toen ik op school begon, half maart, sprak hij geen woord Engels. Als je hem iets vroeg, kreeg je geen antwoord. Maar hij bloeit op. Zijn taak op school is om het eten voor de teachers van de keuken naar het lokaal te brengen waar we eten. En hij geniet ervan. Het is zijn verantwoordelijkheid. Als ik hem een compliment geef voor zijn uitstekende service, lacht hij. Ik zie hem over een paar jaar ergens in een restaurant werken. Dan zal ik me met plezier door hem laten bedienen, omdat ik weet dat hij zijn talent volop gebruikt. En zijn Engels? Hoewel zijn toetsresultaat nog altijd onvoldoende is, groeit hij. Hij kan inmiddels een tekst lezen en de juiste antwoorden vinden op de vragen. Hij steekt vol trots zijn hand op om een antwoord te geven. En hij kan smoesjes bedenken waarom hij zijn huiswerk niet heeft gemaakt. De rechtvaardigheid vraagt om een pauze binnenblijven of de klas dweilen. Maar stiekem ben ik trots op hem en wil ik hem eigenlijk een compliment geven voor wat hij doet. Wat heeft hij in 3 maanden veel bereikt!

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • Berna Bartels

    14 juli 2017, 08:32

    Wat mooi om te lezen Carolien dat je probeert jezelf te blijven en jouw principes toe te passen, zowel
    in het lesgeven en het omgaan met de kinderen. Dat zal zeker strijd kosten. Maar wat een bemoediging als je een kind ziet veranderen en vrijmoediger ziet worden, geweldig!!
    Ik zegen je met heel veel wijsheid en de liefde van onze Hemelse Vader om zo door te gaan en
    met Gods ogen naar de kinderen te blijven kijken. Alle goeds en Gods rijke zegen voor jou en voor Rik.
  • Hanneke

    16 juli 2017, 10:16

    wat n goeie blog! ondanks dat het voor jou gevoel misschien moeizaam gaat heb je al veel bereikt in korte tijd! blijf je liefde geven aan de kids! je bent een aanwinst voor de maatschappij daar! ;)
    wil je me weer n keer appen... ik ben op één of andere manier je nummer kwijt door een telfoonwissel.... groetjes en ga zo door! x van Han
  • Arja den Dekker

    17 juli 2017, 10:40

    Hallo Caroline,
    Dat is inderdaad een strijd, niet alleen op school maar vooral ook in jouw hart en leven.
    Jullie proberen daar te helpen en zijn opbouwend bezig, met liefde voor deze mensen en kinderen.
    Deze manier van doen past daar totaal niet in. Wat een strijd. Maar hoe goed moet het voelen als je ziet en merkt dat jouw manier van benadering zoveel positiefs uitwerkt.
    Mooi boeiend verhaal, ik heb het ook door gestuurd naar Christine. Houd vol en weet dat God met jullie is. tante Arja