Seks buiten het huwelijk

ill860
Laurens Jan en Lourina Vogelaar | Plaatsingsdatum: 23 mei 2019 | IndonesiĆ«

Het kan dat de titel van deze blog u op het verkeerde been zet, maar ik zou u/jou als lezer eens willen vragen met mij mee te denken. Het gaat over de rol van de overheid. Hoever gaat die rol, volgens u/jou? Of is dat context-gebonden?
 
Laat ik eerst uitleggen hoe ik bij deze vraag kom. De ramadan, die uitloopt op het suikerfeest, is al een aantal weken bezig. In de krant lees ik over de politie die invallen doet in de hotels hier in Palopo. Ze controleren de stelletjes op hun hotelkamer. Of ze wel getrouwd zijn. Stelletjes die niet getrouwd zijn worden gearresteerd. Het is in Indonesië namelijk niet toegestaan om seks te hebben buiten het huwelijk. En dus is het ook niet toegestaan om als man en vrouw die niet met elkaar getrouwd zijn een hotelkamer te huren. Want zo’n hotelkamer wordt gehuurd om met elkaar naar bed te gaan (zo is de gedachte hier in Indonesië).
 
Als ik zoiets lees in de plaatselijke krant hier, dan denk ik: wat vind ik daar van? Hoe ver gaat de rol van de overheid? Een paar gedachten:
  • Mijn eerste reactie is dat een overheid zich daar niet mee moet bemoeien. Ongetrouwde stelletjes op hun hotelkamers controleren is in Nederland ondenkbaar.
  • Of maak ik mij er nu te snel van af? Ik denk het wel. Want elke overheid stelt grenzen en bewaakt grenzen. Ook als het om de levensstijl van mensen gaat. Een voorbeeld: huiselijk geweld. Dat keurt de overheid af; ze spant zich in om het te voorkomen en ze treedt er tegen op.
  • Elke overheid stelt grenzen, ook als het om de levensstijl van haar burgers gaat en bewaakt die grenzen ook. Wat die grenzen zijn lijkt mij af te hangen van de opinie van de meerderheid (even afgezien van landen met regering met dictatoriale trekken). En dat verschilt van land tot land. In Indonesië wijzen én moslims én christenen seks buiten het huwelijk af en dus is dat één van de ethische grenzen. In Nederland is dat anders. Wie seks buiten het huwelijk afwijst, wordt toch snel als bekrompen weggezet. En je moet het zeker niet aan anderen willen opleggen. De ethische grenzen die de overheid stelt en handhaaft verschillen daarom van de grenzen die de overheid in Indonesië stelt.
  • Wat is mijn mening? Als christen wijs ik seks buiten het huwelijk toch ook af?! Ben ik daarom dus van mening dat de regering in Nederland eigenlijk zou moeten handelen zoals de Indonesische regering handelt? Dat gaat mij toch te snel.
  • Eerst iets over seks buiten het huwelijk. Inderdaad heb ik daar als christen mijn gedachten over. Ik probeer te begrijpen hoe God seksualiteit bedoeld heeft. Ik probeer te begrijpen hoe God met bepaalde grenzen het welzijn van ons mensen op het oog heeft. Ik probeer ook daarin Jezus te volgen.
  • Dit betekent niet dat ik ervoor pleit dat de overheid in Nederland die heilzame grenzen afdwingt (door deze grenzen als regels op te leggen en die regels ook te handhaven). Ik denk namelijk niet dat dat de lijn is van het nieuwe testament. De lijn in het nieuwe testament is: als christelijke gemeente verkondigen we het evangelie. Het leven van hen die zich gewonnen geven aan Jezus zal veranderen (door de werking van de Heilige Geest). Dit is een verandering van binnenuit. Geen verandering die door een regering van bovenaf (van buitenaf) wordt opgelegd.
  • Hiermee wil ik net zeggen dat je als volgeling van Jezus niet actief mag zijn in de politiek en met (seculiere) argumenten mag proberen anderen te overtuigen van wat een goed leven is (inclusief de grenzen die daar bij horen).
  • Toch aarzel ik hier en heb mijn bedenkingen. Zeker: elke overheid stelt grenzen en handhaaft grenzen. Ook als het om de levensstijl van haar burgers gaat. Ik durf zelfs te stellen dat een overheid daar van Godswege toe geroepen is. Toch aarzel ik en heb mijn bedenkingen. Leven met God is niet iets dat je aan een ander kan opleggen. Jezus volgen begint met  geloof en bekering en die laten zich niet afdwingen. Die worden gewerkt door Gods Geest.
  • Ik pleit daarom voor een overheid die grenzen stelt (en handhaaft) waar we ons Nederlanders (samen) in kunnen vinden. Binnen die ruime grenzen weten we ons als volgeling van Jezus geroepen om het evangelie te verkondigen, committeren wij ons aan de grenzen van God (die soms behoorlijk verschillen van de grenzen waar in Nederland draagvlak voor is) en bidden dat ook anderen zullen zien hoe heilzaam een leven in het spoor van Jezus is.
  • Tussen haakjes… Er is nog een andere reden waarom christenen voorzichtig moeten zijn om via de politiek ethische grenzen af te dwingen waar velen in Nederland niets mee hebben. Voordat we het weten krijgen we een koekje van eigen deeg en worden wij gedwongen om ons te committeren aan grenzen waar velen in Nederland wel wat mee hebben maar waar wij als volgelingen van Jezus niet in kunnen meegaan. Als wij respect verwachten voor onze overtuiging, zullen we dat ook moeten hebben voor de overtuiging van anderen (en daar niet met een opgelegde regel overheen walsen).  
  • Samengevat: als volgeling van Jezus ben ik voor seks binnen het huwelijk, maar pleit ik niet voor een overheid die deze heilzame grens stelt en handhaaft. In de Nederlandse samenleving is er geen draagvlak voor en afdwingen is mijns inziens niet de roeping van de overheid.
  • In Indonesië ligt de situatie anders. De gedachte dat seks buiten het huwelijk niet naar Gods bedoeling is wordt breed gedeeld. Door moslims en christenen. De overheid stelt daarom een grens en handhaaft die grens (door tijdens de kerst en het suikerfeest de stelletjes in de hotelkamers te controleren of ze wel getrouwd zijn). In de context van Indonesië kan ik het begrijpen.
  • Laten we bidden voor een overheid die op zo’n manier grenzen stelt dat de hele samenleving ermee gediend wordt en de christelijke gemeente niet belemmerd wordt om het evangelie te verkondigen en Jezus te volgen.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • Teun

    26 mei 2019, 09:26

    Allereerst: Gods ideeen zijn transcedent over de waarden en normen van lokale culturen. Vergelijk bijvoorbeeld Jesaja 55:9, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.
    Omdat veel mensen 'transcedent' misschien een moeilijk woord vinden, je kunt dit ook vertalen als ''overstijgt', 'gaat te boven'.

    Onderdeel van de Nederlandse geloofsbelijdenis is dat de overheid door God is aangesteld, vgl. bijv. Dan 2:21, Rom. 13:1. Dit punt staat denk ik niet ter discussie.

    Een tweede gedachte: wat is de taak van de overheid?
    De overheid wordt in Lukas 12:58 als rechter gezien. Ik denk dat we veilig mogen concluderen dat rechtspraak een taak van de overheid is. Dus niet te 'outsourcen'.
    Efez. 2:21, waar in de statenvertaling ook het woord overheid gebruikt wordt, vind ik minder gemakkelijk om direct op een overheidstaak te projecteren. Hetzelfde geldt voor Kol. 2:10. Beiden wijzen wel op hetkunnen uitoefenen van macht.
    Romeinen 13:4 geeft een indicatie dat het gebruik van geweld, indien noodzakelijk, een overheidstaak is. In vers 6 en 7 komt ieders favoriete bezigheid, het betalen van belasting aan de orde.
    Paulus gaat er in vers 2-4 vanuit dat de overheid de goeden beloont en de kwaden straft. We weten dat niet elke overheid dit doet. Een vraag is in hoeverre het goede door elke overheid wordt nagestreefd. In de dagen van paulus was dat reeds niet het geval. Een aantal regimes zijn vandaag de dag uit op persoonlijk gewin.
    Een tweede vraag waar deze tekst m.i. geen antwoord op greeft, is over welke terreinen dit goede en kwade zich uitstrekt. Dat heeft natuurlijk alles met de voorliggende vraag te maken. Heeft dat goede en kwade betrekking op alleen zaken als diefstal en geweld? Of betreft dat ook de eerste geboden over het dienen van God? Gaat dat, behalve over het zesde en achtste gebod, ook over het zevende gebod?

    In de Joodse wetten waren er civiele straffen voor morele overtredingen (zelfs doodstraf, zie bijv. Lev. 20:9-21). Moeten we deze doortrekken naar de Nieuw-testametische situatie? Dat doe je niet, en ik denk dat onze Heiland daar zelf het voorbeeld in gaf, toen hij weigerde de doodstraf over de 'overspelige vrouw' uit te spreken. Ook in Johannes 4 kiest hij een radicaal andere benadering dan de strafrechtelijke insteek.