Van huis

ill860
Mark en Corine Godeschalk | Plaatsingsdatum: 23 november 2021 | Democratische Republiek Congo

De wind van de propeller blaast door het open zijraampje in mijn gezicht. Voor me staat een groep collega’s uit het ziekenhuis te zwaaien. Groepjes schoolkinderen komen aanrennen om het brullende vliegtuigje van dichtbij te bekijken. Als de piloot zo zijn laatste checks heeft gedaan, zal de zes-zitter linksom draaien, de 800 meter gras uitrijden en dan de aanloop nemen voor de vlucht naar Bunia. Ik denk aan de afgelopen dagen en geniet van het moment.

Het is alweer acht weken geleden dat we uit Lolwa naar de stad Bunia vertrokken. Er was een rebellengroep tot een plaats op 35 kilometer van Lolwa genaderd en het was beter om van een afstandje te kijken hoe dit verder zou gaan. Lolwa is gelukkig rustig gebleven. Daarna was het wachten op groen licht om terug te keren. We vertrokken na een week op een geplande reis naar Oeganda, rustten uit, kwamen terug…, en toen? Ja en toen. We hadden gehoopt snel terug te kunnen naar Lolwa. Maar vertrekken is eenvoudiger dan terugkeren.

Vier dagen mag ik in Lolwa zijn. Mijn tweede bezoek sinds ons vertrek. Ik word bij aankomst hartelijk begroet. “Wanneer komen je vrouw en kinderen terug?” “Dat weet God alleen.” Meteen aan de slag in het ziekenhuis. Een vermagerde jonge vrouw die al langer ergens onder behandeling was en nu hier opgenomen ligt met een ernstig gezwollen buik. Zwanger volgens de vroedvrouw van haar dorp. Maar de zwangerschapstest is negatief. Wat mijn advies is? Een echo doen. En dan opereren. We verwijderen een gezwel met twee liter pus. Ik neem de tijd om samen Röntgenfoto’s te bekijken waar mijn Congolese collega’s niet goed uitkwamen. Ik doe voor hoe je een oog moet onderzoeken van een jonge man die een klap kreeg en nu niets meer ziet.

Het is moeilijk voor de GZB om alles af te wegen. Wat is veilig? Welk risico accepteren we? Welke afspraken maken we? Veiligheid boven alles? Maar wat betekent dat in Oost-Congo? Wat is de balans tussen risico en roeping? Hoe kunnen we ondanks de omstandigheden zo goed mogelijk doorgaan met het broodnodige werk? Gelukkig zijn er wijze Congolese kerkleiders die hun hele leven al in de moeilijke Congolese context leven en de dingen kunnen wegen. Zij zijn het die als geen ander beseffen dat het leven door gaat. Hoe doen ze dat?

In Bunia geeft Corine les aan de jongens alsof we thuis zijn. Thijmen in hun slaapkamer, Aron in onze slaapkamer. Met de lunch gaan de stoelen terug naar de eettafel in de woonkamer, zodat ze net aan tafel passen bij het Canadese gezin bij wie we verblijven. Aimée leert als vanzelf Engels van haar jongere huisgenootje. Zelden zulke gastvrije mensen gekend. ’s Avonds de afwas doen voelt niet als voldoende compensatie. Maar zoals ze zelf zeggen: wie weet waar zij de volgende keer tijdelijk onderdak moeten zoeken. We zijn een gemeenschap van zendelingen.

Mijn huis is leeg. Ik mis de drukte van onze spelende kinderen waar ik normaal gesproken last van heb. Ik repareer met de tuinman de lekkende watertank van ons huis. Gelijk maar even schoonmaken nu we die toch open hebben. Emmers modderwater kletteren naar beneden. Even doorwerken want de volgende patiënt ligt zo klaar op de operatietafel. Vanuit de operatiekamer luisteren we mee naar de rouwdienst voor een overledene uit de groep vluchtelingen. Een grote groep van hen verblijft in de schoolgebouwen van de kerk. ’s Ochtends worden de matrassen aan de kant geschoven om de scholieren de ruimte te geven voor hun lessen. Voor deze begrafenisdienst is gekozen voor een stukje gras net buiten het ziekenhuisterrein. Pastor Sezabo heeft banken neergezet en een zeil gespannen, want de regentijd is nog niet voorbij. Terwijl we opereren neuriën we de liederen mee met de rouwenden buiten. Verbonden, samen, met God. Tranen in m’n ogen als de rouwstoet de kist wegdraagt. Hoe zwaar om je familielid op een vreemde plaats te moeten begraven. Dankbaar wel dat de kerk het voor elkaar heeft gekregen een aantal diakenen op te trommelen en iets te eten te regelen voor de rouwende familie. Dat ze er zijn voor wie alles hebben moet achterlaten.

Om kort te zijn, we weten niet hoe lang we nog in Bunia zullen blijven. Misschien horen we morgen dat we terug kunnen. Misschien wachten we nog vier weken. Of maanden. Soms hekel ik de onzekerheid. Maar we doen er niks aan. De beslissing is niet aan ons. Ik hoop dat de kinderen niet teveel aarden in Bunia en straks losgerukt moeten worden. Het voelt luxe om dagelijks vers brood te kunnen kopen, of wortels, of appels. Het is pittig om niet je eigen huis te hebben. Hoe leuk ik het ook vind een paar dagen naar Lolwa te kunnen, het kost me veel energie, ik kom gesloopt terug en ik weet hoe druk Corine het dan heeft gehad met de kinderen. Maar we bijten door, we zijn hier niet voor onszelf.

Gebrom dat langzaam aanzwelt. Het vliegtuig is er al! Ik ren van het ziekenhuis naar huis, snel m’n koffer dicht. Ik pak de gedroogde koffiebonen van de afgelopen weken in. Wat extra schoolboeken. Heb ik alles? Ik zeg weer gedag. Beloof met iedereen contact te houden. Achterop de motor naar het vliegveld. Op weg naar… ja, naar wat? Naar huis? Ik hoop het snel.

Mark

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.