Vanuit het vliegtuig keek ik naar beneden: dit was de plek waar we geroepen zijn"

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 21 januari 2021 

De medische wereld trok al toen ze kind was. Maar voor de zending bleef in haar hart een speciaal plekje gereserveerd. Inmiddels werkt Joanne Folmer met haar man Willem in Congo. "Soms trok een carriere als specialist, maar ik moest terug naar mijn eerste overtuiging: arts worden om het Evangelie uit te kunnen dragen." 

Het zat er al heel jong in bij Joanne. En die kinderwens werd werkelijkheid. Ze studeerde geneeskunde in Rotterdam, waar ze haar man Willem leerde kennen, die ook op weg was om arts te worden. "Beiden hadden we ervaren dat er een roeping voor ons lag om de zending in te gaan."

Dat hield Joanne al in haar jeugd bezig. ,,De zending zat altijd al wel in mijn hart. De eerste keer dat ik tijdens een gemeenteavond dia's zag met donkergekleurde mensen uit Afrika, vergeet ik nooit meer. Alle spellen en boeken waarmee ik als kind speelde, hadden daarna altijd wel iets met zending of verpleging te maken. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat het Gods wil was dat ik de zending in zou gaan." Niet altijd was het zo helder. Zeker toen de studie geneeskunde de weg leek te openen naar succes. Joanne: "Dan dacht ik soms: waarom zou ik naar zo'n Afrikaans land gaan, zonder alle comfort en gemak? Ik wilde alsnog voor mijn carrière gaan en kinderarts of gynaecoloog worden. Terug naar mijn eerste overtuiging, namelijk dat ik in de eerste plaats arts zou worden om het Evangelie uit te dragen. De overtuiging groeide dat het God was Die me het verlangen had gegeven om in de zending te gaan en Die het me opnieuw gaf."

Niet hier blijven
Zo bleef de zending trekken. Joanne: "Willem en ik trouwden toen ik de coschappen moest gaan lopen. We wortelden ons niet in Nederland. We reden in een heel oud autootje en hadden tweedehands meubels. Dat was niet erg, we zouden toch niet hier blijven. 

Ik wilde eerst gynaecoloog worden. Op een gegeven moment kwam promoveren in beeld. Maar we vroegen ons af of we na zo veel jaren die dat zou kosten nog wel zo makkelijk naar het zendingsterrein zouden gaan. En: was het voor dat werk wel nodig om specialist te zijn. Daarom koos ik ervoor om als basisarts me te laten opleiden om keizersneden en dergelijke te kunnen doen."

Ontmoeting
Willem deed de opleiding tot tropenarts, die bestaat uit verloskunde en chirurgie en een cursus op het gebied van tropenziekten en liep daarvoor stage in Rwanda. Joanne volgde een stage in Ghana. Samen werkten ze nog eens drie maanden in Uganda. "We ervoeren beiden een klik met Afrika. De manier van werken, hoe mensen er zijn, de manier waarop het netwerk van ziekenhuizen is opgebouwd: het sprak ons aan. Toch vroegen we ons af waar we terecht zouden komen."

Tijdens een reis naar Thailand en Cambodja wordt het duidelijk. "We ontmoetten een zendeling die een werkbezoek bracht aan het ziekenhuis waar we waren. We raakten aan de praat. De man wees ons op de nood die er op dat moment in Congo was. Hij had er zelf 28 jaar gewerkt. We ervoeren dat deze man op onze weg werd geplaatst. We zagen het als een roeping om daarheen te gaan. We hebben de reis afgemaakt en hebben daarna direct contact gezocht met de Gereformeerde Zendingsbond. Het resulteerde erin dat we in 2014 in Congo aan de slag konden."

Eerste kind
Haar eerste blik op Congo herinnert ze zich nog goed. Het was een bijzonder moment. "We vlogen met een MAF-vliegtuigje boven het land en ik keek naar beneden. Dat is dus de plek waar we - voorlopig - geroepen zijn, dacht ik."

Eén van de eerste momenten in het Afrikaanse land herinnert ze zich ook nog goed. "We kwamen met ons middelbare school-Frans aan in Congo. Ik was net zwanger van ons eerste kindje. De ambtenaar die onze papieren controleerde, vroeg een beetje kritisch of we geen kinderen hadden. Zo'n vraag zou je in Nederland niet stellen, maar daar wel. Het krijgen van nageslacht is in Congo heel belangrijk." Lachend: "ik kon hem geruststellen. Ik zei: 'Het komt eraan!"

Wonder
Ze hadden er een goede tijd, waarin ze veel leerden van de Congolese cultuur. Na twee jaar verhuisden Willem en Joanne naar Itendey. "We mochten daar aan de slag gaan met de heropbouw van een ziekenhuis. We waren er nog maar één nacht toen er iets bijzonders gebeurde. Er kwam een jonge vrouw in het ziekenhuis. Na een voldragen zwangerschap was haar kindje overleden in de buik. Daarvoor was ze geopereerd. Door haar familie was ze min of meer verstoten. Haar man was op de vlucht, omdat hij de gevangenis in moest.

Ze kwam naar het ziekenhuis omdat de wond was geïnfecteerd door een vleesetende bacterie. Willem kreeg haar op de operatietafel en moest veel dood weefsel wegsnijden. Ze hield er een wond aan over tot op haar rug. We zeiden tegen elkaar: Moeten we nu met zo'n zware casus beginnen?

We hebben de wond heel vaak moeten schoonmaken en naderhand huidtransplantaties uitgevoerd. Na vier maanden konden we haar ontslaan uit het ziekenhuis. Zes maanden later kwam ze een kip brengen als dank. We herkenden haar amper: ze zag eruit als een gezonde jonge meid. Dat was absoluut een hoopgevend wonder:'

Gods weg
Op dit moment wonen Joanne en Willem tijdelijk niet in Itendey. Het is er niet veilig. Joanne: ,,In onze provincie Ituri in Oost-Congo is er altijd al een instabiele situatie met veel rebellen en veel vluchtelingen. Op dit moment treft het geweld ook de regio waar wij woonden.

Congo is in principe een land met veel mogelijkheden, omdat het rijk is aan dure grondstoffen, zoals goud en diamant. Maar er zijn behoorlijk wat kapers op de kust. Dat leidt tot onrust. Het is een constant machtsspel, waar de lokale bevolking vaak het slachtoffer van wordt. We hebben het idee dat er momenteel wraakacties plaatsvinden tussen de verschillende stammen. Nog als gevolg van de burgeroorlog die woedde tussen 1996 en 2002. Er worden soms hele dorpen platgebrand en uitgemoord. Daardoor zijn enorm veel Congolezen uit hun dorpen verdreven. Ook Itendey is leeg en verlaten.

Tot de tijd dat het weer rustiger wordt, wonen en werken we daarom in een andere regio in Ituri. We kijken hoe het zich ontwikkelt. Als de bevolking terugkeert naar Itendey, hopen we weer te kunnen helpen met de heropening van het ziekenhuis en de getroffen mensen te dienen met medische zorg:' Een wijziging in de weg. Maar toch: ,,Al weten we niet hoe het zal lopen, we weten wel dat God de weg wijst. En Zijn weg is goed:' 

Bron: gezinsgids 11 januari 2021
 

Reageer op dit artikel