Verse bonen uit de buurtmoestuin

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 25 mei 2021 

Terwijl buurlanden als België en Spanje versoepelen, zijn de Franse coronaregels nog streng. Maar vanaf volgende week gaan musea, bioscopen en terrassen weer open. Dat geeft een beetje lucht, waar de Fransen hard aan toe zijn. 

Een avondklok vanaf zeven uur is echt vroeg voor de Fransen. Zeker sinds het ingaan van de zomertijd, als het sociale leven zich meer naar de avonduren verplaatst. De meeste Fransen zijn pas rond half zeven klaar met werken; dan is het snel nog even langs de bakker om een brood te veroveren voor de avondmaaltijd. 

Regelmatig hoor ik om me heen dat mensen de avondklok moeilijker vinden dan de lockdown zelf. "Steeds is er stress van zal ik wel op tijd zijn",  zegt een van mijn buren. Tegelijk hebben de Fransen het ook 'geaccepteerd',  omdat alles beter is dan een volledige lockdown zoals ze die in het voorjaar van 2020 hebben beleefd. 

Dagen worden nu anders ingedeeld. Vooral het boodschappen doen vraagt om een andere organisatie door de beperkingen: veel mensen doen het in de middagpauze of vroeg op zaterdagochtend, om lange rijen te omzeilen. En in plaats van vrienden uit te nodigen voor een aperitief of maaltijd 's avonds, gebeurt dit nu in het weekend rond lunchtijd. Elkaar zien en ontmoeten blijft cruciaal om het vol te houden. 

Ze zien hier uit naar 19 mei,  het moment dat de avondklok twee uur later ingaat en dat musea, bioscopen en terrassen weer opengaan. Dat geeft ruimte om na het werk rustiger een boodschap te kunnen doen, te sporten of nog een moment met vrienden en collegae door te brengen. 

Nieuwe ontdekkingen
Tot voor een week was de maximale bewegingsvrijheid van Fransen tien kilometer; verder mocht je gewoon niet van je huis. Dat is vervelend, maar het is ook mooi te zien hoe die beperking weer tot nieuwe ontdekkingen en ontmoetingen heeft geleid. Zo is er een jong stel in mijn flat dat ieder weekend een nieuwe wandelmogelijkheid ontdekte binnen de tien kilometer en prachtige foto's plaatse op Instagram. 

Zelf ben ik verder gegaan met de ontdekking van de wijk waarin ik woon. Zo bleek niet ver bij mij vandaan een oase van groen in de borm van een 'stads-buurt-familie-moestuin', ingebed tussen hoge flats. Een 'groene plek' die onze wijk doet op-ademen tussen de snelwegen A8 en A51. 

Waar ik normaal makkelijk voorbij fietste, viel het groen me nu op. Nieuwsgierig nam ik een kijkje. Het hek bleek open, de tuin bestaat uit twintig percelen waar naast bloemen vooral groenten groeien. Op een affiche las ik dat de tuin wordt beheerd door de stichting Familie Provence die de percelen voor een gering bedrag verhuurt. 

Gedeelde tuin
Tijdens mijn bezoek ontmoette ik Monique. Ze was bezig haar feves (tuinbonen) te oogsten. Al jaren heeft ze een moestuin op deze plek. "Een cadeau in de tijd van lockdown. Een uitje op loopafstand dat me even uit de opgeslotenheid van m'n appartement haalt en verfrist door even letterlijk met m'n  handen in de grond te wroeten."

Het zelf kweken en oogsten van groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin vergroot het bewustzijn dat al het lekkere eten niet in de supermarkt groeit. Het samen tuinieren vergroot de sociale cohesie en verbindt diverse culturen met elkaar. 

De tuin doet dienst als plek van ontmoeting, als plek van delen. Er staan bijvoorbeeld lange houten tafels met stoelen. Iedereen is welkom om daar gebruik van te maken. Rond oogsttijd wordt er een maaltijd georganiseerd en worden groenten uitgedeeld aan de minderbedeelden. De tuin wordt daarom ook wel jardin partagé genoemd, dat gedeelde tuin betekent. 

Spontaan drukt Monique mij een paar tuinbonen en ciboulettes (bieslook) in de hand. "Delen maakt blij!", zegt Monique met een glimlach. Vanavond maar eens de 'vrije tijd' die de verplichte avondklok me geeft besteden aan het koken van een gezonde maaltijd, en dan verse tuinbonen eten. 

Harriëte Smit
Bron: Friesch Dagblad 11 mei
 

Reageer op dit artikel