Zijn er grenzen aan barmhartigheid?

ill860
Webredactie  | Plaatsingsdatum: 22 oktober 2020 

Wat doe je als je een vuile hand krijgt toegestoken, met de vraag ‘help me alsjeblieft even overeind, ik kan het niet’. Denk je aan de coronarisico’s? Of help je? „Zijn gele en vuile handen remden mijn verlangen om barmhartig te doen.” 

Twee jaar gelden kwam ik Didier voor het eerst tegen. Hij zat te bedelen bij de uitgang van de kerk. Met zijn vierpootrollator stond hij voor me en zei: „Ik heb honger!” Zijn boodschap was duidelijk. Zijn ogen raakten me en ik kon niet anders dan hem uitnodigen om tegenover de kerk wat te gaan eten.

Daar zat ik dan opeens met Didier tegenover me. Een douche had hij lange tijd niet gehad, dat was te ruiken en te zien. Z’n nagels zwart van het vuil. Tegelijk keken twee dankbare grote ogen me aan toen hij gretig een hap nam van z’n sandwich. „C’est dur ce pain!” (Hard dat brood) zei hij even later met een glimlach. Toen begreep ik hem. Hij had nog maar vier tanden die verspreid in z’n mond stonden.

Ooit was hij getrouwd geweest en had hij een goed leven gehad. Maar door omstandigheden was z’n vrouw vertrokken en had hij alle contact met familie verloren. Er rolden tranen uit zijn ogen. „Ik heb een solitair leven, ik vertrouw niemand meer, alleen ‘Le bon Dieu’ (de goede God).” Dankbaar stak hij me de hand toe: „Dank voor uw tijd en de heerlijke maaltijd. Ik heb zo een goede zondag!” Hij vertrok met een grote glimlach.

Vanaf die tijd ontmoet ik Didier met regelmaat in mijn wijk. Ik geef hem dan een bak koffie en koop z’n geliefde beignets bij de bakker. Vaak vraagt hij: „Wil je voor me bidden? Gewoon dat God voor me zorgt en me helpt met m’n problemen? Dat heb ik nodig.”

Een vitamine-volle maaltijd
Didier haalt me uit mijn comfortzone en laat de realiteit zien van die ruim tien miljoen Fransen die onder de armoedegrens leven en hulp van anderen nodig hebben om te (over) leven. De afgelopen weken was hij ‘kwijt’, maar zondag was hij er weer. Hij zag er sterk vermagerd uit en ‘sleepte’ zichzelf voort met z’n vierpoot. Toen ik vanaf mijn fiets „Bonjour Didier” riep hief hij z’n hoofd op en verscheen er een glimlach op z’n gezicht. Hij had een slechte week gehad en hij had enorme honger. Zijn diep ingevallen ogen en slechtgekleurde gezicht zeiden me genoeg. Bij de supermarkt haalde ik een vitamine-volle maaltijd voor hem. Zittend op een bankje bekeek hij z’n lunch. „Weet je Harriëtte, ik had zo niet de moraal vanmorgen, maar nu ik eten heb en jij even tijd voor me neemt voel ik me zóveel beter. Dankjewel! God zal je zegenen vandaag.”

Ik liet hem het zegenlied van die morgen in de kerk zien en horen. Mooi, zei hij. „Ik geloof ook en ik bid iedere dag tot God en tot Maria. Denk je dat ze me horen?” En zo zat ik met deze Didier in de zon op afstand, mèt mondkapje op te luisteren naar de vele vragen van zijn leven. 

„Harriette, wil je me een helpende hand geven? Ik mis de kracht om op te staan vanuit deze bank.” Wat voorheen zo vanzelfsprekend was om te doen,leidde nu tot twijfel. Hoe wijs was dit in deze sanitaire crisis, waarin handcontact ten strengste wordt afgeraden. Zijn gele en vuile handen remden mijn verlangen om barmhartig te doen. Ik schrok van mijn eigen gedachten, van de angst die opeens daar was. 

De fragiliteit van deze zwerver
Zijn vol vertrouwen uitgestoken hand doorbrak mijn ongemak. Ik kon niet anders dan hem vastpakken. Zijn kwetsbare, krachteloze, vieze, slappe hand in de mijne. Ik voelde letterlijk de fragiliteit van deze zwerver. Dat raakte me diep. Met zorg hielp ik hem overeind. Hij stond te wankelen op z’n voeten, maar de dankbare blik in z’n ogen zal ik nooit meer vergeten. Het maakte ons beiden meer ‘mens’.

Ik pakte mijn flesje desinfecterende handzeep en zei: „Didier, het is goed om de gegeven regels ter harte te nemen en met schone handen te vertrekken.” Hij poetste zijn handen schoon en ik de mijne. Dit handenwasritueel was er één met impact. „Harriette, dank je wel. Door jouw hand heen, heb ik Gods hand ervaren. Dat zal ik nooit meer vergeten.” Dankbaar en met een opgewekt hart stapte ik op mijn fiets. „A bientôt Didier”, tot snel!

Bron: Friesch Dagblad, 21 oktober 2020
 

Reageer op dit artikel