Care4Malawi

weblog Rieneke & Gert van de Pol

De alledaagse dingen enzo

ill860

Slapen

Ba Mkandawire en ba Chiwone hebben hun slaapkamer ontruimd en dat is nu ons privé-domein. Daar slapen we in een prima tweepersoonsbed. We hebben onze eigen klamboe meegenomen (een soort koepeltent), om in de nacht tegen muggen (en daarmee tegen een besmetting met malaria) beschermd te zijn.

 

Opstaan

Rond half zes heeft de haan al verschillende keren gekraaid en is het daglicht inmiddels doorgebroken. Vrijwel iedereen in het gezin is rond die tijd al wel uit bed. Ba Mkandawire en ba Chiwone hebben de gewoonte om vaak en hard naar elkaar (en naar de kinderen) te roepen en dat begint meteen vanaf het moment dat ze opstaan. Dus ook wij zijn elke ochtend rond half zes wakker. Het leven is dan begonnen en het is helemaal niet gek als de buurvrouw om zes uur even langs komt om te groeten.
Half zes is vroeg, maar dat valt alles mee als je bedenkt dat men hier gewend is om tussen acht en negen uur ’s avonds naar bed te gaan. Op zich logisch, want rond half zeven is het donker. De meeste mensen hebben geen stroom: slechts 10% van de huishoudens in Malawi is aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Bij kaarslicht of een schamel lampje op een accu kun je in huis natuurlijk niet zoveel beginnen.
Dat ons gastgezin wel stroom heeft verandert hun levensritme niet, want hun levensritme is dat van het dorp. Bovendien zitten we gemiddeld een avond of twee per week zonder stroom: ‘blackouts’ (perioden dat er geen stroom is) zijn in Malawi aan de orde van de dag.

Ontbijt

We leven in de regentijd en dan zijn er op het land volop pompoenen. Dus in deze tijd van het jaar is dat bijna elke ochtend ons ontbijt. Vaak gaat ba Mkandawire zodra hij is opgestaan naar het land om er een aantal te halen. Da’s nog best een eindje lopen: een minuut of twintig. Al met al gaat daar dus al gauw een uur mee heen. Hij komt terug met pompoenen, die door ba Chiwone worden gekookt en doorgesneden. Dan kunnen we ontbijten. Je zult begrijpen dat we dan al een heel stukje verder in de tijd zijn: een uur of acht, negen.
Tegen de tijd dat wij ontbijten zijn de kinderen al naar school. Dat is tenminste de regel, maar er zijn veel uitzonderingen op. Soms is het ons niet duidelijk, waarom een of meer kinderen vandaag toch thuis blijven.
De school begint om 7.00 uur, maar in ons gastgezin merken we wel dat ook de aanvang van de school niet zo precies komt: meer dan eens gaan de kinderen pas rond half acht of nog later weg… Hun ontbijt bestaat vaak uit ‘chimbala’: wat overbleef van de maaltijd die we de avond ervoor nuttigden. De sima en de groenten (want dat is het meestal) worden door de kinderen ’s ochtends koud gegeten – opwarmen is er niet bij.
Soms bestaat het ontbijt uit brood. Als dat er is, is dat voor de kinderen een feest: ze zijn dat niet gewend. Een brood kost hier ongeveer MWK 400 (ruim 50 eurocent) en de familie Mkandawire kan zich dat niet veroorloven.
Ze leven van de opbrengst van hun akkers en voor zover je geld hebt, gebruik je dat voor andere dingen: olie, kleding, elektriciteit, beltegoed, en niet te vergeten schoolgeld. Alleen omdat wij tijdens ons verblijf in het gezin alle boodschappen betalen die er gedaan worden, is er af en toe brood op de plank. We kopen daar dan meestal margarine bij, zodat we niet leven van droog brood alleen. We vertellen maar niet dat we in Nederland ook vaak beleg op ons brood doen: kaas, worst, ham, jam, hagelslag, pindakaas en noem maar op…

Lunch en avondeten

Rond het middaguur gebruiken we de lunch. Die verschilt eigenlijk niet veel van de avondmaaltijd. Er wordt gekookt: je hebt pas ècht gegeten als je sima op hebt (je weet wel, de stijve maïspap). De sima gaat meestal vergezeld van groenten (in deze tijd van het jaar veelal pompoenbladeren), maar dat is bijzaak. Alleen sima noemen ze hier echt voedsel: brood is dat niet, groente evenmin. Geen wonder dus, dat de bede uit het Onze Vader ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ in het Chitumbuka is vertaald als: ‘geef ons heden ons dagelijks voedsel’ (chakurya). ’t Valt ons eerlijk gezegd nog mee dat de vertalers niet hebben gekozen voor ‘Geef ons heden onze dagelijkse sima’…
Het avondeten gebruiken we aan het begin van de avond: rond een uur of zeven. In elk geval is het dan al donker – ba Chiwone kookt dan bij het flauwe licht van een solarlampje. Het avondeten is soms net iets uitgebreider dan de lunch: er zitten dan ook (gekookte of gebakken) eieren bij, of verse bonen.

Handen wassen

Vóór elke maaltijd worden de handen gewassen. Onze gastvrouw (of een van de kinderen) komt langs met een waterkan en een kom. We houden onze handen boven de kom en terwijl zij langzaam water uit de kan over onze handen giet, kunnen wij die wassen. Eten we brood, dan is er een handdoekje om je handen af te drogen. Als we sima eten, drogen we onze handen niet af: je eet in Malawi namelijk met je vingers c.q. handen en om de sima goed te eten kun je maar het beste wat vochtige vingers hebben. We zijn er trots op dat we inmiddels prima met onze vingers kunnen eten…  Al bleken we onlangs roomser dan de paus. Men vond het hier heel gek dat we tijdens een maaltijd na de bevestiging van een predikant ook rijst met de handen aten. “Dat doen ze in de omgeving van Karonga, maar wij eten rijst met een lepel…”, kregen we te horen. Dat locale verschil laat zich gemakkelijk verklaren: in de omgeving van Karonga eet men meer rijst dan sima.
Na de maaltijd worden onze handen op eenzelfde manier opnieuw gewassen. Stond er iets op het menu dat bereid werd met olie (zoals vlees of vis), dan wordt er op dit moment ook zeep gebruikt. Alleen als het echt nodig is dus, want ook een stukje zeep is voor de meeste mensen een hele uitgave.

Bord op schoot

Het is ‘zelfbediening’: nadat de handen gewassen zijn loop je naar de tafel waarop de borden en de pannen met eten staan en daar schep je op.  Aan tafel zitten tijdens de maaltijd doet hier in het dorp zo goed als niemand: je zit op een stoel of op een bank, met je bord op schoot. De televisie gaat aan: een maaltijd waarbij de televisie uit staat hebben we geloof ik nog niet meegemaakt. Al etend kijken we dus het nieuws of naar een DVD waarop een van de vele christelijke koren zingt die Malawi rijk is. Als er stroom is, tenminste.

Bidden

In het gezin wordt elke maaltijd met gebed begonnen. Soms doet Shaloom dat – de jongste –, soms een van ons beiden, maar meestal onze gastheer of -vrouw. Het gebed spreken ze doorgaans erg zacht uit – nauwelijks verstaanbaar. Daar zit iets van ontzag en respect in, is onze stellige indruk. Toch raar dan eigenlijk, dat Malawiaanse dominees op de preekstoel dan zo ontzettend hard kunnen schreeuwen.
Als iemand om de een of andere reden iets later aanschuift, dan klinkt het: “we hebben al gebeden”. Net als in veel gezinnen in Nederland, denk ik. Maar terwijl in Nederland dan vervolgens allen vaak even stil zijn om ook degene die later komt de gelegenheid te geven een stil gebed voor de maaltijd te doen, gebeurt dat hier niet. De laatkomer zegt ‘tawonga’ (‘bedankt!’) en begint – zonder zelf te bidden – ook aan de maaltijd. Niet je persoonlijke aanwezigheid en participatie tijdens het gebed voelt men blijkbaar als de essentie, maar dat het voedsel door de gemeenschap met dankzegging wordt aanvaard en door gebed geheiligd…

 

Drinken

De familie heeft ‘tapped water’ (is aangesloten op de waterleiding). In Ekwendeni hebben we een filterapparaat staan: die gieten we telkens vol water, het water wordt langzaam gefilterd en dan kunnen we het zonder probleem drinken. Hier is zo’n apparaat er niet. Gelukkig zijn we enigszins voorbereid en hebben we twee ‘Lifestraws’ bij ons. Dat zijn als het ware ‘mobiele filters’. We steken het pijpje in het glas water en zuigen vervolgens het water door dat pijpje heen op. In het pijpje wordt het water voldoende gezuiverd.
Vorige week probeerden we het enkele dagen zonder de ‘Lifestraws’, in de hoop dat ons lichaam er tegen blijkt te kunnen (of er tegen leert kunnen). Hoe ons dat is vergaan – daarover leest u iets in ons vorige blog… ;-)

Douche

De slaapkamer heeft een eigen douche. Dat is bijzonder luxe, ook al moeten we ons tevreden stellen met koud water, dat er soms haperend uitkomt. Verbazingwekkend hoe snel dat went! We laten maar een klein straaltje uit de douche lopen, dan is het prima te doen. Voorzichtig koud water over je lichaam aanbrengen, zodat dat gewend raakt aan de temperatuur en even later vind je het helemaal niet erg om er gewoon onder te staan. Het scheelt natuurlijk dat de buitentemperatuur hier in deze tijd van het jaar niet beneden de achttien graden komt.
Buiten het huis is nog een afzonderlijke douche. Daarmee moet de rest van de familie het in deze weken doen. En dat terwijl de kraan er kapot is en de douche dus feitelijk helemaal niet werkt. Dus worden er telkens bakken water naar binnen gesjouwd om zich daarmee te kunnen wassen.
De kinderen krijgen trouwens ’s avonds een wasbeurt in een wastombe.

Toilet

Op de dag van aankomst heeft ba Mkandawire zich verontschuldigd, omdat ze geen ‘flushing toilet’ hebben. De toilet staat in de tuin en bestaat uit een hok waarin een poepgat is aangebracht. Op je hurken dus.Toiletpapier gebruikt hier bijna niemand (je gebruikt gewoon je linkerhand), maar speciaal voor ons is er een kartonnen doos neergehangen waarin ze regelmatig wat bladzijden uit oude schoolschriften van de kinderen doen. Zo hebben we af en toe toch toiletpapier.
Als je hier dag in, dag uit gebruik van maakt, mag je wel iets over ‘toiletgebruiken’ weten. Zo is er deze ongeschreven regel: als je op de toilet zit, zeg je niets. Roept iemand je, dan blijf je muisstil. Normaal word je geacht meteen te reageren als je geroepen wordt, maar dus niet als je in de chimbuzi bent.
Ben je in het kleine hokje en nadert er iemand die er ook gebruik van wil gaan maken? Als Nederlanders voel je dan misschien de neiging bij je opkomen om luidkeels iets als ‘Bezet!’ te roepen (in het Nederlands of in het Chitumbuka), maar het is ongepast om daaraan toe te geven. Dat de toilet bezet is communiceer je – zoals de Tumbuka’s gewend zijn – op een indirecte manier: door even te kuchen. En omgekeerd geldt: als je richting chimbuzi loopt, doe dat dan niet te zachtjes. Je roept of zegt niets, maar laat je schoenen bijvoorbeeld wat extra over de grond sloffen. Nonchalant wat zingen mag ook. Ondertussen luister je wel goed of je in de chimbuzi niet iemand hoort kuchen.

Vanaf maandag 6 maart verblijven we voor een week of vijf, zes in een klein dorp in Noord-Malawi: Kawaza, zo'n vier kilometer ten noorden van Bolero. We vinden onderdak in het gezin van ba Kondwani Mkandawire en ba Smeda Chiwone.
De bedoeling van deze periode vatten we het best samen met de volgende kernwoorden:
  • Taal - Chitumbuka leren.
  • Ontmoeting - Malawianen ontmoeten op de plek waar ze wonen en leven.
  • Cultuur - Thuisraken in de cultuur en levenswijze van mensen hier.
  • Kerk - De alledaagse praktijk van het kerkzijn in zo'n dorp ervaren.
Voor ons is dit een belangrijke periode. Rieneke zal in haar werk vaak op 'outreach' gaan, de dorpen rond Ekwendeni intrekken. Vaak zal ze dus in situaties terecht komen, die we nu van binnenuit meemaken. Gert gaat de kerk helpen om het bijbelstudieprogramma verder te versterken en uit te bouwen. Dat kan onmogelijk zonder gezien, gehoord en gevoeld  te hebben hoe de meeste mensen hier leven.
In onze blogs delen we iets van onze ervaringen.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • H. Schreuder

    5 april 2017, 09:52

    Prachtig beschreven, wat zijn wij hier dan verwend. Goede tijd daar.
  • the Dekkers

    6 april 2017, 01:04

    Love the story

Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.