Care4Malawi

weblog Rieneke & Gert van de Pol

Loslaten en opnieuw beginnen

ill860

In het februari-nummer van het GZB-blad Alle Volken (pagina 16-17) is een interview met ons opgenomen. Hieronder vindt u een uitgebreidere versie van het interview.

Wat was jullie diepste drijfveer om jullie kinderen en kleinkinderen in Nederland achter te laten om in Malawi aan de slag te gaan? In Nederland kun je toch ook volop van betekenis zijn?
We zijn niet naar Malawi gegaan met de gedachte dat je daar méér van betekenis zou kunnen zijn dan in Nederland. Als die gedachte je drijft, kun je volgens ons beter maar thuisblijven. Wij hadden het in Rotterdam ontzettend naar ons zin – Rotterdam en de Johanneskerk loslaten was moeilijk, op weg naar Malawi. In zo’n stad is veel te doen, en dat geldt voor heel Nederland – ook het platteland.
Het verlangen om nog eens een periode in het buitenland te wonen en te werken hebben we eigenlijk altijd wel gehad. Onderweg is dat verschillende malen aangewakkerd. Zo werd ik in m’n eerste gemeente Nigtevecht bijna meteen voorzitter van de zendingscommissie van de toenmalige classis Breukelen, waaraan in die tijd de door de GZB naar Peru uitgezonden ds. Leo Smelt en zijn gezin verbonden was. We proefden regelmatig iets van de wereldwijde kerk door concrete betrokkenheid bij de kerk elders. Toen we in Zierikzee woonden en werkten: partnerschappen en uitwisselingen met Bad Berka (Thüringen) en Luncani (Transsylvanië, Roemenië). In Rijnsburg zet men zich in voor Oekraïne, en ook vanuit de Johanneskerk in Rotterdam-Zuid liep er een lijn met de Oekraïne: via Corine van der Kooi, een gemeentelid dat daar al jaren woonde en werkte toen wij in Rotterdam begonnen. Ook ontmoetingen met zendingswerkers in Indonesië waren inspirerend.
De diepste drijfveer: ons verlangen om Gods werk ook buiten de context van Nederland te proeven, daaraan iets bij te dragen en daarvan te leren.
 
Ondanks goede voorbereidingen is de werkelijkheid vaak anders dan je verwacht. Waar hebben jullie het meest aan moeten wennen? (Of waar kun je nog steeds niet aan wennen?
De schrijnende armoede. En vooral: hoe gaan wij om met alles wat we daarvan te zien krijgen, met de talloze smeekbeden om hulp? Wat doe je als volslagen onbekende mensen je op straat aanklampen en je vragen om hen een bijdrage te geven voor het schoolgeld? Wat doe je als bekenden met die vraag naar je toe komen? Zóveel mensen die zulke hulp van je willen, regelmatig mensen die vragen of je ze niet aan een baantje kunt helpen… Daar wen je nooit aan. Zeker, we hebben daarin wel een beetje een modus gevonden, maar blijven ons ook regelmatig afvragen of we niet méér moeten doen, of het anders moeten aanpakken. Je moet ook zo vaak nee zeggen.
In samenhang daarmee: de donorafhankelijkheid is in een land als Malawi heel groot, en – met alle goede bedoelingen – ook vaak gevoed door hulpverlenende organisaties, al dan niet kerkelijk. Daardoor verwacht men dikwijls nog steeds heel veel van blanken, en de hoop op financiële steun speelt daarin natuurlijk een grote rol.  Zo’n verwachting doodt veel creativiteit en stimuleert mensen niet echt om na te denken wat zij zèlf kunnen doen om stappen vooruit te zetten. Hoe kun je dat met elkaar doorbreken? Gelukkig kennen we ook voorbeelden dat het anders kan.
De andere cultuur. Alledaagse verschillen in bijvoorbeeld de manier waarop je elkaar begroet – dat leer je best snel. Maar als je een tijdje hier in Malawi woont, merk je als nooit tevoren hoe wij doordrenkt zijn van een Nederlandse cultuur en mindset. Wij denken altijd: kan het beter, sneller, goedkoper, efficiënter, gemakkelijker, comfortabeler…? Dat zit als het ware in ons bloed. Hier is dat anders – veel mensen denken daar nooit over na. We kunnen ons dat maar moeilijk voorstellen, maar dat zegt net zoveel over ons als over Malawiërs: onze culturen verschillen. En we zien inmiddels ook scherper dan ooit hoe dat in Nederland gemakkelijk doorslaat: de drang om het goedkoper, sneller, gemakkelijker te doen… Dat je iets de volgende dag in huis hebt als je het vóór 23.00 uur bestelt en we daaraan ook gewend zijn geraakt – en er zijn altijd mensen die daar onder lijden, al zijn het maar de bezorgers die onder enorme druk staan. Onbestaanbaar in Malawi, al zijn hier natuurlijk weer andere vormen van uitbuiting en slavernij. Maar veel druk die in Nederland overal voelbaar is, is dat hier niet. In zeker zin is het leven hier wel zo relaxt…
 
De afgelopen jaren hebben jullie veel mogen betekenen voor de palliatieve zorg en het Bijbels onderwijs. Kunnen jullie aan de hand van een voorbeeld vertellen wat de impact is geweest van jullie werk?
Wat me het meest verraste: van veel mensen hoorde ik dat door deze nieuwe manier van bijbelstudie de preken in hun gemeente zo zijn opgeknapt. Om dat te begrijpen moet je weten dat de meeste preken hier niet door dominees, maar door ‘gewone’ gemeenteleden worden gehouden. Blijkbaar helpt deze bijbelstudiemethode hen bij hun preekvoorbereiding. Eén dominee vertelde: ‘Iemand in onze gemeente die zijn preken altijd volstopte met grappige verhaaltjes, is door deze bijbelstudiemethode heel anders gaan preken. Hij heeft geen tijd meer voor al die verhaaltjes, want hij wil in zijn preken nu veel liever delen wat hij in het bijbelgedeelte heeft opgediept en gehoord.’
 
Toch moesten jullie een punt zetten achter jullie werk in het noorden van Malawi en zijn jullie inmiddels naar het zuiden verhuisd. Wat ging er fout?
Over die vraag denken we zelf nog regelmatig na: had het anders gekund, en hoe dan? Stevige antwoorden daarop hebben we niet. Misschien zijn de GZB en de CCAP Synod of Livingstonia eenvoudigweg uit elkaar gegroeid: het nieuwe beleid van de GZB werd nu niet bepaald met gejuich ontvangen, om een understatement te gebruiken. Dat merk je in een cultuur als Malawi vooral gaandeweg, in de praktijk: tegenwerking, gebrek aan commitment, geen bereidheid om zich echt in het GZB beleid te verdiepen en er samen iets van te maken. Ook de opstelling en acties van de leiding van de Livingstonia-synode hielpen niet echt. En dan speelden er ongetwijfeld ook cultuurverschillen een rol. We hebben gemerkt dat bijna niemand in Malawi ervan opkijkt als de ‘scriba’ van de kerk een zendingswerker van de GZB bijna op staande voet de laan uit stuurt. Maar voor Nederlanders ligt dat totaal anders: zó kun je als partners niet met elkaar omgaan. Het is ondanks veel inspanningen niet gelukt om samen een goede manier vooruit te vinden. Dat is heel verdrietig, vooral voor veel mensen ‘in het veld’: mensen die part noch deel hebben aan de spanningen die waren gerezen.
 
Begin november hebben jullie afscheid genomen in Ekwendeni. Betekent dat afscheid ook dat er niet langer meer palliatieve zorg wordt gegeven aan mensen die zelf niet naar het ziekenhuis kunnen komen?
De palliatieve zorg voor mensen die zelf niet naar het ziekenhuis kunnen komen, stond het afgelopen jaar helaas al op een laag pitje doordat het ziekenhuis zèlf er minder in was gaan investeren. Er waren altijd wel redenen om niet op pad te gaan om deze mensen thuis te bezoeken. Dat was verdrietig, niet in de laatste plaats omdat het ziekenhuis enkele jaren geleden juist gevraagd had om een verpleegkundige die kon helpen het programma te versterken en uit te bouwen. In de praktijk liep het management van het ziekenhuis de afgelopen tijd echter de tegenovergestelde richting uit: afbouwen van de palliatieve zorg. Dat speelde een belangrijke rol in het besluit van de GZB om dit werk niet langer te ondersteunen: je hebt daarvoor nu eenmaal een stevig draagvlak in het ziekenhuis zelf nodig.

Het aantal ‘outreaches’ was dus al drastisch teruggebracht ten gevolge van het beleid van het ziekenhuis. Misschien wordt dat aantal nog minder. Patiënten die aangewezen waren op medicijnen die ze zelf niet konden betalen zullen wellicht het hardst getroffen worden – niet zozeer door ons vertrek als zodanig, maar doordat de GZB niet langer bijdraagt aan het fonds waaruit zulke medicijnen bekostigd werden.
Hoe het verder gaat, weten we natuurlijk niet. Het zal ons niet verbazen, als het ziekenhuis spoedig een andere donor vindt.
 
Het moet heel frustrerend zijn dat ondanks je goede bedoelingen en inzet het niet loopt zoals je zou willen. Hoe ga je daar mee om?
Heel wat Malawiërs zeiden de laatste tijd iets als: “Dan heeft God een ander plan met je”, “God is in control”. Zij accepteren zulke pijnlijke ontwikkelingen vrij gelaten, zo lijkt het. Iets in ons protesteert als zulke uitspraken klinken: “Wacht eens even, kijk je dan niet te gauw en te gemakkelijk naar God, loop je daarmee niet weg voor onze eigen verantwoordelijkheid?” Maar van veel mensen hier kunnen we het toch wel hebben: het leven is voor de meesten een gevecht, een strijd om te overleven. Goedkope taal is het bij hun dus zeker niet. En het helpt ons te beseffen: God werkt echt niet alleen als alles op rolletjes loopt. Hoe God werkt, is voor ons vaak verborgen, maar dát Hij werkt – dat mogen we ook nu geloven. God kan ook conflicten gebruiken en ten goede keren. Dat zien we ook in de Bijbel steeds weer. Denk bijvoorbeeld aan Jozef en zijn broers, of aan de ruzie tussen Paulus en Barnabas. Met eerbied gesproken: God zit echt niet met de handen in het haar nu wij hier vertrekken. Hij gaat echt wel door. Het is toch immers niet óns werk, maar zíjn werk?
Rest ons dus te blijven bidden voor de CCAP Livingstonia-synode, de kerk in het Noorden van Malawi, waar we met veel vreugde hebben gewoond en gewerkt, en waar we mensen achterlieten van wie we zijn gaan houden.
 
Toch is het bijzonder dat er zo snel alweer nieuwe deuren opengingen. Kun je vertellen hoe dat is gegaan en wat jullie nu gaan doen?
De conferentie in het kader van de GZB-predikantenreis stond al maanden gepland. Twee dagen voordat die gehouden werd, verlieten we Ekwendeni, zonder te weten hoe onze toekomst er uit zou zien. We wisten alleen dat we twee weken in Lilongwe zouden verblijven en daarna naar de tweejaarlijkse GZB retraite zouden gaan die dit jaar in Johannesburg (Zuid-Afrika gehouden werd). Samen met de GZB zouden we op zoek gaan naar een andere werkplek, indien enigszins mogelijk was elders in Malawi of Afrika.
Aan het begin van de conferentie zouden de GZB-werkers in Malawi zich kort voorstellen. We waren – mede gelet op de omstandigheden – van plan om dat kort en krachtig te doen: onze naam noemen en kort vertellen met welk doel we bijna drie jaar geleden naar Malawi waren gekomen.
Aangestoken door andere in Malawi woonachtige GZB-ers besloten we op het laatste moment ons plan te herzien. Dus toch maar een bestaande Powerpoint presentatie gepakt, omgewerkt, ingekort en in het Engels vertaald: iets over het werk van Gert als Bijbelstudiecoördinator en iets over dat van Rieneke in de palliatieve zorg. Aan het eind zouden we dan sobertjes aangeven dat ons werk in het Noorden inmiddels ten einde was gekomen en dat we in afwachting waren van wat komen zou. Zo gezegd, zo gedaan.
Al gauw bleek dat enkele predikanten van de CCAP Blantyre Synod erg enthousiast waren over de presentatie die Gert gaf over het Bijbelstudiewerk: “Dit hebben we ook in onze Synode hard nodig!” Hun enthousiasme was blijkbaar zó groot, dat ze onze woorden aan het eind van onze presentatie niet eens gehoord hadden. Het was hen helemaal ontgaan dat we niet langer voor de CCAP Synod of Livingstonia werkten, in een tussenfase zaten en dus beschikbaar waren voor een nieuwe missie…
Een van de predikanten die liet blijken dolgraag in zijn kerk met een Bijbelstudieprogramma te willen starten was ds. Kaseko, die ook directeur is van de afdeling Mission, Evangelism and Training in de Blantyre Synode. Een gesprek dat hij korte tijd later had met onze regio-coördinator ds. Willem-Henri den Hartog en zijn vrouw Ditteke leidde al spoedig tot de conclusie, dat de CCAP Blantyre Synod voor het starten van een bijbelstudieprogramma graag gebruik zou willen maken van Gerts hulp en ervaring.
Wat Rieneke betreft: we zijn natuurlijk druk bezig ons te oriënteren op wat Rieneke hier gaat doen. Een focus op palliatieve zorg lijkt in deze context niet voor de hand te liggen. Weinig is nog duidelijk, maar dit wel: ze kan zich hier vast en zeker inzetten voor mensen die maar al te vaak niet gezien worden, zoals gehandicapten, vrouwelijke gevangenen, of mensen die uitgebuit worden…
 
Wat heb je de afgelopen jaren geleerd? En hoe kun je daar je voordeel mee doen nu er een nieuwe taak op jullie wacht? 
We hebben veel geleerd over Malawi, de cultuur en gewoonten van mensen hier. We zijn dus blij dat we ons werk in Malawi kunnen voortzetten, al is het dan in een heel ander gebied.
We hebben in elk geval moeten leren geduldig te zijn, onze westerse efficiëntie loslaten. In onze vooropleiding leerden we: je werkt het meest efficiënt als je de westerse concepten van efficiëntie leert loslaten. En dat is ook zo: als je dingen efficiënt wilt doen in de westerse zin van het woord, werk je minder efficiënt dan wanneer je dat kunt loslaten. Wat vanuit westerse optiek tijdverspilling lijkt, kan erg bijdragen aan de effectiviteit van je werk.
Dat blijft een leerproces. Als een training een paar uur later begint dan gepland, dan voelt dat nog steeds als tijdverspilling. Je moet je programma aanpassen, je kunt eenvoudig niet doen wat je je had voorgenomen. Toch hebben we geleerd dat het maar het beste is om zoiets vrolijk te accepteren (ook al blijven we ondertussen proberen om bondgenoot te vinden – mensen die ook op tijd willen beginnen). En verder: een tijd van wachten kan ook een tijd worden van ontmoeting en gesprek. Dat komt de relatie ten goede en kan je ook weer helpen.
 
Voelen jullie je thuis in Malawi? Wat maakt het zo bijzonder om juist daar te mogen wonen en werken?
Zeker, we voelen ons hier thuis. Wat het bijzonder maakt? De prachtige mensen. Het schitterende landschap (denk aan het meer). Het aangename weer (meestal). De relaxte levenshouding om ons heen. Hoe mensen God loven: met zang, vol overgave, het lichaam doet mee. De openheid voor geloof, de Bijbel. De mogelijkheid om met heel weinig soms veel voor mensen te doen…

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.