Care4Malawi

weblog Rieneke & Gert van de Pol

Matsenga

ill860

Een telefoontje

Zaterdag belde onze tuinman me op. Dat doet hij eigenlijk nooit. Bellen kost geld, en elke seconde is er daarom een te veel. Bovendien spreekt hij nauwelijks Engels; hoewel we ons best doen onszelf wat Chichewa eigen te maken, maakt dat de communicatie lastig, zeker per telefoon.
Het lukte hem eerst niet om mij duidelijk te maken wat er aan de hand was. Later belde hij nog een keer, nu met een paar Engelse woorden die samenvatte wat hij wilde zeggen. In zijn dorp was iemand overleden, en nu had hij geld nodig. En of hij daarom MWK 15,000 kon opnemen van het geld dat hij al werkend bij ons spaart. En of ik dat naar zijn telefoonnummer kan overmaken.
Als iemand overlijdt, draagt de hele familie bij aan de kosten voor de begrafenis. Bij een huwelijk is dat trouwens vaak ook zo: je wordt geacht mee te betalen aan de kosten die je broer of zus maakt voor de bruiloft van een van hun kinderen. Ons personeel krijgt een derde van hun totale loon als spaarloon – wij betalen dat niet meteen uit, maar we bewaren dat geld voor hen. Het is van hen, dus als zij het nodig vinden, kunnen ze daarvan opnemen. Mensen als onze tuinman hebben geen bankrekening (je moet al een goede baan hebben om dat te kunnen doen), maar je telefoonnummer kan als bankrekening fungeren. Zo kun je geld overmaken van het ene telefoonnummer naar het andere, en overal op straat kun je een deel van je 'banktegoed' opnemen. Natuurlijk betaal je voor elke transactie een vergoeding – de telecombedrijven moeten per slot van rekening ook verdienen.

Een lugubere dood
Vandaag kwam hij weer werken, en kregen we wat gedetailleerder te horen wat er aan de hand was. Ook dat ging natuurlijk niet vanzelf, maar met een mix van Engels en Chichewa en met behulp van Steven Paas’ onovertroffen woordenboek kwamen we een heel eind. Zijn broer was overleden, vertelde hij – zesendertig jaar jong. We probeerden te achterhalen of hij een ‘echte’ broer was – een leeftijdgenoot noemt men in Malawi al gauw ‘broer’ of ‘zus’, ook als die noch dezelfde moeder noch dezelfde vader heeft. Maar hier bleek het om een ‘echte’ broer te gaan.
Natuurlijk probeerden we ook het verhaal boven water te krijgen: was je broer ziek geweest, had hij een ongeluk gehad, of was het een hartstilstand geweest? Op al die vragen antwoordde hij ontkennend. Toen we er eindelijk een beeld van kregen, vonden we dat nogal schokkend. Hij vertelde dat het een kwestie was van ‘matsenga’ – magie, tovenarij.
In het dorp waar hij vandaan komt, is er rivaliteit tussen twee families. De strijd gaat vooral over grond – want grond is leven. De ene familie veroorzaakt met magie de dood van iemand van de andere familie, zo is de overtuiging. Het gebeurt vooral ’s nachts, als mensen slapen. Dan kan een tegenstander met magische krachten naar je toevliegen en je met een hamer op het achterhoofd slaan. Je begint dan te bloeden uit neus en mond en sterft. Dát is wat er met mijn broer gebeurd is, legt de tuinman ons uit: het is een kwestie van ‘matsenga’.
Komt er in zo’n geval nog politie aan te pas? Nee, dat niet. Aan de ene kant omdat er in de wijde omgeving van het dorp geen politie te bekennen is. Maar ook al omdat niemand een enigszins objectief onderzoek naar de toedracht nodig vindt: als een jong iemand plotseling sterft, dan moéten er wel duistere krachten aan het werk zijn geweest. Wij kunnen daar eerlijk gezegd maar moeilijk in komen. Maar onze tuinman zegt dat zowel zijn vader als zijn moeder op exact dezelfde manier zijn gedood: door ‘matsenga’, magie. En voor hem is het zonneklaar dat de rivaliserende familie daar de hand in had, al weet hij niet wie precies de dader is.
Maar in simpele woorden spreekt de tuinman ongevraagd ook uit, dat God niet blij is met de rivaliteit in het dorp, dat Hij het veroordeelt. Eigenlijk een wonder dat iemand die uit zo’n dorp afkomstig is, zo’n belijdenis uitspreekt. Dat vonden we een hoopvol moment in dit best deprimerende gesprek. Dat een paar woorden over het oordeel van God zó opbeurend kunnen zijn!
 

Gevlucht

We praten verder door, en horen nieuwe dingen over onze tuinman en zijn leven. In zijn geboortedorp zijn dus volop spanningen en problemen. Het houdt maar niet op: er zijn al zoveel mensen door het gebruik van ‘matsenga’ gestorven!
Zelf woont hij niet meer in het dorp. Zijn oom heeft hem daar jaren geleden weggehaald, omdat hij ervan overtuigd was dat anders ook zijn neefje ooit op dezelfde manier zou worden omgebracht. En daarom woont onze tuinman nu in de buurt van Blantyre, en niet meer in het dorp waar hij geboren is en opgegroeid. Een zus van hem woont er nog wel – dat wil zeggen: ze is vaak in het dorpje te vinden omdat ze er haar boodschappen doet en ook zelf wat spulletjes verkoopt, maar ’s nachts slaapt ze altijd ergens buiten het dorp. Op die manier probeert ze te voorkomen dat ook zij door ‘matsenga’ om het leven zal komen.
 

Middelen van bestaan

Doordat onze tuinman op aandrang van zijn oom het dorp ontvlucht is, heeft hij ook geen grond meer tot zijn beschikking waarop hij maïs zou kunnen verbouwen. Alle grond was familiegrond, en na zijn vertrek bleef dat natuurlijk zo: een stuk verkopen om elders een bestaan op te kunnen bouwen was er niet bij. We horen dat de huur van zijn huis zo’n MWK 7,000 bedraagt – een kleine acht euro. Voor ons klinkt dat als een belachelijk laag bedrag, maar voor hem is het een kapitaal. Zijn vrouw en hij hebben regelmatig ruzie, zo vertelt hij. Zijn vrouw neemt het hem kwalijk dat hij zo weinig verdient. Dat vinden we geen eerlijk verwijt, want wat kan onze tuinman er aan doen? Hij is laag opgeleid. Hij heeft vier jaar op de basisschool gezeten, maar toen stierf zijn moeder en was er geen geld meer voor. Hij kan wel lezen, maar niet zo goed. Hoe onredelijk het verwijt van zijn vrouw ook klinkt, dat is wel zoals het hier ligt: de man moet nu eenmaal voor het inkomen zorgen en als hij dat niet doet vindt een vrouw dat ze aan hem tekort komt. Hoe het ook zij, wat is het leven voor hen beiden zwaar!
 

Toekomst

Een mooi moment om nog wat door te vragen. Heeft hij wel door dat hij meer dan MWK 100,000 aan spaargeld heeft uitstaan? En zo ja: heeft hij al een idee wat hij daarmee wil gaan doen? In een jaar tijd heeft hij nog maar twee keer iets van zijn spaargeld opgenomen: in februari (vanwege de begrafenis van zijn oom) en afgelopen zaterdag…
Maar hij blijkt goed te weten waarvoor hij spaart: hij wil in de toekomst een stuk land kopen. Voor een niet al te groot stuk grond heeft hij zo’n MWK 200,000 nodig. Maar als hij er maïs op wil gaan verbouwen, moet hij ook nog zaad en kunstmest kopen. Dat vraagt al met al een investering van tussen € 280 en € 330.
Gaan we hem voorthelpen – en zo ja: hoe dan? We hebben iets om over na te denken...

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.