Care4Malawi

weblog Rieneke & Gert van de Pol

Robert

ill860

Het is vrijdag 10 februari. Vanochtend ga ik voor het eerst mee op ‘outreach’ voor het Palliative Care Programma.

Ik ga op pad met Emily. Zij is de anestesist van het ziekenhuis en ook verantwoordelijk voor het ‘palliative care’ programma. We vertrekken om negen uur. Het is de bedoeling dat we een aantal patiënten thuis op gaan zoeken – ze zijn te ziek om naar het ziekenhuis te komen. We gaan met een heuse ambulance, dus uiteraard met chauffeur. Onze bagage: een tas met medicijnen die we nodig zouden kunnen hebben. Verder hebben we ook een zak Likuni in de ambulance geladen: een mix van mais en soja, met extra toegevoegde vitaminen en mineralen. Zonodig kunnen we daarvan wat uitdelen aan patiënten, zodat er voedzame pap van gemaakt kan worden.

Bergafwaarts

Onze eerste patiënt is Robert, nog maar 26 jaar. Hij ziet er heel ziek uit: zwak, gedesoriënteerd en sterk vermagerd.
Het simpele hutje waarin we hem aantreffen is dat van zijn tante. Die heeft zich zo’n vijf weken geleden over hem ontfermd. Ouders heeft Robert niet meer. Ze zijn overleden – tja, waaraan? Het wordt me niet verteld, maar als ik een gok moet doen: AIDS. Na de dood van zijn ouders ging het met Robert bergafwaarts. Hoewel hij aidspatiënt was en er voor hem voldoende medicijnen beschikbaar waren, stopte hij op een gegeven moment met het slikken van de aidsremmers. Vervolgens liep hij ook nog eens TBC op.
Twee dagen geleden is de tante van Robert naar het spreekuur gekomen van de ‘palliative care clinic’ in het ziekenhuis. Ze heeft hem in haar hutje opgenomen en hem zover gekregen dat hij de aidsremmers weer slikt. Maar ze weet zich ondertussen geen raad met haar neefje. “Hij kan niet meer opstaan en is verward”, vertelt ze op het spreekuur.

Donker

Als we het hutje binnen treden, zien we Robert liggen in een hoek van het donkere vertrek. Ramen zijn er niet, alleen via de ingang valt wat licht naar binnen. Robert ligt er op een matje.
Wij gaan bij hem zitten. Hij ligt weggedoken onder een deken, met zijn rug naar ons toe. Emily probeert contact met hem te krijgen door hem deels in het Chitumbuka, deels in het Engels aan te spreken: “Robert, kun je mij horen? Kunnen we even praten?” Ze probeert bij hem te peilen hoe het met hem gaat. Zijn toestand is ronduit slecht en het lijkt erop dat we weinig voor hem kunnen doen. We staan met lege handen en ik voel me machteloos.
“Kun je rechtop gaan zitten?”, vraagt Emily hem. Robert heeft er de kracht niet voor, maar met hulp en ondersteuning van zijn tante lukt het hem uiteindelijk toch om even te gaan zitten. Hij verstaat en spreekt goed Engels.

Goed nieuws

“Robert heb je gezondigd?”, vraag Emily plompverloren. Als het even stil blijft, noemt ze vragend nog een keer zijn naam: “Robert?” Dan antwoordt hij krachtig: “Ja!” Emily gaat verder: “Heb je van Jezus gehoord, Robert? Jezus houdt van je, He loves you so much! Hij wil je zonden vergeven!” Ze pakt vervolgens haar Tumbuka Bijbel en vraagt: “Heb je weleens van Jesaja gehoord?” Robert knikt. Dan begint ze te lezen, uit het eerste hoofdstuk van het boek van deze profeet: “Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE. Al waren uw ​zonden​ als ​scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol. Als u gewillig bent en luistert, zult u het goede van het land eten, maar als u weigert en ​ongehoorzaam​ bent, zult u door het ​zwaard​ gegeten worden; want de mond van de HEERE heeft gesproken.” (Jesaja 1: 18-20)
Even is het stil, dan neemt Emily Roberts handen in die van haar en vraagt of ze voor hem mag bidden. Ik kan niet alles verstaan, maar begrijp wel dat ze om vergeving van zijn zonden vraagt en dat er vrede over hem zal komen. Ze bidt vurig, vol liefde en overgave!

’t Is dringend

Na het gebed volg ik even niet precies wat er gebeurt. Emily legt het me uit. “Robert hoort niet bij een kerk, maar hij wil lid worden van onze kerk. Dus ik ga nu een ouderling halen. Dit kan niet wachten, Robert heeft pastorale zorg nodig…” En weg is ze.
Ze laat mij achter met Robert en zijn twee tantes. Een schattig klein meisje loopt naar binnen om even naar de muzungu te kijken. Ze komt bij ons zitten.
Hoewel ik er op gerekend had dat Emily wel een tijdje weg zou zijn, is ze betrekkelijk snel terug. Met een ouderling van de kerk. De man gaat bij Robert zitten en noteert alle gegevens die nodig zijn om hem als lid in te schrijven. Als wij afscheid nemen van Robert en zijn familie, zit hij er nog.

I’m so happy!

Als we in de auto zitten, laat ik de situatie en alles wat ik hoorde en zag op me inwerken. Opeens zegt Emily: “Rieneke, I am so happy. I did my job! I brought this man to Jesus. I told him about Jesus before he dies.”
 

(op woensdag 15 februari aan het blog toegevoegd:)

Peacefully...


Robert is op zaterdag – de dag nadat we hem bezochten – gedoopt. Op zondag vierde men in het hutje van zijn tante het Avondmaal met hem. Maandag is Robert overleden. ‘Peacefully’.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • Cees de Mooij

    14 februari 2017, 09:25

    Gelukkig dat Zijn genade oneindig groot is, dat Emily daaruit leeft en dat Robert
    daar als hij het aanneemt daar ondanks alles deel aan mag hebben.
    Rieneke, wat heftig om mee te maken dat je medisch nauwelijks kunt helpen.
    We bidden om kracht voor je om steeds toch weer verder te kunnen.
  • Heleen

    14 februari 2017, 09:36

    Dat is DIENEN!
  • Nelleke Kraaij - van de Pol

    14 februari 2017, 11:14

    Indrukwekkend Rieneke. Wat een wereld van verschil!
  • Marjolijn

    15 februari 2017, 05:40

    Mooi hoor!
  • Ingrid Santos bakker

    16 februari 2017, 04:35

    Het doet me goed Rieneke te vernemen dat er weer een en dat op het laatste moment tot Jezus komt en aan neemt,veel zegen toegewenst.
  • H. Markus

    17 februari 2017, 05:59

    Soms krijgen woorden gaandeweg het verhaal dat je aan het schrijven bent nog veel meer lading. Worden het lichtende woorden. Zo althans verging het mij, Rieneke, bij dat zinnetje: "Alleen via de ingang valt wat licht naar binnen."
    Dat zinnetje ging in mij resoneren.
    Daarom groet ik jou en Gert met Numeri 6:24-26.


Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.