Care4Malawi

weblog Rieneke & Gert van de Pol

“You are blessed in your family…”

ill860

Elke dag horen we het wel een paar keer: “Your are blessed in your family…” We horen dat als de telefoon gaat in het gezin waar we sinds maandagmiddag 6 maart verblijven: dat van ba Kondwani Mkandawire en ba Smeda Chiwone in Kawaza (4 km ten noorden van Bolero). Of ba Kondwani nu op zijn land aan het werk is, op straat loopt, in een winkeltje staat, in de kerk zit of thuis aan het eten is - als zijn telefoon gaat hoort iedereen in zijn omgeving het: “You are blessed in your family…” De ringtone wordt vergezeld van een vrolijk muziekje en gaat als volgt verder: “you are blessed in your body, you are blessed in your finances, you are blessed…” We kijken uit naar het moment dat ba Kondwani een keer zó lang draalt met het opnemen van zijn telefoon, dat we de hele ringtone te horen krijgen… ;-)

Op sleeptouw

We maken nu een week deel uit van dit gezin en tot gisteren waren alle dagen van begin tot het einde toe gevuld. Tijd om een blog te schrijven of rustig iets te lezen hebben we pas vandaag: de eerste dag zonder programma. De gastvrijheid van ba Kondwani en ba Smeda is overweldigend. Ze zijn buitengewoon vriendelijk en doen werkelijk alles voor ons. Als je gasten hebt, mag je ze geen moment alleen laten. Zo voelt een Malawiaan dat en vandaar dat ze ons voortdurend op sleeptouw nemen. Ze hebben nog een andere reden om dat te doen: het is belangrijk dat we zo spoedig mogelijk met veel mensen in het dorp kennismaken. Het is bijvoorbeeld uitgesloten om pas na een week bij de chief op bezoek te gaan: dan zou je hem beledigen en het is voor ba Kondwani dan ook volkomen vanzelfsprekend dat we de ochtend na onze aankomst bij de chief op bezoek gaan. Nadat we bij daar zijn ontvangen, vult de rest van de ochtend zich met bezoeken bij andere mensen die belangrijk zijn, zoals leden van de kerkenraad en familieleden.

In de dagen daarna bezoeken we onder andere een kerkenraadsvergadering in een nóg verder afgelegen dorp en een bijbelstudiebijeenkomst van de Umanyano (de vrouwenbeweging in de kerk). Ook zijn we te gast bij de jaarlijkse, interkerkelijke vrouwengebedsdag die in deze week op vrijdag gehouden wordt. Overal is de ontvangst even hartelijk, overal wordt de tijd genomen om ons voor te stellen, overal vinden ze het geweldig als je een paar woorden Chitumbuka spreekt, overal wordt veel gebeden, overal wordt er gezongen, overal wordt er regelmatig uitbundig gelachen.

Formeel, maar toch

Als we thuis zijn, zijn er bijna altijd anderen: het is in het huis van de familie Mkandawire een komen en gaan. Heel wat mensen uit de buurt komen om hun telefoon te halen of te brengen: de familie Mkandawire heeft als een van de weinigen in de buurt elektriciteit en fungeert dus als oplaadpunt voor telefoons. Veel mensen komen speciaal om ons te groeten. Dat gaat voor ons besef vrij formeel. De gast komt binnen, zegt in eerste instantie weinig of niets en gaat op aangeven van de gastheer zitten. Dan wisselen zij de gebruikeijke groeten uit. Dat gaat in de ochtend bijvoorbeeld als volgt:
“Monire!” “Yeŵo”. “Mwawuki wuli?” “Tawuka makora, kwali imwe.” “Tawuka.” “Yeŵo.” “Tawonga”.
Enigszins vrij vertaald: “Goede morgen” (vaak door de gastheer gezegd, met de ondertoon van: welkom!) “Dank u.” “Hoe maakt u het?” (letterlijk: hoe bent u opgestaan)?” “We zijn goed opgestaan. En u?” “Wij zijn goed opgestaan.” “Fijn!” “Bedankt!”
Vaak is het dan weer even stil – soms langere tijd, zodat het voor ons wat ongemakkelik begint aan te voelen.  Maar voor de mensen hier lijkt dat heel anders te liggen. Voor hen lijkt die stilte heel natuurlijk te zijn en haast als weldadig aan te voelen: alsof je eerst maar eens even de tijd neemt om stilletjes van elkaars aanwezigheid te genieten.

Rare Nederlanders

Maar dan breekt het moment aan dat ba Kondwani het woord neemt en aan ons in het Engels uitlegt wie er op bezoek is gekomen en hem of haar dus aan ons voorstelt. Omdat het voor ons buitengewoon lastig is om Tumbuka namen goed te verstaan èn te onthouden, vragen we meestal of hij de naam van de bezoeker even wil opschrijven – of dat de bezoeker dat zelf even doet.
Vervolgens stelt ba Kondwani ons in het Chitumbuka voor aan de bezoeker. Hij vertelt dan meestal uitvoerig waarom we bij hen logeren, dat we in deze weken de Tumbuka taal willen leren, de cultuur en het dorpsleven van binnenuit willen leren kennen en dat het de bedoeling is dat we een week of vijf, zes blijven. Natuurlijk vertelt hij dan dat we voor een jaar of vier in Ekwendeni zulen wonen en voor de kerk zullen werken, dat Rieneke verpleegkundige is en ik dominee ben.
Als hij vertelt dat we uit Nederland komen, illustreert hij dat steevast door iets te vertellen dat voor Malawianen echt eigenaardig aan ons is. Bijvoorbeeld dat we geen suiker in de de thee doen en ook geen melk: als ba Kondwani dat vertelt, kun je het ongeloof in de ogen van de gast lezen. Een Malawiaan doet doorgaans namelijk graag veel suiker in de thee. Drie eetlepels suiker in een beker thee is heel normaal. Ze kunnen dan soms ook nauwelijks geloven dat we helemaal geen suiker in de thee doen, vragen zich af waarom dat is en moeten er vaak ook hartelijk om lachen. Echt raar!

Toch te bescheiden geweest

Al op de eerste dag hebben we veel bijgeleerd over de Tumbuka cultuur. Op maandagmiddag worden we door ba Kondwani opgehaald in Rumphi, waar we bij Tiem en Ineke Selles, op Matunkha (aanrader!) een paar prachtige dagen hadden doorgebracht. Als we aankomen in Kawaza worden we hartelijk ontvangen. Natuurlijk is de dominee van het dorp ook van de partij – samen met haar man.
Eenmaal binnen worden we getrakteerd op softdrinks (Cola en Fanta) en liggen er rollen koekjes klaar. We voelen natuurlijk meteen aan dat de familie alles uit de kast heeft getrokken om ons warm te onthalen: deze drankjes en de koekjes zijn ongetwijfeld een hele uitgave voor hen geweest. Misschien dat anderen – of de kerk – hen daarin hebben ondersteund, maar dat doet niets af aan de gastvrijheid die daarmee ten toon wordt gespreid.
Als er in Malawi koekjes op tafel komen, kun je er met een gerust hart een aantal van nemen en hoef je je echt niet te beperken tot één. Dat hebben we inmiddels al geleerd, dus we generen ons niet en allebei eten we een heel stel koekjes op. De volgende dag leren we echter, dat we toch nog een beetje te bescheiden zijn geweest: als we op echte Tumbuka-manier hadden willen tonen dat we de hartelijke ontvangst enorm waarderen, hadden we er goed aan gedaan om beiden een hele rol bescuitjes te verorberen…

Zeg het met kippen

Een paar uur later gaan we aan tafel. Eerst wordt er natuurlijk een gebed uitgesproken (die eer gunnen ze aan een van hun gasten) en worden onze handen gewassen. Op tafel staat een aantal pannen: sima, rijst, groente, kip. Hoewel we onszelf niet als vegetariërs beschouwen, eten we maar af en toe vlees en we hebben ons voorgenomen om dat in Malawi helemaal niet te doen. Dus laten we de kip aan ons voorbij gaan. In Nederland hoef je daar niet over na te denken: zeg dat je vegetariër bent, niet zo dol bent op vlees of het gewoon liever niet al te veel eet – en niemand vindt dat raar, niemand voelt zich beledigd. Maar hier ligt dat anders. Ons gastgezin heeft ter ere van ons en van onze komst een voor hun doen overvloedige maaltijd klaargemaakt en vlees is voor bijna iedereen een luxe: dat eet je alleen op hoogtijdagen. Hoe vertel je in een cultuur als deze, waar de communicatie in hoge mate indirect verloopt, op zo’n moment dat je geen kip eet? We willen ons gastgezin uiteraard niet voor het hoofd stoten.
Rond de lessen Chitumbuka en interculturele communicatie hebben we ons daar enigszins op voorbereid. De hoofzaak is: je moet niet zeggen dat je geen vlees eet – wees er op uit dat ze het uit je manier van doen zullen opmaken. Dus als ze kip voor je willen opscheppen, dan laat je dat gewoon gebeuren, je weigert dan niet. Vervolgens eet je smakelijk, maak je complimenten over de verrukkellijke maaltijd, terwijl je – zonder daar bijzondere aandacht voor te vragen – het vlees gewoon laat liggen. Misschien hebben ze al door dat je geen vlees eet als dat één keer gebeurt. Maar zeker als ze dat vaker meemaken, pakken ze de boodschap van het onaangetaste vlees gauw genoeg op en zullen ze er rekening mee houden.

In zekere zin maakt de manier waarop de maaltijd verloopt het ons gemakkelijk. Je eet niet aan tafel, maar met je bord op schoot. Na het gebed en het wassen van de handen loopt iedereen langs de tafel waarop de pannen met eten klaar staan en daar schep je zelf op. Het is dus een kwestie van: uit alle pannen opscheppen, maar niet uit die met kip.
Natuurlijk blijft het niet onopgemerkt dat we geen vlees op ons bord scheppen. Ba Kondwani meent waarschijnlijk dat we het uit bescheidenheid nalaten en dringt aan. Ik laat zien hoeveel er al op m’n bord ligt, vertel dat we dol zijn op rijst en groenten, dat we natuurlijk ook sima willen eten en dat dat op dit moment voldoende is. Dan blijkt hoe we het getroffen hebben met dit gezin: ze lijken meteen aan te voelen dat het op de een of andere manier wellicht te maken heeft met andere gewoonten en gebruiken (zoals we ook geen suiker in de thee doen), zijn open en lijken zich niet beledigd te voelen door het feit dat we geen kip nemen. Even later vragen ze er voorzichtig en geïnteresseerd naar en geven ze ons ruimte om aan te geven dat we geen vlees eten.

De volgende dag – dinsdagmiddag – zitten we rustig in de tuin, op een bankje, heerlijk in de schaduw. Er is alle tijd om met elkaar te praten. Wij vertellen over gewoonten in Nederland (ze zijn er erg nieuwsgierig naar) en zij wijden ons in in allerlei Tumbuka-gewoonten. Dan komt ook de kip weer ter sprake. Ba Kondwani legt uit, hoe belangrijk het in hun cultuur is om gasten als ons met kip te onthalen. Als een gast écht welkom bij je is, zet je tijdens de eerste maaltijd kip op tafel. Doe je dat niet, dan zal een Tumubuka voelen dat hij niet echt welkom is. Kip kán eenvoudigweg niet ontbreken.
Dat wij uitgerekend de kip aan ons voorbij hebben laten gaan – we kunnen er samen tenslotte smakelijk om lachen. Het kost ons geen moeite om hen te prijzen om hun gastvrijheid, want die voelen we in alles. “En wat leren we al veel van jullie over de Tumbuka-cultuur.”
Dezelfde avond laat ‘buya’ – een oudere mevrouw die ons direct na aankomst al kwam begroeten en die ouderling is in de kerk – een kip brengen. Een levende natuurlijk, als een geschenk aan ons. We voelen het nu wel aan: een hartelijker manier om ons welkom te heten is er gewoon niet. Later in de week gaan we speciaal bij haar langs om haar te bedanken. Voor de kip, voor haar hartelijkheid, voor het warme welkom dat ze ons geeft.
Het is niet bij één kip gebleven. Als op zaterdag de kerkenraad langs komt om kennis te maken, nemen ze – naast andere geschenken – ook een levende kip voor ons mee. Ba Smeda had, zo vernemen we later van haar, nog voorzichtig geopperd dat de kerkenraad in plaats van een kip eieren mee zouden brengen (die lusten ze graag, had ze inmiddels ontdekt). Maar daar kon geen sprake van zijn. Dus kregen we van de kerkenraad uiteindelijk een trees eieren èn een kip.

Nu de familie Mkandawire weet dat we geen vlees eten, hoeven we hierover nergens in het dorp meer iets uit te leggen. Als we ergens gaan eten en er staat vlees op tafel, vertellen zij hun dorpsgenoten wel dat we niet gewend zijn vlees te eten. Zo werkt dat met indirecte communicatie. Eigenlijk best makkelijk... ;-)

You are blessed in this family…

Telkens als de telefoon gaat, is het eerste dat we horen: “You are blessed in your family”. Wij doen dan iedere keer net alsof er geroepen wordt: “you are blessed in this family”. Want zo voelt het. De eerste week is omgevlogen. Ba Kondwani en ba Smeda zijn vriendelijk, open, geïnteresseerd, eerlijk en behulpzaam. Ze nemen eindeloos de tijd voor ons om ons te helpen het Chitumbuka te verstaan en te spreken. Ze vertellen ons veel over hun gewoonten en tradities en laten ons daar volop mee kennismaken. Het is hier goed toeven.

P.S.

  • Sima: het hoofdvoedsel in Malawi. Het is een dikke, stevige maïspap. Zonder sima geen lunch, geen avondmaaltijd.
  • Ba Kondwani en ba Smeda: het woordje ‘ba’ voor de voornaam is een uiting van respect. In het Chitumbuka zijn dat soort dingen erg belangrijk, dus sluiten we ons bij die gewoonte aan.
  • In volgende blogs en/of op Facebook (www.facebook.com/care4malawi) zullen we jullie de komende weken graag nog veel meer vertellen en laten zien van ons leven hier, bijvoorbeeld over de woning, over de kinderen, over de chiefs en over de kerk. Heb je vragen? Stel ze gerust, dan zullen we daar in een van de volgende blogs of op Facebook de komende tijd graag wat over schrijven.

Reageer op dit artikel

Geen Facebook? Reageer dan hier.

  • H. Schreuder

    13 maart 2017, 03:11

    Met plezier heb ik het verslag gelezen, zegen op wat er komt.
  • Annie Molegraaf

    13 maart 2017, 11:32

    We hebben zondag jullie film gezien. Leuk hoor.Leven mee en zien veel herkenning. Groeten Ary en Annie
  • Cor Knijff

    14 maart 2017, 11:30

    Met veel genoegen en ook verbazing jullie blog gelezen . Moge onze goede God jullie zegenen in alles wat jullie doen. Ik kijk uit naar het volgende blog.

Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.