Weblog

Willem en Joanne Folmer

Bijpraten verhuizing naar Lolwa...

ill860

Binnenkort komt onze volgende nieuwsbrief uit. Maar terecht kregen we de opmerking vanuit onze achterban dat het laatste nieuws wel lang geleden is (mei)! Er is ondertussen veel gebeurd, we willen daar het een en ander over uitleggen. 
 
Op 9 april moesten we met spoed evacueren uit Itendey. De dreiging van de rebellen rondom het dorp nam steeds meer toe. Dat mensen uit het dorp in het regenwoud begonnen te slapen was de druppel en vanuit de GZB werd ons op die ochtend verteld dat we dezelfde dag moesten vertrekken. Normaal gaan we in zo’n situatie naar Nyankunde. Ook drie weken eerder waren we naar Nyankunde geëvacueerd, maar toen konden we gelukkig na een week weer terugkeren naar huis. Alleen in Nyankunde waren er ondertussen ook gewapende conflicten ontstaan tussen het leger en een nieuwe rebellengroep met jongeren uit het dorp. De situatie was daar dus ook gespannen. 
 
Vandaar dat we die ochtend op 9 april besloten om naar Aru te gaan, in het Noorden van Congo, aan de grens met Uganda. Er is daar een Duitse missiepost met zes zendingswerkers (waaronder één gezin) die ons heel gastvrij hebben ontvangen. Het eerste weekend vierden we zo onverwacht Pasen met de Congolese kerk in Aru en met verschillende Duitse tradities. Het was een zegen voor ons dat Lukas en Annelie samen met twee Duitse vriendjes konden spelen en dat ze allemaal goed Swahili spraken onder elkaar! In Aru hebben we veel contact gehouden met het ziekenhuis in Itendey en alle personeelsleden. Helaas verslechterde de veiligheidssituatie snel, zodat eind april werd besloten het ziekenhuis volledig te sluiten. Dankzij onze vliegstrip en de MAF konden we de personeelsleden veilig evacueren. Ook hadden we samen met de directie besloten om het duurste medische materiaal naar Nyankunde te evacueren. Het was een uitdaging om deze organisatie op afstand te ondersteunen, maar gelukkig verliep dit goed.
 
Helaas nam de onveiligheid alleen maar toe. Dorpen rondom Itendey werden zomaar aangevallen, mensen vermoord en huizen werden in brand gestoken. Hierdoor werd Itendey volledig verlaten, op enkele jongeren na en een kleine groep militairen. Vreemd is wel dat er juist in die tijd de Chinezen zijn gekomen om met zware machinerie het regenwoud af te graven voor goud. Aan het einde van ons vliegveld is er een heel groot terrein opengelegd en werken ze met meer dan zes graafmachines. Ze hebben hun eigen privélegertje met tientallen militairen en we denken dat ze de rebellengroepen geld betalen om ongestoord hun werk te kunnen doen.  
 
Ook vinden wij het heel opvallend niemand weet wat er precies aan de hand is. Het is duidelijk dat de Codeco-rebellen afkomstig zijn vanuit één stam die zich vaak ondergeschikt voelt. Maar door wie deze opstand nu is opgezet, is niet duidelijk. Ook blijkt dat de rebellen meer geavanceerde wapens hebben dan het leger zelf. Mensen denken dat bepaalde machtige personen vanuit de overheid hierachter zitten, zoals bijvoorbeeld oud-president Kabila. Maar niemand weet zeker wat er aan de hand is. Zeker is wel dat er hulp van rijke en machtige mensen is om deze beweging in stand te houden. 
Omdat er rondom Aru geen ziekenhuizen van de Communauté Emmanuel zijn, waren er geen goede mogelijkheden voor ons om binnen onze partnerkerk verder te werken. Daarom besloten we dat ik (Willem) eind mei een soort oriëntatiereis ging maken om het (gevluchte) ziekenhuispersoneel te spreken in Bunia, Itendey te bezoeken en na te denken over andere plaatsen waar we als familie zouden kunnen wonen en werken. 

Tijdens die bezoeken hebben we een goede bijeenkomst van al het ziekenhuispersoneel gehad, waaruit helaas wel bleek dat de veiligheidssituatie in Itendey nog steeds ongewijzigd slecht was. Vanuit de kerk kwam de vraag of het ziekenhuis toch deels open kon om de nog aanwezige populatie van zorg te voorzien. Maar personeelsleden zagen dit zelf niet zitten. 
 
Samen met pastor Muno (‘hoofd’ van het kerkgenootschap) en dr. Mastaki (directeur van het ziekenhuis) zijn we naar Itendey gevlogen. We spraken daar pastor Tungulo, onze buurman en kerkleider van het district van Itendey, die heel trouw als enige op de missie was blijven wonen. Ook spraken we met enkele militairen die ons (al dan niet dronken) probeerden te overtuigen dat er niets met het ziekenhuis zou gebeuren. Het was vreemd om Itendey zo leeg te zien. Heel triest om een mooi ziekenhuis met dichte deuren te zien met overal lang gegroeid gras en struiken rondom. Er is zoveel in geïnvesteerd en het staat opeens zomaar leeg. We baden samen voor Gods bescherming en voor een spoedige heropening van het ziekenhuis. 
 
Later in de week bezocht ik andere ziekenhuizen van de Communauté Emmanuel (de CE heeft vijf ziekenhuizen en 30 gezondheidsklinieken). Onder andere Lolwa, waar de familie Godeschalk sinds 2019 woont met hun drie kinderen. Zij zijn ook uitgezonden door de GZB, Mark is ook tropenarts en doet in Lolwa vergelijkbaar werk als wij in Itendey. We bespraken de optie met fam. Godeschalk om naar Lolwa te verhuizen en we vonden tot onze verrassing letterlijk een open deur: een huis naast fam. Godeschalk dat leeg stond en wat niet heel veel werk nodig had om het leefbaar te maken. Samen met de GZB besloten we eind juni dat we deze weg zouden inslaan. We geloven dat God onze weg in deze warrige omstandigheden naar Lolwa heeft geleid. Het mooie van deze plek in Lolwa is dat we ons steentje kunnen bijdragen, maar dat we door de aanwezigheid van fam. Godeschalk het ook weer relatief makkelijk los kunnen laten. Daarnaast kunnen wij gewoon door met ons werk voor het zondagschoolprogramma en het werk onder de pygmeeën van de GZB. Juist in de regio van Lolwa wonen ook veel Mbuti pygmeeën. Ook is Lolwa dichterbij Itendey en wordt hier ook Swahili gesproken. En last but not least hebben onze kinderen hier de luxe van Nederlandse vriendjes en kunnen we elkaar als GZB-collega’s ondersteunen. 
 
Eind juni ben ik naar Lolwa gegaan waar we een contract tekenden met een aannemer uit Bunia. Ik hielp zelf mee met de elektriciteit en waterinstallatie, die we van onze buren Godeschalk konden aftappen! Twee weken later kwam Joanne en de kinderen naar Bunia. We moesten alles opnieuw kopen: bedden, bankjes, tafel, keukengerei, matrassen. Al met al best een investering, maar het mooie daaraan is wel dat als wij teruggaan naar Itendey hier een mooi guesthouse staat voor fam. Godeschalk en de kerk in Lolwa. 
 
De eerste dagen in Lolwa waren pittig. ‘Ons’ huis was nog niet af, we moesten enkele dagen in de gastenkamer van fam. Godeschalk. Toen we daarna in ons huis trokken, was het duidelijk dat het maanden leeg had gestaan. De ratten begroetten ons van alle kanten, de verf was nog amper opgedroogd, nieuwe kastplanken waren zo vochtig dat kleding begon te schimmelen, de wc gaf telkens problemen, etc. Normale uitdagingen hier in Congo, maar dat koste wel wat inspanning van ons als familie. 
 
Inmiddels wonen we hier nu zo’n tweeëneenhalve maand. De kinderen hebben best wel wat om Itendey gehuild, maar ze zijn hier nu gelukkig gewend. Lolwa is qua ziekenhuis en kerk heel vergelijkbaar met Itendey en daardoor voelden we ons snel op onze plek. Enkele weken geleden ben ik nog een keer naar een uitgestorven Itendey gevlogen om wat persoonlijke spullen van onszelf en medicatie van het ziekenhuis te evacueren. Het blijft lastig dat we verhuisd zijn, terwijl ons huis gewoon nog in Itendey is en we daar ook nog veel spullen hebben. Ondertussen hebben we heel regelmatig contact met personeel van het ziekenhuis in Itendey en met vluchtelingen vanuit de regio van Itendey die op het moment in Bunia wonen. We zijn blij dat de GZB vanuit hun noodhulpfonds de kerk ondersteunt door bij te dragen aan voedsel voor de armste vluchtelingen. 
 
Ondertussen lijkt erop dat de situatie in Itendey nu toch langzaam rustiger wordt. We hopen en bidden dat we over een niet al te lange tijd weer terug kunnen naar Itendey om het ziekenhuis te heropenen. Maar we proberen bij de dag te leven. In de gebrokenheid van deze regio in Oost-Congo is heel duidelijk dat wij de dingen niet onder controle hebben. Door de uitzichtloosheid van aanhoudend geweld in onze regio is het soms moeilijk om positief te blijven. Maar juist in deze situatie merk je dat broeders en zusters in de kerk een concreter verlangen hebben naar de wederkomst van Jezus. Zijn belofte ‘Zie Ik maak alle dingen nieuw!’ is hier de hoop op verbetering. 
 
PM: informatie over het ziekenhuis in Lolwa komt binnenkort in onze nieuwsbrief en webblog. Bekijk ondertussen vast de website van familie Godeschalk via onze andere blog! Zie het nieuwe fotoalbum voor foto's van de afgelopen tijd. 

Reageer op dit artikel

Uitgezonden door

Wij zijn uitgezonden door de GZB, een zendingsorganisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De roeping van de GZB is om wereldwijd mensen te bereiken met het Evangelie, zodat zij God leren kennen en groeien in geloof. Meer info vind je op de website van de GZB.

Blijf op de hoogte

Ik meld mij aan voor:

Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens. Lees hier meer over de privacy policy van de GZB.