Over God leren onder de mangoboom

Lerend onderweg naar een integrale visie op scheppingszorg en zending
Het is een bijna klassiek beeld van de kerk in Afrika: kinderen die zondagschool krijgen onder een mangoboom naast de kerk. Vroeger was onze eerste gedachte bij dit soort beelden: moeten we niet samen een zondagschoollokaal bouwen, leiders opleiden, materiaal ontwikkelen, aanvullen wat ontbreekt? En dat doen we – eerlijk is eerlijk – samen met onze partners nog steeds. Maar we hebben ondertussen ook geleerd om ook met andere ogen te kijken en de vraag te stellen: wat doet dat eigenlijk met je beeld van God, als je over Hem hoort onder een mangoboom?
De GZB bestaat dit jaar 125 jaar. Als één ding die jaren heeft getypeerd, is het dit: dat we telkens opnieuw moeten leren hoe we op een specifieke plek en in een specifieke tijd volgelingen van Jezus zijn. Zo hebben we al luisterend naar de ervaringen van onze buitenlandse partners in de recente jaren geleerd om op een nieuwe manier oog te krijgen voor de schepping. De schepping werd niet meer alleen de context – soms prachtig, soms zwaar vervuild – voor het zendingswerk, maar integraal onderdeel ervan. Tenminste, die route zijn we ingeslagen. In dit artikel schetsen we het leerproces dat we de laatste jaren hebben doorgemaakt en doen we een poging om onze visie op zorg voor de schepping op een nieuwe, integrale manier te verwoorden.
De eerste stap in de zoektocht: bewustwording en compenseren
We beginnen de beschrijving van onze leerweg in 2017. In dat jaar schreef een werkgroep een stuk met de titel ‘Op weg naar een groene(re) GZB’. De aanleiding ervoor was tweeledig. Allereerst had de GZB in zijn nieuwe beleidsplan gekozen voor focus op ‘mensen in de marge’. Daarbij werd geconstateerd dat veel problemen voor mensen in die groep regelmatig gevolgen zijn van milieuvraagstukken. De volgende stap was te erkennen dat de GZB met zijn handelen bijdraagt aan die milieuvraagstukken en indirect dus aan het lijden van de groep mensen die centraal staat in het werk. Daarom werd het doel gesteld om binnen vier jaar ‘klimaatneutraal’ te gaan opereren.
Interessant is dat in het beleid voor het behalen van dat doel een dubbele inzet werd gekozen: niet alleen een groene GZB, maar ook een groene GZB-er. Verandering, zo was de gedachte, begint met bewustwording van alle medewerkers. De notitie formuleerde een veelomvattend programma op het gebied van reizen, inkoop van materialen, energiegebruik, de manier waarop activiteiten werden georganiseerd. En wat niet aan milieubelasting kon worden voorkomen, moest worden gecompenseerd.
In de jaren erna bleek de praktijk weerbarstig en kwam de focus de facto te liggen op drie lijnen. Allereerst gingen we onze CO2-uitstoot in kaart brengen, met name die van de vliegreizen, en daarover rapporteren in ons jaarverslag. Ten tweede gingen we de CO2-uitstoot compenseren door het steunen van ‘groene projecten’ bij onze buitenlandse partners. Er werd een jaarlijks budget vrijgemaakt om op verschillende plekken projecten te financieren om bomen aan te planten of op een duurzame manier landbouw te bedrijven. En ten derde werkten we aan bewustwording door activiteiten in en rond kantoor. We startten onder andere een samenwerking met imkerij ‘De werkbij’ (www.dewerkbij.nl) die een aantal bijenkasten in onze tuin plaatste. Ook werden een aantal keer per jaar sessies voor medewerkers georganiseerd om bewustwording over duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatverandering binnen de organisatie te vergroten.
.jpg?width=575&crop=0%2C0%2C4160%2C3119&mode=crop&format=jpeg&dpr=1.0&signature=d58a57b843cb1f7bcef5065dafaf01bfbba02671)

Stap 2: heroriëntatie van kosten naar kern
Na een enthousiaste start ging het na verloop van tijd knagen: was deze benadering niet te veel gericht op calculatie en compensatie, op het afkopen van schuld? Hoorde de zorg voor de schepping niet veel meer geïntegreerd te worden in onze visie, in de kern van ons werk in plaats van in de ‘bijkomende kosten’? Moesten de groene projecten geen plek krijgen in de landenprogramma’s in plaats van in een groepje losse projecten? Kritische gesprekken op kantoor en confronterende verhalen bij onze eigen partners wereldwijd deden het besef groeien: ja, we moeten niet alleen groener handelen, we moeten herontdekken wie we zijn in relatie tot onze Schepper en Zijn plan met alles wat Hij geschapen heeft.
Deze constatering leidde in 2022 tot de keuze om in het beleidsplan in onze visie op zending de bekende ‘five marks of mission' op te nemen: “Zending valt uiteen in vijf aspecten die nauw met elkaar samenhangen: (…) zorg dragen voor het bewaren van de schepping en een verantwoordelijke levensstijl”. Geleidelijk sijpelde het vervolgens ook door naar de bredere communicatie. In 2024 kwam het ook terecht in de video waarin we de kern van het werk van de GZB samenvatten voor gemeenten: “Het is Gods verlangen dat mensen leven zoals Hij het heeft bedoeld: in verbinding met Hem, elkaar en de schepping”.
Geschreven door: Marloes Achterveld & Martijn van den Boogaart
