Sluiten

Druk op enter om te zoeken, ESC om te sluiten.

Een Afrikaanse zendeling in Nederland

windmill-5909414_1920
‘Omgekeerde zending’ wordt het wel genoemd. De zendingsbeweging van Zuid naar Noord. Ik praat met Nestor Tsala, een Togolees die naar Nederland is gekomen om het evangelie van Jezus uit te dragen. Samen met zijn vrouw Florence ging Nestor tegen de traditionele stroom in. Zij kwamen van Afrika naar Europa. In de Corrie ten Boom-bibliotheek op het Heidebeekcentrum van Jeugd met een Opdracht spreek ik met Nestor over zijn motivatie om naar Nederland te komen, zijn bediening en zijn visie op de Nederlandse kerk.

door: Jaap Haasnoot, coördinator leren & opleiding GZB

Nestor, kun je me iets vertellen over het gezin waarin je opgroeide?

Ik ben geboren in Togo en opgegroeid in een christelijk gezin. Mijn vader was en is actief in de  Presbyteriaanse kerk als lekenprediker. Om in z’n onderhoud te voorzien werd hij treinmachinist. Hij is nu al weer heel wat jaren gepensioneerd en woont nog steeds in Togo. Mijn moeder verkocht allerlei artikelen. Ik heb twee zussen die in Gabon wonen. De rest van mijn familie woont nog in Togo. Toen ik 16 jaar werd, kreeg ik m’n eerste bijbel. Ik las er veel in, want ik hield van lezen. Ik wilde dominee worden en m’n vader was daar heel blij mee. Als kind al speelde ik kerkje met m’n broers en zussen. Ik was dan natuurlijk de dominee!

Wat waren je plannen na de middelbare school?

Na de middelbare school ging ik aan de universiteit studeren. Ik studeerde filosofie en sociologie. Vanwege politieke problemen was de universiteit vaak dicht. Ik was daar dan ook slechts twee jaar. M’n vader wilde graag dat ik eerst de universiteit zou afmaken en dan dominee zou worden. Ik worstelde in die tijd met de vraag wat God met mij wilde. Ik wilde het evangelie uitdragen. Ik was minder geïnteresseerd in de predikantenopleiding dan in de vraag wat Gods wil voor mij was.

Wat deed je toen?

Vanwege de onrustige politieke situatie ging ik toen 2 jaar naar Ghana. Daar bad en las ik veel. Ik las over Hudson Taylor en andere zendelingen. Terug in Togo wilde ik stoppen met m’n studie. Ik wilde naar Europa of naar Amerika om daar verder te studeren. Tot m’n grote verbazing vond m’n vader dat goed en hij verkocht het huis om mijn studie te bekostigen. Het lukte me echter niet om een visum te krijgen.  Dit was in 1995. Nu ben ik God dankbaar dat het toen niet lukte. Ik had het leven en de verleidingen in het Westen toen niet aangekund.

Hoe ging je om met die teleurstelling?

Ik bleef zoeken naar Gods wil. Ik had contact met Jeugd met een Opdracht (JmeO) in Togo. Met de hulp van mijn vader deed ik daar de Discipelship Training School (DTS). Daar voelde ik me thuis. Na de DTS stuurde de Presbyteriaanse kerk me voor een periode van twee jaar naar een dorp. Dat was zwaar maar goed. Ik kwam uit de stad en wist niet veel van het leven van mensen in een dorp. Ik deed veel met de jongeren daar. Na deze periode voelde ik me geleid om terug te gaan naar JmeO.

Uiteindelijk ging je studeren in Ivoorkust. Hoe kwam je daar terecht?

Ik raakte ervan overtuigd dat alleen de boodschap van de Bijbel een samenleving kan veranderen. Daarom wilde ik meer weten van de Bijbel. Ik hoorde in die tijd dat er in Ivoorkust een School of Biblical Studies van JmeO was. Ik voelde me geleid om daar heen te gaan. De kerk betaalde de reiskosten en ik weet nog goed dat ik ‘s nachts in Ivoorkust aankwam met nog maar 10 euro op zak. De school kostte 500 euro. Ik had echter geloof en vrede. Ik bad drie maanden lang dat God zou voorzien en opeens na drie maanden begon het geld binnen te komen. God is getrouw!

In die periode heb je ook je vrouw Florence leren kennen?

Ja, Florence was stafmedewerker op de school en ik werd gevraagd om ook in de staf mee te werken. We zijn in 2002 verloofd en een jaar later getrouwd. Het was geen gemakkelijke tijd op de school in die periode. Daar heb ik geleerd wat geestelijke strijd is. Het was een voorbereidingsperiode.

Hoe zijn jullie vanuit Ivoorkust in Nederland terecht gekomen?

Er waren veel problemen met de school en het werd ons duidelijk dat wij moesten gaan. Onze tijd daar zat erop. Maar waar moesten we naartoe? We hadden een periode van vasten en bidden. Via de website van JmeO kwamen we bij een vacature in Heidebeek terecht. Ik wilde eigenlijk naar de VS, maar Florence wilde het proberen. Het werd steeds duidelijker dat God ons daar wilde hebben, maar zelf stond ik niet echt te trappelen. We zagen alleen maar bevestigingen: na een maand hadden we een visum voor Nederland! Dat kan normaliter wel twee jaar duren. Ook het geld om naar Nederland te gaan kwam bij elkaar.

Wat was je eerste indruk van Nederland?

We kwamen op 10 oktober 2004 op Schiphol aan. Het leek wel alsof ik een koelkast binnenstapte! Ik

dacht: hoe kan ik ooit overleven bij deze temperaturen? En hoe zal ik ooit deze taal kunnen leren? Maar we vertrouwden op God.

Hoe kijk je aan tegen de situatie in Nederland?

Ik verbaas me erover dat christenen hier de hele avond tv kunnen kijken, maar een hele avond bidden lukt ze niet. In Afrika hebben we aan veel zaken gebrek, maar we weten wel hoe je moet bidden. Omdat we zoveel noden hebben, willen we een God die hoort en verhoort. Jullie lijken weinig nodig te hebben, maar je kunt altijd voor de kerk en om een opwekking bidden. Jullie hebben zo veel vrije tijd!  Tegelijk geloof ik dat er iets aan het veranderen is in Nederland. Er zijn veel kleine groepen actief in gemeenten. Er is honger. God werkt vaak via kleine groepen.

Wat kunnen wij als Nederlandse kerk leren van zusters en broeders in migrantenkerken in ons land?

Het functioneren als groep, als gemeenschap. Echt op elkaar gericht zijn. Kijk naar de eerste gemeente in het boek Handelingen. Ze deden alles samen. In Nederland zie ik een gebrek aan relaties en aan warmte. Is het de cultuur? Nederlanders praten wel veel over het weer, maar niet veel over dingen die er echt toe doen. Hoe kunnen we elkaar helpen als we zo gesloten zijn? God zorgt wel voor het weer!

En omgekeerd: wat kan de kerk hier voor de kerk in het Zuiden betekenen?

Partnerschap is het kernwoord. We hebben elkaar nodig., maar wel op basis van gelijkwaardigheid, niet op de oude koloniale manier. We zien dat God bijzondere dingen aan het doen is. De kerk in Nigeria stuurt zelf zendelingen uit. Ze hebben het Westen niet nodig. We kunnen elkaar aanvullen en corrigeren binnen het lichaam van Christus wereldwijd.