Terugblik Jaap en Coby van der Ham

Al 125 jaar zendt de GZB werkers uit naar
alle uithoeken van de wereld. Gedreven door het verlangen het Evangelie te
delen, laten zij huis en haard achter. Hoe kijken oud-zendingswerkers Jaap en Coby van der Ham terug op die periode? “We hebben gezien hoe God Zijn kerk
bouwt.”
Op 1 augustus 1978 worden Jaap en Coby van der Ham door de GZB benoemd als zendingswerkers. Na een periode van taal- en zendingstraining vertrekken ze in 1979 vanuit IJsselmuiden naar Kenia. Tien jaar lang wonen en werken ze in Turkana; een afgelegen, droge en vaak vergeten regio in het noorden van het land. Later keren ze nog eens terug naar Kenia voor een rehabilitatieprogramma.
Roeping
De roeping om de zending in te gaan kwam niet van de ene op de andere dag. Jaap en Coby groeiden erin. 'We hadden een predikant die heel erg op de GZB en op zending gericht was,' vertelt Coby. 'We kwamen daar als jongeren veel over de vloer. Hij sprak in zijn preken vaak over zending en dat heeft ons gevormd.'
Jaap en Coby zaten op de pabo. In die tijd werd een gemeentelid uitgezonden en dat verhaal raakte hen diep. Toch dachten ze: zending is voor dominees en verpleegkundigen, niet voor mensen uit het onderwijs. Tot er een advertentie van de GZB verscheen. 'Daarin werd juist gevraagd om mensen uit het onderwijs,' herinnert Coby zich. 'Toen zijn we erover gaan praten, bidden… Maar we hebben het lang voor onszelf gehouden.'
Coby en Jaap willen hun ouders geen verdriet doen. Pas als de medische én psychologische keuring achter de rug zijn, vertellen ze het thuis. Coby weet het nog goed: 'Toen ik het mijn ouders vertelde, zei mijn vader: we hebben de advertentie gezien. We hebben het gevreesd én gehoopt. Dat was heel veelzeggend. Ze voelden al: dit zou wel eens bij Jaap en Coby kunnen passen. Dat was voor ons ook een bevestiging.'
"Mijn ouders voelden al: dit zou wel eens bij Jaap en Coby kunnen passen. Dat was voor ons ook een bevestiging."
Afgelegen gebied
De GZB werkt in die tijd vooral in Indonesië en Kenia, met oriëntatie op Peru. Voor Jaap en Coby wordt het Kenia. En niet zomaar een plek: Turkana. 'Turkana is heet, droog en ontzettend afgelegen,' vertelt Jaap. 'De mensen leven heel eenvoudig, als nomaden. Honger is er eigenlijk altijd. Kinderen liepen in die tijd soms halfnaakt rond. Het is een arm en achtergebleven gebied.'
Vóór hen werkte er al een zendingsgezin. Maar het leven daar is voor een gezin met kleine kinderen bijna niet vol te houden. 'De regio is geïsoleerd, medische zorg is ver weg en kinderen zijn vaak ziek. Misschien is het wel één van de redenen dat wij daar terecht zijn gekomen,' zegt Coby. 'Wij hebben geen kinderen. Daardoor konden wij op een plek gaan wonen waar het voor een gezin bijna niet te doen was.'
Contact
In Lokichar, hun woonplaats, staat een zendingspost met onder andere een medische post, scholen en een kindertehuis. Jaap krijgt een rol met grote verantwoordelijkheid. 'De GZB had verschillende dorpsschooltjes opgezet. Er moesten gebouwen komen, leerkrachten, lesmateriaal en eten voor de kinderen. Ik zorgde voor salarissen, logistiek, brandstof, water, onderhoud en de aansturing van evangelisten en medewerkers. We hadden ongeveer veertig mensen in dienst en ik was zelf pas 28 jaar. Als ik er nu aan denk, zou ik het niet meer aandurven.'
In die tijd is er geen telefoon. Als Jaap en Coby contact willen met Nederland dan gaat dat per brief. Een brief is ruim veertien dagen onderweg, het antwoord net zo lang. Voor urgente zaken is er een kortegolfradio waarmee zendingswerkers onderling contact onderhouden. Naast alle mooie dingen, is het leven in Kenia met momenten zwaar. Coby: 'Het klimaat vraagt veel van je: overdag is het ongeveer veertig graden. Je bed is altijd warmer dan jezelf. En, je staat eigenlijk nooit "uit". Je bent 24/7 beschikbaar voor de mensen uit de omgeving.'
Vrouwenproject
Coby richt zich al snel op het werken met vrouwen. Er is een klein begin gemaakt met de verkoop van lokale producten, maar dat groeit onder haar handen uit tot een belangrijk vrouwenproject. 'Eén keer per week kwamen de vrouwen in een grote kring. Jaap vertelde dan een bijbelverhaal. Daarna ging ik met een paar helpers langs om hun spullen in te kopen: bijvoorbeeld potjes, pijl en boog, manden en sieraden. Later kwam er een echt winkeltje bij de zendingspost.' Coby helpt de vrouwen nadenken over wat verkoopbaar is: kleinere manden die in elkaar passen, vlechtwerk dat als ‘lampenkap’ verkocht kan worden, pijlen die ingekort worden tot briefopeners. Ze probeert de marktgerichtheid te combineren met respect voor de cultuur. 'Op een gegeven moment ontvingen 80 tot 100 vrouwen wekelijks een soort basisinkomen. Het had enorme impact. Onze verpleegkundige merkte het zelfs: ze zag minder zieken.
Niet alles gaat vanzelf. Er komt wantrouwen: zouden Jaap en Coby dit doen voor eigen gewin? 'Dat deed pijn,' zegt Coby. 'Je geeft je tijd en aandacht, en dan is er achterdocht. Gelukkig stond alles gewoon in de boekhouding van de kerk. En later is het ook uitgesproken dat men het verkeerd had ingeschat. Maar het raakt je wel.'

Moeilijke beslissingen
Naast mooie ontwikkelingen zijn er ook zware momenten. Jaap vertelt over een medewerker aan wie hij veel verantwoordelijkheid had gegeven: 'Je moet loslaten, vertrouwen geven. Je kunt niet alles zelf blijven controleren. Maar één keer is dat vertrouwen fors misbruikt. Dat had grote gevolgen, ook voor anderen. Het leidde tot ontslag en veel onbegrip. Dat vond ik heel tragisch.' Ook het kindertehuis brengt hen in een moeilijke situatie. Het begon als weeshuis, maar al snel blijkt dat lang niet alle kinderen wezen zijn. 'Het werd bijna een statussymbool,' vertelt Jaap. 'Coby en ik zagen dat dit uit de hand liep.' Samen met de verpleegkundige besluiten ze het aantal kinderen terug te brengen en de zorg meer te richten op de meest kwetsbaren: wezen, kinderen met een handicap en kinderen in de marge. 'Dat werd een halve oorlog,' zegt Jaap eerlijk. 'Maar later, met een nieuwe huismoeder, is het goed gekomen. Toch zijn dat beslissingen die je niet makkelijk vergeet.'
“Toen we weggingen, was het niet de kerk van de zendingswerker maar hún kerk.”
Afscheid en ontmoeting
Als Jaap en Coby na tien jaar vertrekken, is er veel veranderd in Turkana. 'Toen we kwamen, was het meer een kerk van de zendingswerker,' zegt Coby. 'Toen we weggingen, was het echt hún kerk.' Er zijn gemeenten ontstaan met kerkenraden, ouderlingen en diakenen. Er worden cursussen gegeven, mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen gemeente. 'De GZB heeft toen bewust besloten: hier moet geen opvolger meer komen,” vertelt Jaap. 'Natuurlijk zouden er dingen anders gaan, maar de verantwoordelijkheid moest bij de lokale kerk liggen. De tijd dat een zendingswerker alles bepaalde, was voorbij. En dat was goed.'
Jaren later, als de GZB honderd jaar bestaat, reizen Jaap en Coby met een korte reis weer terug naar Turkana. 'Dat was spannend,' zegt Coby. 'Hoe zouden we ontvangen worden? Zouden ze ons nog kennen? Maar het werd één groot feest. We hoorden hoe de kerk gegroeid was, hoe mensen met hun fiets nieuwe dorpjes bereikten. Dat was echt een cadeau.'

Noodhulpprogramma
In oktober 1988 keren Jaap en Coby terug naar Nederland. Coby gaat in het basisonderwijs in Veenendaal werken. Jaap komt vanaf januari 1989 op het GZB-kantoor terecht, op de afdeling 'Binnenland', later 'Communicatie & Fondsenwerving'. Tot juni 2013 blijft hij daar werkzaam.Als in Kenia opnieuw droogte en hongersnood toeslaan, komt er een groot noodhulpprogramma. Er blijft geld over om iets te doen aan duurzame verandering: mensen helpen zelfstandig te worden in plaats van afhankelijk te blijven van hulp. De GZB zoekt iemand die dat samen met de partnerkerk kan opzetten. Jaap en Coby kennen de taal, de cultuur en de kerk. Ze worden benaderd om opnieuw naar Kenia te gaan. Dit keer voor een beperkte periode.
Na veel rekenen, schuiven en bidden besluiten ze: we gaan. Ze vinden iemand die in hun huis in Veenendaal wil wonen, en vertrekken opnieuw naar Kenia. Jaap wordt coördinator van een rehabilitatieprogramma; Coby werkt aan een onderwijsbeleidsplan voor de Reformed Church of East Africa (RCEA) en hun scholen. Het programma richt zich op eigen initiatief van de mensen zelf. 'We lieten dorpen een ‘mapping’ maken,' legt Coby uit. 'Wat is er al? Welke winkeltjes zijn er? Wat kun je zelf? Als er al drie winkels zijn, moet jij niet de vierde beginnen. Het ging om eigen mogelijkheden ontdekken, niet dat wij plannen kwamen uitrollen.'
Ondertussen werkt Coby met een commissie aan een beleidsplan voor het onderwijs van de kerk. 'De kerk had ooit veel scholen gesticht, maar de grip was vervaagd,' legt Coby uit. 'De overheid betaalde de salarissen, maar wat was dan nog de rol van de kerk? Dat hebben we samen opnieuw doordacht. Wat kan de kerk vandaag betekenen in het onderwijs? Dat resulteerde in een beleidsdocument waar we dankbaar op terugkijken.'
Rollen omgedraaid
In deze periode merken Jaap en Coby dat de rol van zendingswerkers veranderd is. 'Vroeger had de zendeling de checkboekjes in de la liggen,' zegt Jaap glimlachend. 'Nu moest ik op het hoofdkantoor vragen of er geld beschikbaar was, bij de man die ik vroeger nog gesponsord had als schooljongen. De rollen waren omgedraaid. Maar dat voelde goed. Het was een nieuwe fase, met meer eigenaarschap bij de partnerkerk.' Ze krijgen in deze periode een goed huis, meer privacy en minder "24/7 publiek bezit". Ze ervaren deze twee jaar als een goede tijd.
Dankbaar
De periode in Kenia heeft het geloof van Jaap en Coby, maar ook hun kijk op de wereld, diep beïnvloed. 'Je leert relativeren,' zegt Jaap. 'De zaken waar wij ons in Nederland druk om maken, zijn vaak klein vergeleken met wat we hebben gezien. Tegelijk leer je ook: maak je geen zorgen voor de dag van morgen. De woorden van Jezus krijgen een andere lading als je leeft tussen mensen die van dag tot dag afhankelijk zijn van regen, eten en hulp.' Ook de manier waarop Keniaanse christenen God betrekken bij het gewone leven heeft hen blijvend beïnvloed.' Voor alles wordt gebeden,' vertelt Coby. 'Voor gezondheid, voor een reis, voor eten, voor een vergadering. Dat is heel gewoon. Dat mis je soms hier. Tegelijk is het ook lastig om die stijl zomaar over te nemen. Maar het zet je wel aan het denken.'
Nu, in een periode waarin hun eigen leven kwetsbaarder is geworden, kijken ze bewust terug. Jaap: 'We zeiden gisteren nog tegen elkaar dat we mogen terugzien op prachtige tijden in Kenia. Het was goed. God heeft voor ons gezorgd. Hij heeft ons gebruikt - met al onze beperkingen - en Hij is verder gegaan met zijn kerk.' Coby knikt: 'Er zijn mooie en moeilijke momenten geweest, maar boven alles zijn we dankbaar. Dat we erbij mochten zijn. Dat we hebben mogen zien hoe God zijn kerk bouwt, daar én hier.'

Past zending bij mij?
Wereldwijd zijn mensen nodig, die bereid zijn om hun leven te delen. Wil jij je handen uit de mouwen steken en je gaven en talenten inzetten in de wereldkerk? Om te delen, maar ook om te ontvangen en de verhalen en levenslessen door te geven in Nederland.





