Terugblik Piet en Alice Jonkers

Van 1982 tot 1988 waren Piet en Alice Jonkers namens de GZB uitgezonden naar Peru. Piet werkte als docent natuurkunde aan een christelijke middelbare school in Lima. Daarnaast waren zij samen betrokken bij gemeentewerk in Las Flores, een arme wijk. Terugkijkend zien ze Gods leiding, maar ook de lessen die zending met zich meebrengt. "Peru heeft ons geestelijk diep veranderd."
Hoe kwamen jullie tot de stap om naar Peru te gaan?
Piet: “Eigenlijk waren wij helemaal niet van plan om de zending in te gaan. We hadden daar nooit een duidelijke roeping voor gevoeld. Maar op een dag kwam mijn moeder naar ons toe met een advertentie van de GZB. Alice en ik hadden toen nog verkering en zaten bij mijn ouders thuis op de bank. Mijn moeder zei: ‘Ik heb hier iets en ik wil het jullie eigenlijk niet laten zien, want ik weet: als ik het jullie laat zien, dan doen jullie het. Maar ik voel dat ik het jullie niet mag onthouden.’ Het ging om een vacature voor een leraar wis- en natuurkunde aan een zendingsschool in Lima. Wij keken elkaar aan en zeiden meteen: ‘Dat is voor ons.’ Mijn moeder had dus gelijk."
"We waren jong, 25 en 26 jaar, en hadden allebei wel iets avontuurlijks. Het waren ook de jaren waarin sociale gerechtigheid sterk leefde. Er was veel aandacht voor de vraag: wij zijn hier rijk, mensen daar zijn arm. Hoe verhouden die werelden zich tot elkaar? Dat idealisme speelde zeker mee.”
Alice: “We hebben het niet uitgebreid afgewogen. We hebben er zelfs niet eerst lang voor gebeden. Later in ons leven hebben we weleens gedacht: wat bijzonder eigenlijk. Toen we jaren later opnieuw wilden uitgaan, hebben we juist wel lang gebeden, maar toen duurde het jaren voordat er duidelijkheid kwam. Bij Peru was het ineens: ja, dit is het. Achteraf zien we daarin Gods leiding.”


Hoe was de eerste periode in Peru?
Piet ging aan het werk als docent natuurkunde aan het Colegio San Andrés, een grote christelijke middelbare school in Lima. Die school had een hoog academisch niveau en was opgericht vanuit de Schotse zending.
Piet: “Ik zag dat werk niet als iets los van zending. Juist op school kwamen jongeren in aanraking met het Woord van God. Het waren vaak leerlingen uit rijkere gezinnen, jongeren die later invloed zouden krijgen in de samenleving. Je kunt dus zeggen: als je iets voor een land wilt betekenen, is het ook belangrijk dat juist zij met het Evangelie in aanraking komen.”
Tegelijk kozen Piet en Alice ervoor om niet in een welgestelde wijk te gaan wonen, maar in Las Flores, een eenvoudige wijk in Lima. Alice: “We wilden bewust wonen in de wijk waar ook de gemeente was. Niet alleen af en toe naar de wijk toe gaan, maar er echt deel van worden. Las Flores was geen wijk van rieten hutjes, maar wel heel eenvoudig. We woonden in een huis van een broeder uit de kerk. Beneden was steen, boven woonden mensen verder in rietmatten, als het ware op ons dak.”
Piet: “De gemeente daar was klein. Een huisgemeente eigenlijk, zonder dominee of kerkenraad. Een groep van misschien tien, twaalf, twintig mensen."
"We wilden bewust wonen in de wijk waar ook de gemeente was. Niet alleen af en toe naar de wijk toe gaan, maar er echt deel van worden."
Wat deden jullie in de gemeente?
Piet: “Ik was daar voorganger en een aanspreekpunt. Ik preekte, deed pastoraat, werkte mee aan evangelisatie, toerusting en de opbouw van de gemeente. Later was ik ook ouderling en voorzitter van de kerkenraad. We hielpen daarnaast bij praktische zaken, zoals organisatie, financiën en kerkbouw.”
Alice richtte zich vooral op vrouwenwerk, alfabetisering en kinderwerk. Alice: “Ik heb vrouwenkringen opgezet en zondagsschoolwerk gedaan. Later kwam daar alfabetisering bij. Veel vrouwen in de wijk konden niet goed lezen of schrijven. Ze kwamen vaak uit eenvoudige gezinnen uit de Andes en hadden weinig onderwijs gehad. Voor hen was het een grote stap om zelfstandig te leren lezen en schrijven.”
Daarbij ontstond een bijzondere verbinding tussen de school waar Piet werkte en de wijk waar zij woonden. Alice: “We dachten: wat zou het mooi zijn als leerlingen van Piet, die uit rijke milieus kwamen, naar onze wijk zouden komen om vrouwen te helpen leren lezen en schrijven. Voor die jongeren ging er ook een wereld open. Zij woonden vaak in mooie wijken achter hoge muren en kwamen nooit in zulke buurten.”
Piet: “Ze ontdekten ineens dat er in hun eigen stad zoveel armoede was. Dat was confronterend, maar ook vormend.”

"We dachten: wat zou het mooi zijn als leerlingen van Piet, die uit rijke milieus kwamen, naar onze wijk zouden komen om vrouwen te helpen leren lezen en schrijven."
Hoe was het om als buitenlanders in zo’n wijk te wonen?
Alice: “We hebben ons nooit onveilig gevoeld. Integendeel, we werden juist beschermd door de wijk. We waren de enige buitenlanders daar en de mensen namen ons op.”
Dat betekende niet dat de tijd rustig was. Peru werd in die jaren geteisterd door geweld van Sendero Luminoso, het Lichtend Pad. Alice: “Er waren regelmatig aanslagen. Soms viel ineens overal het licht uit. Dat noemden ze apagones. Dan zaten we in het donker aan de radio gekluisterd en werd er omgeroepen dat iedereen binnen moest blijven.”
Piet: “Maar we hebben nooit gedacht: wat doen we hier eigenlijk? Nee, nooit.”
Tegelijk ontdekten zij hoe ingewikkeld de positie van buitenlandse zendingswerkers kan zijn. Piet: “In die tijd keek men snel naar de gringo, de witte buitenlander. Die zou wel weten hoe het moest. Of je het wilde of niet, je kreeg een bepaalde positie. Wij leefden eenvoudig, zonder auto, op het niveau van de wijk. Maar tegelijk wisten mensen: achter die zendelingen zit een rijke organisatie. Dus als er geld nodig was voor kerkbouw of andere zaken, werd er al snel naar ons gekeken.”
Alice: “We waren zelf sober gaan leven, maar werden toch gezien als vertegenwoordigers van het geld.”
Piet: “En met ons enthousiasme en onze opleiding namen we ook gemakkelijk taken over. Dat gebeurde met goede bedoelingen, maar achteraf zie je hoe gevaarlijk dat is. Voor je het weet ben jij degene die alles regelt, terwijl een kerk juist zelf moet groeien in verantwoordelijkheid.”
Wat waren moeilijke momenten?
Een van de pijnlijkste lessen voor Piet en Alice was dat armoede mensen niet automatisch beter maakt. “We gingen naar Peru met veel idealisme. Je denkt: arme mensen zijn onderdrukt en uitgebuit, en wij willen helpen. Maar dan ontdek je dat arme mensen ook zondige mensen zijn. Net zo egoïstisch als rijke mensen. Ook daar zie je jaloezie, macht, verdeeldheid en elkaar het licht in de ogen niet gunnen.”
Een concreet moment raakte hen diep. De gemeente in Las Flores was gegroeid. Er was een kerkenraad gekomen en de gemeente leek rijp om een Peruaanse voorganger te krijgen. Een broeder die vanwege het geweld uit de regio Ayacucho naar Lima was gevlucht, kwam in beeld als mogelijke dominee.
Alice: “Hij was een oprechte, sympathieke man. Maar hij kwam uit de Andes, uit de bergen. En dat werd niet geaccepteerd. Niet door onze ouderlingen en uiteindelijk eigenlijk niet door de gemeente. Terwijl veel mensen uit onze gemeente zelf ook uit de bergen kwamen. Dat was pijnlijk. Dan ben je jaren bezig met gemeenteopbouw en dan komt de vraag: leven we werkelijk naar de woorden van de Heere Jezus? Dat was een moeilijke les.”
Uiteindelijk trokken Piet en Alice zich bewust terug uit de wijk en gingen zij de laatste periode in een andere wijk wonen. “We wilden dat de gemeente zou ervaren: jullie moeten het nu zelf gaan doen. Jullie kunnen niet op ons blijven leunen.”


Wat hebben jullie geleerd over zending en cultuur?
Piet: “Dat je als zendingswerker heel voorzichtig moet zijn met het opleggen van je eigen cultuur of geloofsvorm. Hij is God. In iedere cultuur is Hij Heer. Wij moeten Hem niet monopoliseren, alsof wij precies weten hoe het moet. Je bent snel geneigd om jouw vorm van geloven op een ander te leggen. Maar als het goed is, help je mensen juist om in hun eigen cultuur het Woord van God te verstaan.”
Dat werd bijvoorbeeld zichtbaar in de muziek. “De Peruaanse cultuur is ontzettend muzikaal. Maar vanuit de Schotse kerkelijke traditie waren instrumenten in de kerk eigenlijk niet toegestaan. Zelfs een orgel lag gevoelig. Terwijl de jongeren in onze gemeente muziek wilden maken met Peruaanse instrumenten, zoals kena’s en panfluiten.”
Piet: “Dan dacht ik: als God niet van instrumenten houdt, waarom staat Psalm 150 dan in de Bijbel?”
Alice: “We hebben dat een beetje mogen openbreken. Jongeren gingen met Peruaanse instrumenten spelen in onze gemeente en ook in andere gemeenten in Lima. Dat was heel mooi.”
"Rijk en arm werden in Christus aan elkaar verbonden. Dat was de kracht van het Evangelie. Het ging dwars door sociale lagen heen.”
Hoe zagen jullie de kracht van het Evangelie?
Ondanks de moeilijke kanten kijken Piet en Alice met grote dankbaarheid terug op hun jaren in Peru.
Piet: “We hebben zulke mooie dingen gezien. In de cultuur was veel machismo: mannen die dronken waren, hun vrouwen sloegen of vreemdgingen. Maar in de kerk zagen we ook prachtige gezinnen. Mannen en vrouwen die samen de Heere Jezus wilden volgen. Dan zag je dat het Evangelie werkelijk verschil maakte.”
Alice: “Er ontstond ook contact tussen rijke en arme gemeenten. Leerlingen uit rijkere wijken kwamen alfabetisering geven. Dominees en ouderlingen uit andere gemeenten kwamen bij ons preken en meedoen. Dan voelde je iets van gemeenschap: rijk en arm werden in Christus aan elkaar verbonden. Dat was de kracht van het Evangelie. Het ging dwars door sociale lagen heen.”

Wat heeft de Bijbel in die periode voor jullie betekend?
Alice: “Omdat we daar zo intensief met de Bijbel bezig waren, gingen we echt hoofdstuk voor hoofdstuk door de Bijbel heen. Piet voor schoolopeningen en preken, ik voor vrouwenwerk en kinderwerk. We lazen niet selectief, maar van kaft tot kaft.”
Piet knikt instemmend: “En dan ontdek je hoe direct de Bijbel spreekt. In Peru zagen we armoede, onrecht, honger, kinderen op straat, mijnwerkers die protesteerden omdat ze geen salaris kregen, terwijl het land zelf zo rijk was. En dan lees je de Bijbel en merk je: dit gaat hierover. Over recht en gerechtigheid. Over zorg voor armen. Over rijke mensen die niets geven om armen. Je kunt zo’n boek niet verzinnen.”
Voor Piet en Alice werd in Peru ook de grote lijn van de Bijbel belangrijker.
Alice: “We gingen steeds meer zien dat de Bijbel één geheel is. Dat er een rode draad doorheen loopt. Gods weg met Israël, Zijn heilsplan, de komst van Jezus Christus uit dat volk en Gods bedoeling om tot zegen te zijn voor de volken. Dat besef is in Peru sterk gegroeid. Niet omdat Israël zelf zo bijzonder is, maar omdat God trouw is aan Zijn beloften. Dat heeft ons geestelijk diep gevormd.”
Heeft Peru invloed gehad op jullie leven daarna?
Piet: “Zeker. We zijn eenvoudiger gaan leven. Niet krampachtig, niet alsof niets meer mag. Maar we zijn dankbaarder geworden voor wat we hebben. We hebben extreme armoede gezien. Dan verdwijnt de behoefte aan veel luxe. Als je eten, kleding en een dak boven je hoofd hebt, is dat al veel. We leven nu niet alsof we op een houtje bijten, maar we hebben niet de behoefte om steeds meer te willen.”
Alice: “We zijn vaak verhuisd in ons leven. Dan bouw je je tent op en breek je die ook weer af. Zo ervaar ik het wel: we zijn hier voorbijgangers.” De jaren in Peru hebben ook hun latere weg beïnvloed. Na Peru woonden Piet en Alice onder meer in Zwitserland en later ook in Israël. Hun betrokkenheid bij Israël en het Midden-Oosten groeide mede vanuit wat zij in Peru leerden door intensief Bijbellezen. Piet: “Het zaadje daarvan is in Peru gelegd. Daar zijn we gaan zien hoe belangrijk het is om de hele Bijbel te lezen en Gods weg door de geschiedenis heen beter te verstaan.”
Hoe kijken jullie nu terug op jullie zendingstijd?
Piet: “Fantastisch. Natuurlijk waren er moeilijke dingen. Iedere zendingswerker kent teleurstellingen. Maar we kijken met veel dankbaarheid terug.”
Alice: “Het is lang geleden, maar het blijft een deel van ons leven. We hebben nog contact met mensen uit die tijd en laatst was er een reünie met GZB’ers die in Peru hebben gewerkt. Dan komt alles weer boven.”
Piet: “Peru heeft ons blijvend gevormd. We hebben geleerd dat je mensen niet moet overheersen, maar naast hen moet staan. Dat je goed moet luisteren naar de cultuur. Dat je armoede niet moet romantiseren. En vooral: dat Gods Woord krachtig is. Het spreekt in iedere tijd, in iedere cultuur en in iedere omstandigheid. Daar kijken we met verwondering en dankbaarheid op terug.”

Past zending bij mij?
Wereldwijd zijn mensen nodig, die bereid zijn om hun leven te delen. Wil jij je handen uit de mouwen steken en je gaven en talenten inzetten in de wereldkerk? Om te delen, maar ook om te ontvangen en de verhalen en levenslessen door te geven in Nederland.

.jpeg?width=575&height=345&crop=3%2C178%2C1588%2C892&format=jpeg&dpr=1.0&signature=39b264dd79fe85cbb5f707b6ff118c23af063d3e)

.jpeg?width=575&height=345&crop=0%2C36%2C1191%2C669&format=jpeg&dpr=1.0&signature=da39d2434cafa9ea2d75ecfef3f3b8d376c68f80)
.jpeg?width=575&height=345&crop=1%2C267%2C1589%2C894&format=jpeg&dpr=1.0&signature=8803461d8166fe9cfb30dc2e815a3c9cd267999d)



