Herman en Anneloes Meijer
Si Dios quiere!

Hasta mañana, zeg ik tegen onze docent op de taalschool, tot morgen! Si Dios quiere, is haar reactie, ‘als God het wil’. Samen met mijn gezin woon ik in Latijns Amerika. In Costa Rica welteverstaan. Onze eerste maanden hier stonden in het teken van taalstudie. Voor ik les kon gaan geven aan een seminarie hier in San José, moet ik de Spaanse taal uiteraard onder de knie krijgen.
Taal is een interessant fenomeen. Het is veel meer dan enkel een middel om te communiceren. Achter woorden gaat geschiedenis schuil en de taal die wij gebruiken draagt lading die verder strekt dan de directe betekenis. In de woorden die wij kiezen, ligt ook een stuk wereldbeeld en levensbeschouwing besloten. Het volgen van taalles heeft me dan ook aan het denken gezet over taal en de betekenis van woorden. Weerspiegelt de taal die wij gebruiken iets van onze ziel en ons geloof?
Ojala
Een mooi voorbeeld van een Spaans woord met lading is ‘Ojala’. Je hoort het
hier op straat in Costa Rica regelmatig gebruikt worden. Ojala is als woord
nauw verwant is aan het Arabische inshallah, ‘als Allah het wil’. In het Spaans
kom je veel woorden tegen die leenwoorden zijn uit het Arabisch. Een
herinnering aan de periode tussen 711 en 1492 toen delen van het huidige Spanje
de naam Al-Andalus droegen en werden overheerst door de Moren.
Nog steeds gebruiken Spaanstaligen het woord Ojala, ook hier in Costa Rica. De religieuze lading ervan is echter verdwenen. Het betekent nu zoiets als ‘laten we het hopen!’ Als God het wil, zeg je in het Spaans met de woorden van onze taaldocent; ‘Si Dios quiere’. Ook dat zinnetje horen we hier in Latijns Amerika met grote regelmaat.
"In de woorden die wij kiezen, ligt ook een stuk wereldbeeld en levensbeschouwing besloten. Het volgen van taalles heeft me dan ook aan het denken gezet over taal en de betekenis van woorden. Weerspiegelt de taal die wij gebruiken iets van onze ziel en ons geloof?"
Gracias a Dios
Een ander veelgehoord zinnetje de afgelopen weken is ‘Gracias a Dios’; dank aan
God. Soms uit monden waarvan ik het niet had verwacht. Zo zat ik onlangs bij een
Über-chauffeur in de auto. Aardige man, kaalgeschoren hoofd, armen vol
tatoeages. Als hij erachter komt dat ik dominee ben, ontstaat er een klein
gesprekje over geloof en God. Hij is Rooms-Katholiek, maar gaat nooit naar de
kerk, maar gelooft wel dat God bestaat. Als ik vraag hoe zijn dag is, reageert
hij blij; veel klanten, zegt hij met een brede lach, Gracias a Dios!
Het raakt me op de één of andere manier. Ik vind het mooi als mensen taal gebruiken die ook een bewustzijn van een andere werkelijkheid vertolkt. Toen wij met ons gezin in Malawi woonden, viel het ons ook al op dat mensen op straat veel woorden gebruiken met religieuze lading. Hier in Costa Rica is dat voor ons gevoel niet anders.
Het doet mij reflecteren op mijn taalgebruik in het Nederlands. Zijn wij in een andere context gevoeliger voor taal die ook een religieuze betekenis heeft of kan hebben? Of is de taal die ik gebruik in Nederland soms geseculariseerd?
"Toen wij met ons gezin in Malawi woonden, viel het ons ook al op dat mensen op straat veel woorden gebruiken met religieuze lading. Hier in Costa Rica is dat voor ons gevoel niet anders."
Deo Volente
Ik ben opgegroeid in kringen waar men aan data steevast D.V. toevoegde, Deo
Volente. Als kind wist ik amper wat deze woorden betekenden. Maar steeds weer
doken zij op, op trouwkaarten van ooms en tantes die gingen trouwen, in de
nieuwsbrieven van school en zelfs op uitnodigingen van vriendjes uit de klas
voor hun verjaardag. Als God het wil, het is een oud gebruik om deze woorden
toe te voegen aan een datum in de toekomst. Afspraken werden en worden gemaakt
‘sub conditione Jacobi (s.c.j.)’, onder het voorbehoud van Jakobus, een
verwijzing naar Jakobus 4 vers 13 tot 15. Taal die misschien oubollig overkomt.
Maar ook taal die getuigt van religieus besef. Taal die ons herinnert aan onze
afhankelijkheid, kwetsbaarheid en aan het bestaan van God.
Ik heb me voorgenomen te leren van de wereldkerk en vaker ‘Si Dios quiere’ te zeggen. En uiteraard ook Gracias a Dios! In de overtuiging dat mijn geloof de taal mag kleuren die ik gebruik. Als herinnering aan een Goede en machtige God en dat alle dingen, niet bij geval, maar uit Zijn Vaderlijke hand mij toekomen (Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 27).
En misschien is er wel sprake van een wisselwerking. Dat de taal die ik gebruik ook mijn levensbeschouwing kleurt en vormt. Zoals de taal die christenen hier in Costa Rica gebruiken mij aan het denken heeft gezet. Ik ervaar dat als verrijkend. Het is goed om op te trekken met de wereldkerk. In de spiegel te kijken en te leren van elkaar.
Over Herman en Anneloes
Anneloes en Herman ondersteunen de kerk in Costa Rica bij diaconaal werk in San José, om het Evangelie in woord en daad te delen met kwetsbare mensen.






%20bij%20Efeze%206.jpg?width=575&height=345&crop=0%2C0%2C4080%2C3060&format=jpeg&dpr=1.0&signature=5d27bdf1b932e245eba1d9ad696ad16d907ffe8c)

