Harriëtte Smit
Haribo: van een klein beertje naar een merk dat generaties verbindt

Wie kent Haribo niet? Gouden Beertjes, Dragibus, Tagada-aardbeien, Chamallows... We hebben allemaal zo onze favoriet. En eerlijk is eerlijk: een zak Haribo- snoepjes heeft soms de merkwaardige eigenschap sneller leeg te zijn dan je had gedacht...
Deze zomer bezocht ik het Haribo-museum in het Franse Uzès.
Een verrassende reis door de geschiedenis van het wereldwijd bekende snoep- merk,
dat in Frankrijk niet meer weg te denken is. Bij binnenkomst kreeg ik een klein
zakje snoep in mijn handen gedrukt. Dat was natuurlijk al snel geopend en
terwijl ik langs de informatieborden liep, verdween het ene snoepje na het
andere in mijn mond. Aan het einde wachtte een waar snoepparadijs. Mensen
verlieten de winkel met tassen vol Haribo. Maar tussen al die snoepjes ontdekte
ik vooral een bijzonder verhaal.
Begonnen in Bonn
Het verhaal van Haribo begint in 1920 in Bonn, Duitsland. Op
13 december richt Hans Riegel zijn eigen snoepbedrijf op. De naam is eenvoudig
en tegelijk briljant: Haribo, gevormd uit Hans Riegel Bonn.
Van een indruk-wekkende fabriek is geen sprake. Hans begint in de bijkeuken van
zijn huis met nauwelijks meer dan een zak suiker, een ketel, een oven, een
deegroller en een marmeren plaat.
Aanvankelijk maakt hij gewone snoepjes, zonder vorm. Maar
Hans heeft een idee: misschien hoeft snoep niet alleen lekker te zijn.
Misschien kan het ook een vorm en een eigen gezicht krijgen. In 1922 ontstaat
zo de Dansende Beer, een klein gekleurd gelei-snoepje, geïnspireerd op de
getrainde beren die destijds op kermissen te zien waren. Het wordt een succes
en vormt de voorloper van de beroemde Gouden Beer. Het snoepje krijgt daarmee
iets nieuws: een identiteit. Het is niet langer alleen iets lekkers, maar wordt
herkenbaar, speels en bijna een klein karakter. Een jaar later trouwt Hans met
Gertrud. Zij wordt zijn eerste medewerkster en bezorgt de snoepjes zelfs per
fiets bij de klanten. Zo begint een familiebedrijf dat uiteindelijk generaties
lang zal voortbestaan.

Internationale opmars
De Tweede Wereldoorlog brengt een abrupt einde aan die
groei. Hans Riegel overlijdt in 1945 en laat zijn vrouw een bedrijf in
moeilijke omstandigheden achter. Na de oorlog wordt het familiebedrijf opnieuw
opgebouwd. Zijn zonen, Hans Riegel junior en Paul Riegel, nemen het stokje over
en geven het bedrijf een nieuwe impuls. Vanaf de jaren vijftig en zestig begint
HARIBO aan een internationale opmars. Eerst naar Frankrijk, daarna steeds
verder Europa in en uiteindelijk de hele wereld over. Daarbij gebeurt iets
interessants: Haribo groeit, maar verliest zijn oorspronkelijke identiteit
niet. Het assortiment wordt steeds groter. Er komen nieuwe vormen en smaken
bij: naast de gummibeertjes ook drop en andere snoepjes.
Tegelijkertijd leert
het bedrijf zich aan te passen aan de verschillende landen en hun smaken. Nieuwe
smaken dus, maar de herkenbaarheid blijft en juist dat geeft vertrouwen: wat je
krijgt, is goed. In de jaren zestig krijgen de beroemde gummibeertjes officieel
de naam Goldbären. Het kleine beertje dat ooit in Bonn begon, wordt het gezicht
van het merk en uiteindelijk de wereldwijde ambassadeur van Haribo. Ook in
Frankrijk krijgt het merk een eigen gezicht. In 1967 ontstaat Hariboy, een
vrolijk figuurtje met zwart haar, geïnspireerd op de kleur van drop. Hij wordt
al snel een icoon in Frankrijk. Het is kenmerkend voor de manier waarop Haribo
door de jaren heen groeit: het merk verandert mee, maar bewaart zijn eigen
karakter. Nieuwe producten, nieuwe landen, nieuwe reclames en nieuwe manieren
om mensen te bereiken, zonder het oor- spronkelijke DNA los te laten. Juist die
combinatie – van trouw blijven én vernieuwen – blijkt een belangrijke sleutel
tot succes.
"Terwijl ik na mijn bezoek in Uzès verder nadacht, zag ik hoe dicht het verhaal van Haribo bij mijn missionaire werk in Frankrijk ligt. Ook het christelijk geloof wordt van generatie op generatie doorgegeven."
Verbondenheid
Een van de sterkste middelen waarmee Haribo zijn identiteit
doorgeeft, is de reclame. Wie kent de slogan niet? „Haribo macht Kinder froh,
und Erwachsene ebenso.” Haribo maakt kinderen blij, maar volwassenen net zo
goed. Snoep wordt niet alleen verkocht als iets lekkers, maar als een moment
van plezier, herinnering en verbondenheid. Volwassenen worden in de reclames
even weer kind. Een zak snoep wordt zo meer dan een product: het verbindt
generaties. Ook daarin blijft Haribo opmerkelijk consequent. De vorm verandert,
de campagnes veranderen en de manier waarop mensen worden bereikt verandert.
Maar de kern blijft hetzelfde: plezier voor groot en klein.

Terwijl ik na mijn bezoek in Uzès verder nadacht, zag ik hoe dicht het verhaal van Haribo bij mijn missionaire werk in Frankrijk ligt. Ook het christelijk geloof wordt van generatie op generatie doorgegeven. Niet door het simpelweg te bewaren, maar doordat het telkens opnieuw geleefd en ontdekt wordt. Jongeren groeien op in een andere wereld dan wij. Ze zoeken nieuwe woorden en willen zelf ontdekken wat geloof voor hen betekent. Daarom gaat het niet alleen om wat wij doorgeven, maar vooral om hoe zij het kunnen herkennen als iets dat goed is.
Misschien is dat ook wat geloof vandaag nodig heeft: vormen
die mogen bewegen, maar een kern die blijft. Iets dat mensen, jong én oud,
verbindt. Zodat een nieuwe generatie niet alleen hoort wat wij geloven, maar er
zelf de smaak van ontdekt.
Dit artikel is gepubliceerd in het Friesch Dagblad
Over Harriëtte
Harriëtte Smit is landelijk jeugdwerkadviseur binnen de Franse Unepref kerken. Haar hart ligt bij tieners en jongeren en ze geniet ervan hen te begeleiden in hun geloofsontwikkeling en hun levensvragen.








